← België

Arrest 138066 - - 06/12/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.066 Rolnummer: A. 100820/XIV-2166 Zaak: Arrest 138066 - - 06/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-17 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 15:44 Fiche Arrest nr 138.066 van 6 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.066 van 6 december 2004 in de zaak A.100.820/XIV-

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat K. HINNEKENS, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, Louis Pasteurlaan 24 tegen :
  2. de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
  3. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 18 augustus 1970 en van Azerbeidzjaanse nationaliteit, op 21 februari 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 8 februari 2001 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 januari 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op 9 februari 2001; Gelet op de beschikking van 27 maart 2001 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gezien de regelmatig gewisselde memorie van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; XIV-2166-1/4 Gelet op de beschikking van 26 augustus 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 6 oktober 2004 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. MEULEMANS die, loco Advocaat K. HINNEKENS, verschijnt voor de verzoekende partij, van Adjunct-adviseur D. HANOULLE, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST in de mate dat tot de verwerping van het beroep tot nietigverklaring wordt besloten; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de brief van de Dienst Vreemdelingenzaken van 22 september 2004 betreffende de actuele verblijfstoestand van de verzoekende partij als volgt luidt: “(...) Betrokkene werd op 22 maart 2001 gerepatrieerd met bestemming BAKU (Azerbeidzjan).”; Overwegende dat de inhoud van voornoemde brief aan het tegensprekelijk debat wordt onderworpen ter openbare zitting van woensdag 6 oktober 2004; Overwegende dat de Advocaat van de verzoekende partij, die zich laat vervangen door Advocaat P. MEULEMANS, volhardt en verwijst naar de schriftelijke procedure; Overwegende dat de Advocate ter terechtzitting niets zegt over de actuele verblijfssituatie van de verzoekende partij; dat zij evenmin preciseert wanneer en hoe zij contact had met de verzoekende partij; dat zij niet uitlegt of de dominus litis, zijnde Advocaat K. HINNEKENS, nog steeds mandaat heeft om de verzoekende partij te vertegenwoordigen en om haar belangen te verdedigen; dat desbetreffend geen stuk wordt neergelegd waaruit blijkt dat de verzoekende partij volhardt in de door haar ingeleide procedure bij de Raad van State; dat alleen een partij kan beslissen of zij volhardt in haar vordering en niet haar lasthebber; dat evenmin wordt uitgelegd hoe en wanneer de verzoekende partij voor het laatst instructies gaf aan haar Advocaat; dat de Advocate, die Advocaat K. HINNEKENS vervangt ter zitting met geen woord rept over instructies; dat in die omstandigheden de verzoekende partij niet langer getuigt van het rechtens vereiste XIV-2166-2/4 actueel belang bij de procedure voor de Raad van State, omdat het vermoeden van het bestaan van een mandaat van een Advocaat in casu wordt teniet gedaan door de periode die is verlopen tussen het tijdstip van repatriëring, met name 22 maart 2001 en de datum van de terechtzitting met name 6 oktober 2004; dat het Auditoraat, dat een verslag heeft geredigeerd op 24 april 2002, niet onderzocht of de verzoekende partij nog op Belgisch grondgebied verbleef op het tijdstip waarop het verslag werd opgesteld; dat de Advocaat van de verzoekende partij het verzoekschrift tot nietigverklaring indient op 21 februari 2001, amper één maand vóór de repatriëring van de verzoekende partij; dat over de omstandigheden van de repatriëring niets wordt meegedeeld, noch door de verzoekende partij, noch door de verwerende partijen; dat het bijgevolg mogelijk is dat de verzoekende partij is teruggekeerd naar haar land van herkomst in specifieke omstandigheden, mits het verlenen van enige financiële hulp door de tweede verwerende partij; Overwegende dat alle partijen in elk proces op een correcte, loyale en ernstige manier moeten meewerken, in het belang van een behoorlijke rechtsbedeling; dat het onaanvaardbaar is dat een proces wordt gevoerd, zonder dat de concrete situatie van de verzoekende partij gekend is, en zonder dat is geweten of zij al dan niet de ingeleide procedure wenst verder te zetten; dat uit wat voorafgaat volgt, dat de Raad van State ambtshalve besluit tot het ontbreken van het rechtens vereiste actueel belang en concludeert tot de onontvankelijkheid van de ingestelde vordering, BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt onontvankelijk verklaard. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-2166-3/4 Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes december tweeduizend en vier, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-2166-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.066 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.