id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.070 Rolnummer: A. 107242/XIV-5441 Zaak: Arrest 138070 - - 06/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-17 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 15:45 Fiche Arrest nr 138.070 van 6 december 2004 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.070 van 6 december 2004 in de zaak A.107.242/XIV-
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat P. VAN HOECKE, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Amerikalei 25-27 tegen :
- de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 19 oktober 1979 en van XXX nationaliteit, op 5 juli 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 7 juni 2001 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 6 november 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gelet op de beschikking van 28 augustus 2001 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 30 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 17 november 2004 om 14.00 uur; XIV-5441-1/4 Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. VAN HOECKE, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Adjunct-adviseur F. VEREEKEN, die verschijnt voor de eerste verwerende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de feitelijke gegevens van de zaak. 1.
- De verzoekende partij komt België binnen op 12 november 1999 en verklaart zich vluchteling op 17 november
- 1.
- Op 6 november 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 7 juni 2001 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. De bevestigende beslissing van de Commissaris-generaal, die de bestreden beslissing uitmaakt, is gemotiveerd als volgt: “(...) Aan betrokkene werd op 29 maart 2001 op zijn gekozen woonplaats een oproeping aangetekend verstuurd om de motieven voor zijn asielaanvraag te komen toelichten of deze schriftelijk over te maken aan het Commissariaat-generaal. Aangezien betrokkene zonder geldige reden binnen de maand na de verzending ervan geen gevolg heeft gegeven aan deze oproeping noch aan de vraag om inlichtingen, bevestigt de Commissaris-generaal overeenkomstig artikel 52, par. 2, al. 4, van de Vreemdelingenwet, de weigering van verblijf besloten door de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken op 6 november
- De Commissaris-generaal meent dat de betrokken vreemdeling in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat hij ontvlucht is, en waar, volgens zijn verklaring, zijn leven, zijn fysieke integriteit of zijn vrijheid in gevaar zou verkeren. (...)”. XIV-5441-2/4
- Over de gegrondheid van de zaak. Overwegende dat verzoeker in een tweede middel aanvoert dat zijn rechten van verdediging werden geschonden, doordat de aangetekende oproepingsbrief van 27 maart 2001 van de eerste verwerende partij waardoor verzoeker werd uitgenodigd voor een interview op het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 5 april 2001 om 8u30, naar een foutief adres werd verstuurd, met name naar de S.straat 76, in plaats van naar de V.straat, 76, 2de verdieping; dat verzoeker daaraan toevoegt dat door de postdiensten werd genoteerd dat verzoeker afwezig was op 2 april 2001, zijnde de datum van de aanbieding van de aangetekende zending, dat geen bericht in de bus werd achtergelaten en dat de mogelijkheid reëel is dat voornoemde aangetekende zending werd aangeboden te A., L.straat 53, waar verzoeker niet woont, adres dat nochtans figureert op de briefomslag van 29 maart 2001, waarin de oproepingsbrief van 27 maart 2001 zich bevindt, die op 19 april 2001 onbesteld binnenkwam op het Commissariaat-generaal; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat verzoeker de aangetekende oproepingsbrief van 27 maart 2001 met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet heeft ontvangen, vermits geen bericht werd achtergelaten in de brievenbus noch op het adres: S.straat, 76 te A., noch op het adres L.straat 53 te A.; dat bovendien vaststaat dat de eerste verwerende partij geen rekening hield met de inhoud van het faxbericht van 10 april 2001 van de Advocaat van verzoeker, waarin de Advocaat het volgende meedeelt: “(...) Waarde Commissaris-generaal, Ik ontving bezoek van cliënt in een huurgeschil en ik vroeg hem of hij naar het interview was geweest op 5 april. Mijn cliënt zei mij dat hij geen uitnodiging had ontvangen. Bij nazicht stel ik vast dat de uitnodiging verstuurd werd naar de S.straat 76 te A. terwijl het adres is Van S.straat 76 te A. Kan u een nieuwe datum bepalen? (...).”; Overwegende dat in voornoemd schrijven expliciet wordt verzocht om een nieuwe datum voor het interview te bepalen; dat de eerste verwerende partij geen rekening hield met dit verzoek en een beslissing nam op basis van artikel 52, § 2, alinea 4, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet); dat gelet op wat voorafgaat, de eerste verwerende partij een dergelijke beslissing niet had mogen nemen, omdat zij aldus heeft belet dat verzoeker nuttig voor zijn belangen kon opkomen en heeft verhinderd dat verzoeker zijn asielrelaas mondeling kwam toelichten, wat een schending uitmaakt van de rechten van de asielzoeker; dat het tweede middel in die mate gegrond is en dat de bestreden beslissing wordt nietigverklaard, zoals hierna bepaald, XIV-5441-3/4 BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 7 juni
- Artikel
- De kosten ten belope van 173,53 euro, vallen ten laste van de eerste verwerende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes december tweeduizend en vier, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-5441-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.070 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.