id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.639 Rolnummer: A. 72627/XII-1382 Zaak: Arrest 137639 - - 25/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-02 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 14:50 Fiche Arrest nr 137.639 van 25 november 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.639 van 25 november 2004 in de zaak A. 72.627/XII-
- In zake : Jan MEES, wonende te Vremde-Boechout, Broechemsesteenweg 130 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan Mees op 23 december 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing waarbij hij “de akte van bekwaamheid van directeur secundair onderwijs niet behaalt”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. Verhulst; Gelet op de beschikking van 18 juni 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 1 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 november 2004; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat M. Stommels, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-1382-1\5 Gehoord het, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de Argo op 22 april 1996 aan verzoeker meedeelt dat hij bij de deelproef lesbeoordeling voor het behalen van de akte van bekwaamheid van directeur 39 punten op 100 had behaald en “niet voldoet voor deze proef”; Overwegende dat verzoeker gebruik maakt van het inzagerecht en de interne bezwaarprocedure; Overwegende dat de Argo op 30 oktober 1996 aan verzoeker meedeelt dat de jury naar aanleiding van zijn bezwaarschrift opnieuw is samen- gekomen en zich heeft uitgesproken over het bezwaarschrift, maar dat de beslissing behouden blijft “dat u niet voldoet voor de deelproef ‘lesbeoordeling’ en de akte van bekwaamheid van directeur secundair onderwijs niet behaalt”; Over de ontvankelijkheid van het beroep. Overwegende, ambtshalve, dat het belang, waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en dat hij dat belang moet behouden tot aan de uitspraak; dat de aard van het belang weliswaar kan evolueren maar dat verzoeker minstens aannemelijk moet maken dat de vernietiging hem een concreet voordeel oplevert; dat dit voordeel in principe meer moet zijn dan de genoegdoening verbonden met het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing; Overwegende dat verzoeker in het inleidend verzoekschrift als rechtsmiddelen de schending aanvoert van de formele motiveringsplicht, het ontbreken van de rechtens vereiste feitelijke grondslag en de miskenning van het gelijkheidsbeginsel; dat hij met geen van die middelen in hoofde van het bestuur de rechtsplicht aanvoert om hem voor de kwestieuze deelproef geslaagd te verklaren, XII-1382-2\5 laat staan om hem de akte van bekwaamheid, waarvoor hij immers nóg een deelproef te gaan had, te moeten afleveren; dat bijgevolg het voordeel dat verzoeker met zijn beroep oorspronkelijk nastreefde bestond in het verwerven van een nieuwe kans op een gunstige beoordeling door de jury van zijn deelproef “lesbeoordeling” met de hoop, uiteindelijk, middels het succesvol afleggen van de overblijvende deelproef, de akte van bekwaamheid te verwerven; Overwegende dat de vernietiging van de bestreden beslissing bijgevolg aan verzoeker nog niet de begeerde akte van bekwaamheid oplevert; dat hij evenwel op 15 december 1998 de akte van bekwaamheid hééft behaald; dat de nietigverklaring van het bestreden besluit aan verzoeker thans dus niet méér kan opleveren dan hetgeen hij reeds met zekerheid heeft verkregen; dat het oorspronkelijk doel van het beroep dus ruimschoots is bereikt; dat het initieel belang dat verzoeker onmiskenbaar had bij de nietigverklaring van het bestreden besluit teloorgegaan is; dat daardoor de vraag rijst welk concreet voordeel verzoeker thans nog uit een vernietigingsarrest kan halen en of dat voordeel volstaat om het behoud van het belang te rechtvaardigen; dat het aan verzoeker toekomt om de Raad van State alle nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen, die kunnen aantonen dat hij in de concrete omstandigheden van de zaak nog steeds een actueel en rechtstreeks belang kan doen gelden; Overwegende dat verzoeker in verband met zijn actueel belang meedeelt op 11 juni 1998 te zijn voorgedragen door de lokale raad van het KTA Niel als enige gerangschikte kandidaat in het ambt van directeur onder voorbehoud van het behalen van de akte van bekwaamheid, dat uiteindelijk een concurrent hem kwam verdringen nadat zij in een latere sessie eveneens de akte behaalde, dat hij nooit kon “verdrongen” zijn door zijn concurrent indien hij de akte van bekwaamheid in eerste instantie had behaald, dat hij na een arbeidsongeval werd wedertewerkgesteld in het ambt van opvoeder en nadien aangesteld als technisch adviseur coördinator in het KTA Willebroek, dat hij thans directeur is in het KTA Lier en niet vervroegd met pensioen kan gaan “te wijten aan dit arbeidsongeval” en dat hij loonverlies heeft geleden; Overwegende dat verzoeker niet met zoveel woorden uitlegt welk het concrete voordeel is dat hij nog verwacht van een vernietigingsarrest; dat hij wel een opsomming geeft van nadelen die hij meent te hebben geleden door het tijdsverschil in het behalen van zijn akte; dat echter de band tussen de bestreden XII-1382-3\5 beslissing en die beweerde nadelen op loutere veronderstellingen berust; dat hij te Niel stelt voorgedragen te zijn “onder voorbehoud van het behalen van de akte”; dat hij die akte korte tijd erna ook heeft behaald; dat alleszins het ontbreken van de akte op het ogenblik van de voordracht hem blijkbaar geen nadeel heeft opgeleverd, aangezien hij als enig gerangschikte kandidaat is voorgedragen; dat hij de eindbeslis- sing in die benoemingsprocedure overigens niet heeft aangevochten; dat de gevorderde nietigverklaring hem thans geen kans meer biedt om te Niel alsnog benoemd te worden; dat de eventuele gevolgen van zijn arbeidsongeval ook niet toegerekend kunnen worden aan de bestreden beslissing en verzoeker ook niet uiteenzet hoe het verdwijnen, thans, van de bestreden beslissing die eventuele gevolgen kan verhelpen; dat de Raad ten slotte vaststelt dat verzoeker niet enkel de akte van bekwaamheid heeft behaald, maar ondertussen ook effectief directeur in het secundair onderwijs blijkt te zijn; Overwegende dat verzoeker niet aantoont welk concreet voordeel de gevorderde nietigverklaring hem thans nog kan opleveren en dat hij op dit ogenblik nog een voldoende en rechtstreeks belang heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing; dat het beroep om die reden niet meer ontvankelijk is; Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting nog stilstaat bij zijn gerief, uiteengezet in het eerste en het tweede middel van zijn verzoekschrift, niet tijdig inzage te hebben gekregen van de puntentoekenning door de jury op de verschillende onderdelen van de beoordeling; dat dient te worden vastgesteld dat verzoeker ten tijde van de bezwaarprocedure inderdaad uitdrukkelijk inzage heeft gevraagd van de verbetering van de examenkopij, inclusief de puntenquotering van de verschillende items van het evaluatieschema, van de puntenquotering en evaluatie toegekend na het indienen van het bezwaarschrift en van de verbetering uitgevoerd door de leden van de jury en dat hem de mededeling hiervan door verwerende partij werd geweigerd “aangezien het zuiver interne en beslissingsondersteunende elementen zijn” omdat de jury “in het kader van zijn beslissingen als geheel op[treedt]”; dat verzoeker van die informatie maar kennis heeft gekregen ná het indienen van het voorliggend beroep, aan de hand van het door de verwerende partij neergelegde administratief dossier; dat de Raad uit die gegevens afleidt dat het niet te rechter tijd meedelen aan verzoeker van alle gevens waarop de bestreden beslissing is gesteund, hem op een verkeerd been kan hebben gezet om terdege te oordelen of het toendertijd zin had zich tegen die handeling te verweren; dat dit verantwoordt dat de kosten ten laste van de verwerende partij worden gelegd, XII-1382-4\5 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig november 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1382-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.639 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.