id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.195 Rolnummer: A. 87701/XII-2301 Zaak: Arrest 138195 - - 09/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-13 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 15:53 Fiche Arrest nr 138.195 van 9 december 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.195 van 9 december 2004 in de zaak A. 87.701/XII-
- In zake : de NV FLANDRIA INTERNATIONAL, (in faillissement) vertegenwoordigd door advocaat E. Van Camp, curator, woonplaats kiezend bij advocaat C. Bevernage, kantoor houdende te 1200 Brussel, Neerveldstraat 101-103 tegen : het GEMEENTELIJK HAVENBEDRIJF ANTWERPEN, dat woonplaats kiest bij advocaten D. D'Hooghe en R. Heijse, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, bus
- tussenkomende partij : de NV CH. DE WIT, die woonplaats kiest bij advocaat E. Pringuet, kantoor houdende te Drongen, Kroonprinsstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Flandria International op 5 november 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “
(1)het besluit van 29 oktober 1999 van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen tot gunning van de opdracht van de drinkwaterbedeling aan binnenschepen in de haven van Antwerpen aan de n.v. Ch. De Wit;
(2)het besluit van 29 oktober 1999 van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen om de offerte van de nv Flandria International voor de voormelde opdracht niet aan te nemen als de meest voordelige offerte; en
(3)het besluit van 29 oktober 1999 van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen om de drinkwaterbedeling aan de binnenvaart in de haven van Antwerpen vanaf 01.01.2000 te organiseren met een combinatie van vaste laadposten en twee waterboten en dienstverlening van 7.00 uur tot 18.00 uur”; XII-2301-1/4 Gelet op het arrest nr. 83.481 van 16 november 1999 waarbij de verzoeken tot tussenkomst van de NV Ch. De Wit en de VZW Vereniging van Belgische Reders der Binnen- en Rijnvaart in het administratief kort geding worden ingewilligd, de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 15 december 1999 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 20 januari 2000 van de NV. Ch. De Wit; Gelet op de beschikking van 20 maart 2000 die de tussenkomst van de NV Ch. De Wit toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 9 maart 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 11 maart 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; XII-2301-2/4 Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel 1. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de failliete boedel. De kosten van de tussenkomsten in de vordering tot schorsing, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst in het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. XII-2301-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen december 2004, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2301-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.195 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.83.481 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div