id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.034 Rolnummer: A. 153632/IX-4581 Zaak: Arrest 138034 - - 06/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-13 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 15:38 Fiche Arrest nr 138.034 van 6 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.034 van 6 december 2004 in de zaak A. 153.632/IX-4581. In zake : Marc VAN HERCK, die woonplaats kiest bij advocaat I. EXELMANS, kantoor houdende te KALMTHOUT, Kapellaan 9/1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGP/DPS, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat 47. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marc VAN HERCK op 10 juli 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing waarbij hij herplaatst wordt naar de coördinatie- en steundienst (CSD)- Antwerpen; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur St. DE TAEYE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 september 2004 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 18 oktober 2004; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-4581-1/9 Gehoord de opmerkingen van advocaat I. EXELMANS, die verschijnt voor verzoeker, en van adviseur E. VAN ROSSEM, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.1. Verzoeker is commissaris van politie, postcommandant bij de provinciale verkeerspost Antwerpen. 1.2. Bij beslissing van 10 december 2003 van de directeur-generaal van de Algemene Directie van de Bestuurlijke Politie van de federale politie wordt hij, vanaf 11 december 2003, voor onbepaalde duur gedetacheerd naar de coördinatie en steundienst (CSD) Antwerpen. Deze detachering houdt verband met de stressenquête die bij de verkeerspolitie van Antwerpen werd gevoerd. 1.3. Bij nota van 18 december 2003 vraagt verzoeker inzage en kopie van de stressenquête en de eraan gekoppelde evaluatie door de dienst DPI. Verder vraagt hij “een gesprek met een bevoegd persoon van de dienst van CP Frank CERPENTIER om zoals beloofd, toelichting te krijgen bij de gevoerde stressenquête en het eruit volgende resultaat. 1.4. Luidens een verklaring van commandant Frank CERPENTIER, diensthoofd van het stressteam van de federale politie, heeft deze op 29 januari 2004 een gesprek met verzoeker over de resultaten van de stressenquête, waarbij de resultaten van de enquête werden toegelicht en verzoeker de gelegenheid werd geboden het verslag over bedoelde stressenquête in te kijken. 1.5. Bij nota van 9 februari 2004 wordt verzoeker medegedeeld dat zijn kandidatuur voor een herplaatsing naar “DAC/wegpolitie Limburg-Comdo”, niet IX-4581-2/9 wordt weerhouden. Verzoeker wordt eveneens ongeschikt bevonden voor een bediening in LPA Deurne. 1.6. Bij nota van 9 maart 2004, aan verzoeker ter kennis gebracht op 12 maart 2004, wordt door de directeur-generaal bij de Algemene Directie Bestuurlijke Politie een herplaatsing van verzoeker voorgesteld naar de DAR - blijkbaar een eenheid die in Brussel gevestigd is - met een detachering naar WPR Comdo vanaf zijn eerste dag van inzetting in de DAR. Op 17 maart 2004 dient verzoeker een verweerschrift tegen dat voorstel in. Bij nota van 8 april 2004 beantwoordt de waarnemend directeur- generaal het verweerschrift van verzoeker en wordt het voorstel tot herplaatsing naar de DAR gehandhaafd. Deze nota luidt als volgt : “2.1. Tijdens de afwezigheid van de directeur-generaal BLIKI wegens ziekte, oefen ik de functie uit van Wnd directeur-Generaal. Het is dus in deze functie dat ik een voorstel (geen beslissing) tot uw herplaatsing naar de DAR ingediend heb. 2.2 Wat de omschrijving en motivering van het voorstel betreft, werd zoals u weet, in de schoot van VerkP ANTWERPEN een stress- onderzoek uitgevoerd door DPIT. 2.3. De besluiten van dit onderzoek zijn duidelijk : 2.3.1. Er bestaan ernstige spanningen binnen de verkeerspost ANTWERPEN. Die hebben voornamelijk te maken met de sociale relaties tussen de chef van de verkeerspost, het middenkader en het basiskader. 2.3.2. De volgende vaststellingen werden gedaan : - De chef van de verkeerspost bevindt zich in een geïsoleerde positie, zowel naar de leden van het basiskader als naar het middenkader toe; - Veel personeelsleden verwijten hun chef : . Onbekwaamheid; . Partijdigheid m.b.t. de leden van het middenkader die door hem zouden worden beschermd; . Een totale desinteresse en gebrek aan steun voor zijn mede- werkers. 2.4. De aanbevelingen spreken voor zich : Omwille van zijn geïsoleerde positie en het gebrek aan leiding van de huidige chef van de verkeerspost lijkt zijn positie binnen de groep onhoudbaar. 2.5. Bijgevolg bezit U niet meer het nodige gezag om uw functie van chef verkeerpost ANTWERPEN uit te oefenen. IX-4581-3/9 2.6. Onlangs werd U ongeschikt geacht voor zowel voor een bediening in LPA/DEURNE als voor een bediening in WPR-LIMBURG. 2.7. Rekening houdend met Pt 2.5., heb ik een voorstel ingediend tot uw herplaatsing naar de DAR”. In diezelfde nota wordt verzoeker medegedeeld dat hij zal gehoord worden op 13 april 2004, naar aanleiding waarvan hem de mogelijkheid zal worden geboden zijn argumenten ten gronde naar voor te brengen. 1.7. Op 13 april 2004 vindt het onderhoud plaats. 1.8. Bij nota van 14 april 2004 stelt de directeur-generaal voor verzoeker “in bovental te herplaatsen naar de CSD Antwerpen” en dit “in overleg met de DirCo Antwerpen en met het akkoord van het Diensthoofd WPR, de Dirco Antwerpen en betrokkene”. Die nota wordt op 20 april 2004 door de directeur- generaal human resources geparafeerd. 1.9. In het Bulletin van het Personeel van 11 mei 2004 wordt de herplaatsing van verzoeker naar de CSD Antwerpen bekendgemaakt. Dit is de bestreden beslissing. 2.1. Overwegende dat de verwerende partij het belang van verzoeker betwist doordat een schorsing hem geen voordeel kan opleveren aangezien verzoeker op 10 december 2003 voor onbepaalde tijd gedetacheerd werd naar CSD Antwerpen zodat, in geval het bestreden besluit geschorst wordt, het die beslissing is die opnieuw uitwerking zal krijgen en verzoeker niet in zijn functie van postcom- mandant hersteld zal worden; 2.2. Overwegende dat de Raad van State over deze exceptie geen uitspraak doet om reden dat, zoals hierna zal blijken, de vordering om een andere reden verworpen wordt; 3. Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing IX-4581-4/9 kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.1. Overwegende dat verzoeker in het eerste middel de schending aanvoert van de hoorplicht, van zijn rechten van verdediging en van het zorgvuldigheidsbeginsel doordat het bestreden besluit, dat zijn rechtstoestand in ongunstige zin wijzigt en steunt op gegevens die hem als een tekortkoming worden aangerekend, niet getroffen kon worden zonder dat hij de gelegenheid had gekregen zijn standpunt naar voren te brengen, terwijl hij geen inzage gekregen heeft van het stressonderzoek waarin het bestreden besluit nochtans zijn grondslag vindt; 4.2. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota met opmerkingen betoogt wat volgt: verzoeker heeft in de nota van 18 december 2003 zelf gesteld dat hij ontboden is door hoofdcommissaris DEBLAERE die hem het resultaat van de stressenquête heeft toegelicht; bovendien had verzoeker op 29 januari 2004 een onderhoud met F. CERPENTIER, hoofd van het stressteam, waarbij hij -luidens de verklaring van CERPENTIER die neergelegd is in het administratief dossier- inzage kreeg van de enquête; aldus zijn de rechten van verzoeker niet geschonden; 4.3.1. Overwegende dat verzoeker in het kader van dit middel niet betwist dat de bestreden beslissing een ordemaatregel is die erop gericht is het belang van de dienst veilig te stellen; dat de rechten van verdediging, zoals die gelden in tuchtaangelegenheden, terzake dan ook niet van toepassing zijn; dat de verwerende partij van haar kant niet betwist dat zij, bij het opleggen van een ordemaatregel die ingrijpt op het functioneren van verzoeker en die steunt op zijn persoonlijke gedragingen, oog moest hebben voor de rechten van verzoeker, met name het recht om nuttig voor zijn belangen op te komen, wat impliceert dat zij er zich moest van verzekeren dat verzoeker zicht had op de feitelijke situatie zoals zij die voor zich had en wist wat het bestuur van plan was; dat zulks niet vereist dat hij, als in tuchtzaken, in de mogelijkheid gesteld moest worden kennis te nemen van het gehele dossier -te dezen het gehele stressonderzoek-; dat de verwerende partij aan haar verplichting voldaan heeft wanneer blijkt dat verzoeker over voldoende informatie beschikte om de zaak in te schatten en met kennis van zaken zijn standpunt over zijn herplaatsing ter kennis van de verwerende partij te brengen; IX-4581-5/9 4.3.2. Overwegende dat in de huidige stand van de rechtspleging wordt vastgesteld dat verzoeker in zijn nota van 18 december 2003 zelf stelt dat hij op 9 december 2003 “in het bezit gesteld (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.