← België

Arrest 137953 - - 02/12/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.953 Rolnummer: A. 143968/XII-3982 Zaak: Arrest 137953 - - 02/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-10 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 15:22 Fiche Arrest nr 137.953 van 2 december 2004 - Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.953 van 2 december 2004 in de zaak A. 143.968/XII-

  1. In zake : Pom CATTOOR, wonende te Bellem, Stuivenberg 5 tegen : de SCHOLENGROEP PANTHA REI, die woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Britselei 3, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Pom Cattoor, vertegenwoordigd door haar vader R. Cattoor maar thans meerderjarig, op 17 november 2003 heeft ingediend waarin de nietigverklaring wordt gevorderd van de beslissing van 19 september 2003 van de delibererende klassenraad van 5LAWI6 van het koninklijk atheneum Voskenslaan, houdende toekenning van een oriënteringsattest C; Gelet op het arrest nr. 125.558 van 20 november 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van het geding, op 8 december 2003 ingediend voor verzoekster door R. Cattoor; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikking van 15 juni 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; XII-3982-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 12 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 november 2004; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Stommels, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat verzoekster in het schooljaar 2002-2003 leerling is in 5LAWI6 aan het koninklijk atheneum Voskenslaan te Gent; dat de delibererende klassenraad, nadat verzoekster een uitgestelde proef fysica heeft afgelegd, op 29 augustus 2003 beslist om haar een C-attest uit te reiken; Overwegende dat de directeur, na bezwaar van verzoekster, met een 22 september 2003 gedateerd en aangetekend verzonden schrijven aan de ouders van verzoekster meedeelt dat de delibererende klassenraad “is samengekomen op vrijdag 19 september op advies van de beroepscommissie. De raad heeft op die vergadering beslist haar [lees: zijn] eerder genomen beslissing te bevestigen. Het C-attest toegekend aan uw dochter Pom wordt aldus gehandhaafd”; Overwegende dat verwerende partij ter terechtzitting opwerpt dat verzoekster, geboren op 20 januari 1986, de in voorliggend beroep ingediende memorie van wederantwoord niet heeft ondertekend, zodat dit stuk onontvankelijk is; Overwegende dat de 7 april 2004 gedateerde memorie van wederantwoord is opgesteld : “Voor: Mej Pom Cattoor Wonende te Stuivenberg, 5 9881 Bellem, XII-3982-2/4 Vertegenwoordigd door: Richard Cattoor, vader van Pom Cattoor Wonende te Stuivenberg, 5 9881 Bellem, verzoekende partij”; Overwegende dat de memorie van wederantwoord is ondertekend “Voor de verzoekende partij, Richard Cattoor, vader van Pom Cattoor”; Overwegende dat niet verzoekster de memorie van wederantwoord blijkt te hebben ondertekend; dat het gebrek dat volgens de verwerende partij aldus kleeft aan deze proceshandeling niet enkel gevolgen kan hebben voor de vraag of de Raad van State het in die memorie geschrevene in zijn beoordeling van de zaak mag betrekken, maar ook voor de ontvankelijkheid van het annulatieberoep zelf; dat immers artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd bij wet van 25 mei 1999, het ontbreken van het vereiste belang koppelt aan het niet eerbiedigen door een verzoekende partij van de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord; dat dit probleem nog niet in de debatten is gebracht; dat er reden is de partijen toe te laten om er, na aanvullend onderzoek, stelling over te nemen, BESLUIT: Artikel
  3. De debatten worden heropend. Artikel
  4. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het verder onderzoek van de zaak. XII-3982-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee december 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3982-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.953 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.125.558 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.156 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.