id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.920 Rolnummer: A. 100383/XIV-1926 Zaak: Arrest 137920 - - 01/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-17 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-04 15:19 Fiche Arrest nr 137.920 van 1 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.920 van 1 december 2004 in de zaak A.100.383/XIV-
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat M. BAUWENS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louisalaan 391 bus 15 tegen :
- de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 11 juli 1977 en van Congolese nationaliteit, op 12 februari 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 24 januari 2001 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 29 februari 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend met ontvangstbewijs verstuurd op 19 januari 2001; Gelet op de beschikking van 19 maart 2001 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; XIV-1926-1/3 Gelet op de beschikking van 26 augustus 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 6 oktober 2004 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. MEULEMANS die, loco Advocaat M. BAUWENS verschijnt voor de verzoekende partij, van Adjunct-adviseur D. HANOULLE, die verschijnt voor de eerste verwerende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de feitelijke gegevens van de zaak. 1.
- De verzoekende partij komt België binnen op 21 september 1999 en verklaart zich vluchteling op 24 september
- 1.
- Op 29 februari 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 24 januari 2001 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing.
- Over de ontvankelijkheid van de vordering. Overwegende dat uit de brief van 22 september 2004 van de Dienst Vreemdelingenzaken, die aan het tegensprekelijk debat werd onderworpen, blijkt dat verzoekster op 8 januari 2004 in het bezit werd gesteld van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (B.I.V.R.) geldig tot 7 januari 2005 en dat zij een vaste woonplaats heeft in het Rijk, gelegen te 1081 Koekelberg,; dat de Advocate van verzoekster hierop repliceert dat zij volhardt in het ontwikkelde enig middel (cfr. proces-verbaal van de openbare terechtzitting van woensdag 6 oktober 2004); dat zij de tijdelijke regularisatie van de verblijfssituatie van verzoekster niet betwist en dat zij desbetreffend geen toelichting verschaft; dat zij niet aantoont welk rechtstreeks actueel belang verzoekster thans nog heeft bij de procedure die zij heeft ingesteld tegen de bestreden beslissing; dat de Advocaat van XIV-1926-2/3 de tweede verwerende partij antwoordt dat “het rechtens vereiste actueel belang ontbreekt” (cf. voornoemd proces-verbaal); Overwegende dat, zoals in elk proces, het toekomt aan alle partijen om positief mee te werken aan de rechtsgang, zodat deze loyaal, efficiënt en vlot kan verlopen; dat het in het kader van het Vreemdelingencontentieux essentieel is dat de actuele verblijfssituatie van verzoekster wordt uitgelegd en uitgeklaard ter terechtzitting; dat wanneer dit niet het geval is, zoals in casu en de Raad van State verneemt van een partij dat de verblijfssituatie van de vreemdeling minstens tijdelijk geregulariseerd is, de Raad ambtshalve kan en mag vaststellen dat verzoekster niet meer getuigt van het rechtens vereiste actueel belang, waarbij deze exceptie van onontvankelijkheid door de Raad van State ambtshalve wordt opgeworpen, BESLUIT: Artikel
- Verklaart het beroep onontvankelijk. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op één december tweeduizend en vier, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-1926-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.920 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.