id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.961 Rolnummer: A. 157653/XII-4305 Zaak: Arrest 137961 - - 02/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-07 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 15:25 Fiche Arrest nr 137.961 van 2 december 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.961 van 2 december 2004 in de zaak A. 157.653/XII-4305. In zake : 1. de BV ZANDZUIG- en TRANSPORT VERSLOOT, vennootschap naar Nederlands Recht, 2. A/S ROHDE NIELSEN, vennootschap naar Deens Recht, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap “DOORTOCHT BRUSSEL”, die woonplaats kiezen bij advocaat K. Ronse, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20 tegen : de HAVEN VAN BRUSSEL, die woonplaats kiest bij advocaten J. Bourtembourg en C. Molitor, kantoor houdende te 1060 Brussel, Zwitserlandstraat 24. tussenkomende partijen : 1. de NV DREDGING INTERNATIONAL, 2. de NV ENVISAN, 3. de SA ECOTERRES, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend, die woonplaats kiezen bij advocaat C. De Wolf, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat 6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BV Zandzuig- en Transport Versloot, vennootschap naar Nederlands Recht en de A/S Rohde Nielsen, vennootschap naar Deens Recht, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap “Doortocht Brussel”, op 22 november 2004 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : “(
- a)de beslissing door de tegenpartij genomen op een ongekende datum waarvan het bestaan werd meegedeeld per brief van 3 november 2004 en de motieven bij brief van 12 november 2004, ontvangen op 15 november 2004, waarbij de inschrijving van verzoeksters op een overheidsopdracht onregelmatig werd verklaard en XII-4305-1/4 (
- b)de impliciete weigeringsbeslissing de opdracht aan verzoekster te gunnen”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 november 2004, om 11.00 uur; Gezien het ter terechtzitting neergelegd verzoekschrift waarbij de NV Dredging International, de NV Envisan en de SA Ecoterres, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend, vragen in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijken te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang hebben dat de vordering wordt afgewezen; dat hun verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Ronse, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaten C. Molitor en F. Vandevoorde, die verschijnen voor de verwerende partij, en van advocaat C. De Wolf, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. Vermeire; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat de verzoekende partijen omtrent het nadeel betogen dat zij dreigen een referentieopdracht te verliezen op de beperkte Belgische markt inzake baggering, die XII-4305-2/4 met zijn waarde van 3.850.000 euro belangrijk is; dat zij voorts stellen en klaarblijkelijk beogen door de huidige procedure een nieuwe kans te scheppen om zelf de in het geding zijnde opdracht alsnog toegewezen te krijgen; Overwegende dat de gevraagde schorsing in het voorliggende geschil beslissingen betreft die betrekking hebben op een overheidsopdracht waaromtrent de overeenkomst reeds is tot stand gekomen; dat zulks door geen van de partijen wordt betwist en blijkt uit een aangetekende brief van 29 oktober 2004 uitgaande van de verwerende partij; dat in die brief aan de tussenkomende partijen kennis wordt gegeven dat zij zijn aangewezen voor de uitvoering van de opdracht; dat de gevraagde schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen niet de schorsing zou meebrengen van de tot stand gekomen overeenkomst aangezien het tot de uitsluitende rechtsmacht van de gewone rechtbanken behoort om de uitvoering van een overeenkomst te schorsen; Overwegende dat bijgevolg het nadeel waardoor de verzoekende partijen aanvoeren te zijn bedreigd, niet kan worden tenietgedaan of vermeden door een schorsingsarrest van de Raad van State aangezien zelfs bij een dergelijke schorsing het bestaan van de voormelde overeenkomst blijft verhinderen dat het de verzoekende partijen zijn die de betrokken opdracht uitvoeren; Overwegende dat aan de derde van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen; Overwegende, wat de kosten betreft, dat er redenen zijn om deze ten laste van de verwerende partij te leggen; dat deze immers op dezelfde datum van de toewijzingsbeslissing deze meteen heeft betekend; dat zij de verzoekende partijen voorts van die betekening niet blijkt te hebben op de hoogte gebracht; dat mocht zulks wel zijn gebeurd, de huidige vordering wellicht niet ware ingesteld, gelet op de te dezen toegepaste rechtspraak inzake het moeilijk te herstellen nadeel, XII-4305-3/4 BESLUIT: Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van de NV Dredging International, de NV Envisan en de SA Ecoterres, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend, in de schorsingsprocedure wordt ingewilligd. Artikel 2. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel 3. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 375 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee december 2004, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4305-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.961 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div