id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.957 Rolnummer: A. 155320/VII-32715 Zaak: Arrest 137957 - - 02/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-09 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 15:24 Fiche Arrest nr 137.957 van 2 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.957 van 2 december 2004 in de zaak A. 155.320/VII-32.
- In zake : Robert VANDE GEJUCHTE, die woonplaats kiest bij Advocaten D. en E. RYCKBOST, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat 80 tegen : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM). --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Robert VANDE GEJUCHTE op 3 september 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing van de OVAM dd. 8 juli 2004 (...) waarbij verzoekende partij werd aangemaand tot het betalen van de kosten van het beschrijvend bodemonderzoek dat ambtshalve door de OVAM werd uitgevoerd ogv artikel 46 van het Decreet van 22 februari 1995 op de terreinen gelegen te 9900 Eeklo aan de Schaperijstraat 10 (...)"; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 18 oktober 2004, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en oproeping van de partijen om te verschijnen op 18 november 2004; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; VII-32.715-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. CHRISTIAEN die, loco Advocaten D. en E. RYCKBOST verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat M. BRUGGEMAN die, loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak de volgende zijn : Verzoeker exploiteerde tot maart 1997 een handel in oude metalen aan de Schaperijstraat 10 in Eeklo. Vóór 1970 huurde hij voor zijn activiteiten een deel van het naastgelegen perceel. Naar aanleiding van het stopzetten van de activiteiten laat verzoeker een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren. Ingevolge de resultaten van dat oriënterend bodemonderzoek maant de verwerende partij op 16 juli 1998 verzoeker aan om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren. Verzoeker reageert niet en op 25 juni 1999 stelt de verwerende partij hem in gebreke. Bij besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 2000 worden de gronden opgenomen in de lijst van ambtshalve door de OVAM te beginnen of voort te zetten bodemsaneringen. Op 30 mei 2002 wordt het door de verwerende partij ambtshalve uitgevoerd beschrijvend bodemonderzoek conform verklaard. Uit dit onderzoek blijkt dat een bodemsaneringsproject moet worden opgesteld en ingediend. Op 2 december 2003 en 22 januari 2004 wijst de Vlaamse regering de betrokken percelen aan als historisch verontreinigde gronden waar bodemsanering moet plaatsvinden. Met een brief van 27 februari 2004 maant de verwerende partij verzoeker aan een bodemsaneringsproject op te stellen en uit te voeren. VII-32.715-2/5 Op 8 juli 2004 zendt de verwerende partij volgende brief aan verzoeker : "In verband met het in rand vermelde dossier werd u bij aangetekend schrijven dd. 16 juli 1998 en 25 juni 1999 aangemaand - in gebreke gesteld tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek voor de aangetroffen gemengde bodemverontreiniging in uw hoedanigheid van saneringsplichtige, dit ingevolge uw melding van stopzetting van risicoactiviteiten dd. 17.07.
- Daar u geen gevolg hebt gegeven aan deze aanmaningen werd conform artikel 46 van het bodemsaneringsdecreet door de Vlaamse regering op 8 juni 2000 beslist dat de betrokken grond wordt opgenomen in de lijst van de bodemsaneringen waarvan de uitvoering ambtshalve door de OVAM zal worden voortgezet of begonnen. In navolging van dit besluit werd door de OVAM overgegaan tot de ambtshalve uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek op voormelde grond. Het beschrijvend bodemonderzoek werd in opdracht van de OVAM uitgevoerd door de bodemsaneringsdeskundige ABO nv en werd door de OVAM conform verklaard op 30 mei
- De totale kostprijs van dit beschrijvend bodemonderzoek bedraagt 19 350,54 euro. In de ingebrekestelling van 25 juni 1999 werd u ervan op de hoogte gesteld dat de kosten die door OVAM gemaakt zouden worden ter uitvoering van de ambtshalve bodemsanering op u zouden verhaald worden overeenkomstig artikel 46 §3 van het bodemsaneringsdecreet. Bij deze willen wij u de kans geven om vrijwillig over te gaan tot betaling van 19 350,54 EUR incl. BTW. Dit zijn de kosten door de OVAM gemaakt voor het voorstel van beschrijvend bodemonderzoek en het beschrijvend bodemonderzoek. Als bijlage vindt u de betrokken facturen van de bodemsaneringsdeskundige Abo nv. Gelieve dit bedrag binnen de maand na ontvangst van dit aangetekend schrijven te storten op (...). Indien wij geen betaling hebben ontvangen binnen de vooropgestelde termijn zien wij ons verplicht gerechtelijke stappen te ondernemen. (...)". Verzoeker laat met een brief van 14 juli 2004 aan de verwerende partij weten niet zinnens te zijn te betalen. Met een brief van 5 augustus 2004 antwoordt de verwerende partij op die opmerkingen, en wordt aan verzoeker gevraagd te betalen vóór 10 september
- Op 6 augustus 2004 tekent verzoeker bij de Vlaamse regering administratief beroep aan "tegen de beslissing van de OVAM dd. 8 juli 2004 (met kenmerk AD/JZ/AC/2004-0969) waarbij verzoeker werd aangemaand tot het betalen van de kosten van het beschrijvend bodemonderzoek dat ambtshalve door de OVAM werd uitgevoerd ogv artikel 46 van het Decreet van 22 februari 1995 op de terreinen gelegen te 9900 Eeklo aan de Schaperijstraat 10". Op 10 augustus 2004 wordt dit beroep onontvankelijk verklaard "omdat het geen beslissing betreft waartegen beroep bij de Vlaamse Regering openstaat". Daarop dient verzoeker voorliggend annulatieberoep in tegen de "beslissing" van 8 juli 2004 van de verwerende partij; VII-32.715-3/5
- Overwegende dat de brief waartegen het annulatieberoep gericht is, niet meer is dan een uitnodiging om de kosten van het opstellen en uitvoeren van het beschrijvend bodemonderzoek te betalen; dat in die brief immers wordt gesteld dat aan verzoeker de kans wordt gegeven om vrijwillig over te gaan tot betaling; dat de brief geen rechtsgevolgen doet ontstaan, noch verhindert dat rechtsgevolgen tot stand komen; dat de schuldvordering rechtstreeks voortvloeit uit het ambtshalve door de verwerende partij uitvoeren van het beschrijvend bodemonderzoek, zonder dat de bewuste brief daar nog iets aan toevoegt; dat indien verzoeker niet betaalt, de verwerende partij het bedrag langs gerechtelijke weg kan invorderen, om aldus over een uitvoerbare titel te beschikken, zonder dewelke de verwerende partij geen enkele mogelijkheid heeft om tot gedwongen uitvoering over te gaan; dat de verwerende partij voor de rechter van de rechterlijke orde de gegrondheid van haar vordering zal moeten aantonen, en verzoeker de kans zal hebben zijn bezwaren ertegen te laten gelden; dat de bestreden akte geen uitvoerbare rechtshandeling is, en dus niet voor vernietiging door de Raad van State vatbaar is; dat het beroep daartegen kennelijk onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. VII-32.715-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee december tweeduizend en vier, door : de Heer E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS. griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. E. BREWAEYS. VII-32.715-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.957 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.