← België

Arrest 138033 - - 06/12/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.033 Rolnummer: A. 153635/IX-4578 Zaak: Arrest 138033 - - 06/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-13 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 15:38 Fiche Arrest nr 138.033 van 6 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.033 van 6 december 2004 in de zaak A. 153.635/IX-

  1. In zake : de Politiezone BERINGEN-HAM-TESSENDERLO, die woonplaats kiest bij advocaten M. GEYSKENS en W. MERTENS, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  2. de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten D. D'HOOGHE en L. SCHELLEKENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-51,
  3. de minister van Mobiliteit, die woonplaats kiest bij advocaat G. LENSSENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Jetselaan 32,
  4. de minister van Begroting,
  5. de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de Politiezone BERINGEN-HAM- TESSENDERLO op 9 juli 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van : - het koninklijk besluit van 3 mei 2004 betreffende de overeenkomsten tussen de federale overheid en de politiezones inzake verkeersveiligheid, en van - het ministerieel besluit van 9 juni 2004 betreffende de toekenning van financiële hulp van de Staat aan politiezones inzake Verkeersveiligheid Conventies; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota's van de eerste en tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij; IX-4578-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 september 2004 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 18 oktober 2004; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. DE GROOTE, die loco advocaten M. GEYSKENS en W. MERTENS verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat L. SCHELLEKENS, die verschijnt voor de eerste vertegenwoordiger van de verwerende partij, en van advocaat G. LENSSENS, die verschijnt voor de tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  6. Overwegende dat de bestreden reglementen genomen zijn ter uitvoering van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, waarbij een hoofdstuk VI wordt ingevoegd in de wetten betreffende de politie over het wegverkeer; dat het koninklijk besluit van 3 mei 2004 bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad van 12 mei 2004 en dat het dezelfde dag in werking getreden is; dat het ministerieel besluit van 9 juni 2004, waarbij het bedrag van de aan de politiezones toekomend bedrag van de verkeersboetes wordt bepaald, bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad van 14 juni 2004; dat het maximumbe- drag voor de politiezone Beringen/Ham/Tessenderlo 365.479 Euro bedraagt; 2.
  7. Overwegende dat de verwerende partij opmerkt dat, aangezien verzoekster nog geen overeenkomst gesloten heeft met de ministers van Binnenlandse Zaken en Mobiliteit, zij geen aanspraak kan maken op een tegemoet- koming waarin de bestreden besluiten voorzien; IX-4578-2/4 2.
  8. Overwegende dat in de huidige stand van de rechtspleging over die exceptie geen uitspraak wordt gedaan aangezien, zoals hierna zal blijken, de vordering tot schorsing om een andere reden wordt verworpen;
  9. Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
  10. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoekster uiteenzet dat, ingevolge het geringe bedrag dat zij uit het Verkeersboetenfonds mag verwachten, zij “geen volwaardige en volledige politiezorg meer (kan) bieden”, wat gevolgen zal hebben voor “de verkeersveiligheid, interventies, de wijkwerking, het slachtofferonthaal en het gerechtelijk werk”; dat volgens haar de bestreden besluiten de bedoeling van het Verkeersboetenfonds miskennen doordat er bij gebrek aan middelen geen acties meer zullen kunnen opgezet worden om de verkeersveiligheid te bevorderen; dat zij ook van oordeel is dat de bestreden beslissingen de “zorgzame zones inzake de handhaving en verkeersveiligheid” benadeelt ten voordele van de passieve zones; dat al die omstandigheden, die het gevolg zijn van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten, tot gevolg hebben dat zij haar geloofwaardigheid verliest en dat het vertrouwen van de inwoners geschokt wordt; een latere vernietiging zal dit nadeel niet kunnen herstellen want het niet kunnen naleven van het verkeersveiligheidsplan zal waarschijnlijk tot een groter aantal -nu nog te vermijden- ongevallen leiden; 4.
  11. Overwegende dat de verwerende partij daar terecht op antwoordt dat de bestreden beslissingen niet tot gevolg hebben dat de financiële middelen waarover de politiezones binnen het normale circuit beschikken (de gemeentelijke en de federale dotatie) niet verminderen, terwijl de verkeersveiligheid een van de minimale diensten is die de politiezones moeten verlenen en verzoekster dus langs die weg over werkingsmiddelen beschikt om acties inzake verkeersveiligheid -die overigens niet altijd financiële repercussies moeten hebben- te financieren, dat verzoekster niet concreet aangeeft om welke redenen de onmiddellijke tenuitvoer- legging van de bestreden beslissingen haar zal belemmeren in het verstrekken van een volwaardige en volledige politiezorg en hoe zij daardoor haar geloofwaardigheid kan IX-4578-3/4 verliezen en dat zij ook niet bewijst waarom de financiële middelen die zij op grond van de bestreden beslissingen kan verwachten het haar toch onmogelijk zullen maken om het geplande beleid te voeren, terwijl die berekeningen steunen op objectieve en pertinente criteria, zoals het organiek politiekader, het aantal verkeersslachtoffers en het aantal kilometer gemeentelijke en gewestelijke wegen binnen de zone;
  12. Overwegende dat verzoekster het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet aantoont; dat de vordering om die reden verworpen wordt, BESLUIT: Artikel
  13. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  14. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes december 2000 en vier, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4578-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.033 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.