id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.080 Rolnummer: A. 154732/XII-4230 Zaak: Arrest 138080 - - 07/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-16 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 15:48 Fiche Arrest nr 138.080 van 7 december 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.080 van 7 december 2004 in de zaak A. 154.732/XII-
- In zake : André CORTHOUTS, die woonplaats kiest bij advocaat T. Peeters, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 33 tegen : de HOGESCHOOL LIMBURG, die woonplaats kiest bij advocaat E. Bral, kantoor houdende te Gent, Henleykaai 3 R. tussenkomende partij : Kurt DE PROFT, wonende te Wolvertem, Slozenstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat André Corthouts op 13 augustus 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de “beslissing van 15 juni 2004 van de Hogeschool Limburg [dat hij] niet batig gerangschikt was en niet kon opgenomen worden in de werfreserve voor het ambt van docent bouwkunde, [...] en waarbij vervolgens een zekere heer De Proft voor dit ambt werd benoemd”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoeker de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-4230-1/4 Gelet op de beschikking van 3 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 november 2004; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. Peeters, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat E. Bral, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat K. Gijsels, die loco advocaat F. Van Der Schueren verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Kurt De Proft met een verzoekschrift van 14 september 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat hij is aangesteld in de door verzoeker geambieerde betrekking en belang heeft bij de uitkomst van de vordering; dat er reden is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de door de verwerende partij en door de tussenkomende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; XII-4230-2/4 Overwegende dat verzoeker met betrekking tot de tweede voorwaarde in het inleidend verzoekschrift de volgende uiteenzetting geeft : “Er kan geen twijfel over bestaan dat verzoekster een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijdt door de aangevochten beslissingen. Verzoeker is 57 jaar en kan vanaf de leeftijd van 60 jaar op pensioen. Hij staat aldus dermate dicht bij de pensioengerechtigde leeftijd dat hij op het ogenblik van de eventuele vernietiging wellicht reeds gepensioneerd zal zijn en dus niet meer kan worden benoemd, of dat een benoeming op dat ogenblik niet meer wenselijk zou kunnen worden geacht, of dat een benoeming op dat ogenblik geen feitelijke genoegdoening meer zal kunnen schenken. Bovendien komt verzoeker door de schorsing van de bestreden beslissing en gelet op zijn nuttige beroepservaring en dienstanciënniteit rechtstreeks in aanmerking voor de aanstelling als docent bouwkunde, zodat een vernietigingsarrest een maat voor niets dreigt te worden. Hierdoor ontstaat een rechtstreeks materieel moeilijk te herstellen ernstig nadeel”; Overwegende dat het door verzoeker ingeroepen nadeel uitsluitend steunt op de veronderstelde duur van de annulatieprocedure voor de Raad van State en dat hij geen nadeel noemt dat rechtstreeks voortvloeit uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen; dat, daargelaten de vraag of en in welke mate de Raad dan wel rekening mag houden met zulk nadeel, moet worden vastgesteld dat een vervroegde pensionering op zestig jaar slechts het gevolg kan zijn van de vrije keuze van verzoeker; dat wie voortijdig een pensioen aanvraagt en aldus verzaakt aan zijn rechten op benoeming en bevordering, het nadeel door eigen toedoen veroorzaakt; dat een dergelijk nadeel niet in aanmerking komt als nadeel in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten; dat verzoeker in fine ook een “rechtstreeks materieel” nadeel noemt, zonder nadere precisering; dat, in de veronderstelling dat hij hiermee een financieel nadeel bedoelt, het achterwege blijven van enige becijfering, het feit dat verzoeker hoe dan ook thans als assistent vast benoemd is aan de hogeschool en het gegeven dat een financieel nadeel in beginsel niet onherstelbaar is, alle leiden tot de conclusie dat ook dit nadeel niet kan worden aangenomen; Overwegende dat niet is voldaan aan de besproken voorwaarde; dat dit volstaat om de vordering te verwerpen, XII-4230-3/4 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Kurt De Proft in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven december 2004, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4230-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.080 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.272 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.