id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.101 Rolnummer: A. 141746/XIV-16804 Zaak: Arrest 138101 - - 07/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-12 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-04 15:51 Fiche Arrest nr 138.101 van 7 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.101 van 7 december 2004 in de zaak A. 141.746/XIV-16.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat H. CAMERLYNCK, kantoor houdende te 8900 IEPER, Cartonstraat 14 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Libanese nationaliteit, op 21 augustus 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 17 juli 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 14 mei 2003 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 22 juli 2003; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 30 september 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 6 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 mei 2004; XIV-16.804-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DUPONT, die loco advocaat M.-Ch. WARLOP verschijnt voor de verzoekende partij en van adjunct-adviseur Ch. LECHAT, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 5 mei 2003 en zich vluchteling verklaart op 7 mei 2003; dat op 14 mei 2003 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 17 juli 2003 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is, die als volgt is gemotiveerd: “A. Vluchtrelaas U verklaart een Libanees staatsburger te zijn afkomstig uit Gazieh. Op 30 mei 2003 heeft u Libanon verlaten en bent u naar België gereisd waar u op 7 mei 2003 asiel hebt gevraagd aan de Belgische autoriteiten. U bent niet in het bezit van een geldig identiteitsdocument. U woonde samen met uw echtgenoot en uw drie kinderen in XXX in het zuiden van Libanon. Zelf hebt u nooit problemen gekend in Libanon. Uw echtgenoot zou er problemen gekend hebben maar hij weigerde u hiervan op de hoogte te brengen. U hebt samen met uw man en uw kinderen uw land verlaten omdat uw man dit beslist had. B. Motivering Uit uw verklaring blijkt dat u uw asielaanvraag steunt op de motieven aangebracht door uw man ter staving van zijn asielrelaas. U verklaart niet op de hoogte te zijn van de redenen die uw man aanhaalt en u verklaart eveneens persoonlijk nooit problemen te hebben gekend. U bent gevlucht omwille van de problemen van uw man. (gehoorverslag dringend beroep p. 4, p. 6-7). Wat betreft het door hem ingestelde dringende beroep werd een bevestigende beslissing van weigering van verblijf genomen. Derhalve dient ook voor u een bevestigende beslissing te worden genomen. C. Conclusie Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag kennelijk ongegrond is. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de 5 dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (koninklijk besluit van 19/05/1993; artikel 17, al. 2, par. 2).”; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending aanvoert van artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van XIV-16.804-2/4 vreemdelingen, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van de rechtszekerheidsnorm, de billijkheid en de rechten van verdediging als algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en machtsoverschrijding; dat de verzoekende partij de motivering van de bestreden beslissing herhaalt en zich verder bij het door haar echtgenoot in het kader van zijn beroep tot nietigverklaring en zijn verzoek tot schorsing aangevoerde middel, dat zij zelf zijdelings vrees koestert voor haar leven en dat van hun kinderen, dat zij geen bescherming kon inroepen van de Libanese autoriteiten omdat die zelf door hun houding de vervolging van haar echtgenoot in de hand werkten, dat zij de voorwaarden vervult zoals vooropgesteld in het Internationaal verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951 en dat de commissaris-generaal haar asielaanvraag in het geheel had moeten onderzoeken; 2.
- Overwegende dat het middel inhoudelijk identiek is aan hetgeen XXX, echtgenoot van de verzoekende partij, als middel heeft ingeroepen tegen de hem betreffende beslissing van de commissaris-generaal, die gesteund was op dezelfde feitelijke gegevens; dat het beroep van XXX tegen de hem betreffende beslissing met ‘s Raads arrest nr. 138.100 van 7 december 2004 werd verworpen; dat de verzoekende partij in de huidige zaak geen belang meer kan laten gelden bij hetzelfde middel; dat het middel onontvankelijk is;
- Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-16.804-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven december tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-16.804-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.101 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.