← België

Arrest 137947 - - 02/12/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.947 Rolnummer: A. 116588/XII-3438 Zaak: Arrest 137947 - - 02/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-10 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 15:20 Fiche Arrest nr 137.947 van 2 december 2004 - Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.947 van 2 december 2004 in de zaak A. 116.588/XII-

  1. In zake : François BODET, die woonplaats kiest bij advocaat M. Mosselmans, kantoor houdende te 1000 Brussel, A. Dansaertstraat 92 tegen : de BURGEMEESTER VAN DE STAD AALST, die woonplaats kiest bij advocaat J. Nijs, kantoor houdende te Dendermonde, Noordlaan 82-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat François Bodet op 15 maart 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 februari 2002 van de burgemeester van de stad Aalst waarbij de uitbating van zijn kermisattractie “Space Roller” op het grondgebied van de stad wordt verboden en waarbij bevolen wordt de inrichting te verwijderen vóór 10 februari 2002 om 5 uur; Gelet op het arrest nr. 103.512 van 12 februari 2002 waarbij de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt bevolen van de tenuitvoerlegging van dezelfde beslissing; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 9 december 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure en de laatste memorie van verzoeker; XII-3438-1/4 Gelet op de beschikking van 8 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 juni 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Lardenoit, die loco advocaat M. Mosselmans verschijnt voor verzoeker, en van advocaat J. De Coninck, die loco advocaat J. Nijs verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker ter gelegenheid van de winterfoor te Aalst, van 1 tot en met 17 februari 2002, op de Hopmarkt een kermisattractie “Space Roller” uitbaat; dat ten gevolge van een defect het toestel op 7 februari 2002 blokkeert, waardoor dertien kermisgasten gedurende meer dan drie uur vastzitten; dat de burgemeester dezelfde avond beslist de kermisattractie uit veiligheids- overwegingen te laten verzegelen, een onafhankelijk expert te laten onderzoeken wat de juiste oorzaak van het defect is en na het advies van de deskundige een besluit te zullen treffen over de definitieve sluiting en verwijdering van de attractie; dat de burgemeester op 8 februari 2002 de bestreden beslissing neemt; dat de Raad van State op 12 februari 2002, met arrest nr. 103.512, bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan beveelt; dat daarna verzoeker, naar eigen verklaring, zijn attractie nog gedurende een drietal dagen heeft kunnen uitbaten; Overwegende dat in het auditoraatsverslag wordt voorgesteld het beroep ambtshalve af te wijzen bij gebrek aan actueel belang, omdat de beslissing van 8 februari 2002 bij het instellen van het beroep tot nietigverklaring al haar volle uitwerking heeft gehad en een vernietiging ervan verzoeker geen concreet voordeel meer kan opleveren; Overwegende dat verzoeker in de laatste memorie repliceert dat de verwerende partij zich op de beslissing van 8 februari 2002 blijft beroepen “om andere voor verzoeker griefhoudende besluiten te nemen” en dat zonder vernietiging XII-3438-2/4 de verwerende partij “in de toekomst steeds opnieuw het bestreden besluit tegen verzoeker [kan] inroepen als motivering om toekomstige aanvragen voor een standplaats op de Winterfoor te weigeren”; Overwegende dat de bestreden beslissing van 8 februari 2002 verzoeker definitief verplicht zijn attractie te sluiten en te verwijderen van de winterfoor, die nog tot 17 februari 2002 loopt; dat de beslissing betrekking heeft op een zo korte periode dat haar vernietiging binnen de tien dagen zou moeten worden uitgesproken om aan verzoeker nog een praktisch nut te kunnen verschaffen; dat een vernietiging op die geringe termijn niet gewoon onrealistisch is, maar gelet op de toepasselijke procedureregels zelfs zonder meer onmogelijk; Overwegende dat indien voor de ontvankelijkheid van het vernietigingsberoep tegen deze beslissing onverkort geëist zou worden dat een vernietiging de verzoeker ipso facto een daadwerkelijk voordeel kan bijbrengen, daaruit zou voortvloeien dat de beslissing niet voor vernietiging in aanmerking komt; dat evenwel uit niets blijkt dat de wetgever een dergelijke beslissing uit het annulatiecontentieux heeft uitgesloten of heeft willen uitsluiten; dat de uitsluiting van zo een besluit des te minder wordt gezien, waar er in voorkomend geval de onmogelijkheid van de vordering tot schorsen uit zou volgen -de vordering tot schorsing accessoir zijnde ten opzichte van het beroep tot nietigverklaring- en waar juist een schorsing vaak wél nog voor een direct reëel en concreet voordeel kan zorgen; dat aldus ook te dezen verzoeker het nadeel dat hij ten gevolge van de bestreden beslissing moest ondergaan, middels een vordering tot schorsing heeft kunnen beperken en gedeeltelijk afwenden; Overwegende dat uit het voorgaande volgt dat in gevallen als dat van verzoeker het belang bij het beroep tot nietigverklaring met de nodige soepelheid moet worden beoordeeld; dat, om verzoeker niet het vereiste belang te ontzeggen, bijkomend wordt bedacht dat blijkbaar niet ten onrechte is zijn klacht dat de bestreden beslissing hem voort parten blijft spelen, weze het indirect, vermits de verwerende partij “zich immers [blijft] beroepen op haar beslissing van 8 februari 2002 om andere voor verzoeker griefhoudende besluiten te nemen”; dat ter zake wordt vastgesteld dat het college van burgemeester op 11 maart 2002 heeft besloten de concessieovereenkomst met verzoeker voor een standplaats op de carnavalfoor 2002 te verbreken, mede onder verwijzing naar het thans bestreden besluit; dat na een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing, die wijze van handelen niet meer XII-3438-3/4 mogelijk zou zijn zonder het gezag van gewijsde van het vernietigingsarrest te schenden; Overwegende dat het beroep niet onontvankelijk is bij gebrek aan actueel belang, BESLUIT: Artikel
  3. De debatten worden heropend. Artikel
  4. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee december 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3438-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.947 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.103.512 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.358 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.