id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.262 Rolnummer: A. 78967/VII-16765 Zaak: Arrest 138262 - - 09/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-20 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 15:55 Fiche Arrest nr 138.262 van 9 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.262 van 9 december 2004 in de zaak A. 78.967/VII-16.
- In zake : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Middenstand en Landbouw tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. LANGE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Schermersstraat
- tussenkomende partij : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM), die woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Belgische Staat op 15 juni 1998 heeft ingediend om de "gedeeltelijke nietigverklaring (te vorderen) (...) van het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1997 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer (VLAREA), bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 april 1998"; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 14 september 1998 ingediend door de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest; Gelet op de beschikking van 21 september 1998 die de tussenkomst van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; VII-16.765-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 21 juni 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 30 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 oktober 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de o p mer k ingen van Advo caat A. DE SCHAMPHELEIRE die, loco Advocaat H. LANGE verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat V. VAN DE KEERE die, loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift haar belang bij haar beroep verantwoordt doordat het aangevochten besluit maatregelen bevat die een weerslag hebben op het landbouwbeleid terwijl het Vlaamse Gewest met haar geen overleg heeft gepleegd en doordat artikel 4 van het aangevochten besluit en de ermee overeenstemmende bijlagen maatregelen inhouden die de gewestelijke bevoegdheden inzake afvalstoffen overschrijden; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag stelde wat volgt : "Voorts dient aangestipt dat artikel 6, § 1, V van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 sedert het instellen van het annulatieberoep gewijzigd werd. Ingevolge de bijzondere wet van 13 juli 2001 omschrijft deze bepaling de gewestelijke bevoegdheid op het vlak van de landbouw thans als volgt : VII-16.765-2/4 1/ de normering en de daarop toepasbare controle inzake de kwaliteit van de grondstoffen en de plantaardige producten met het oog op het verzekeren van de veiligheid van de voedselketen; 2/ de normering en de daarop toepasbare controle inzake de dierengezond- heid, het dierenwelzijn en de kwaliteit van de dierlijke producten met het oog op het verzekeren van de veiligheid van de voedselketen; 3/ de inkomensvervangende maatregelen bij vervroegde uittreding van oudere landbouwers; 4/ het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau, met dien verstande dat de gewesten in zijn schoot beschikken over een gegarandeerde en significante vertegenwoordiging. Het akkoord van de betrokken gewestregeringen is vereist voor de maatregelen van de federale overheid inzake dierenwelzijn die een weerslag hebben op het landbouwbeleid'. Gelet op deze uitbreiding van de gewestelijke bevoegdheden inzake landbouw rijst de vraag of verzoekster meent nog een actueel belang te hebben bij het ingestelde annulatieberoep, en zo ja waarin dat belang dan gelegen is. Aan verzoekster wordt dan ook gevraagd om in de laatste memorie hieromtrent duidelijkheid te verschaffen. Bij gebrek aan toelichting menen wij er te mogen van uit gaan dat verzoekster niet langer over het vereiste actueel belang beschikt"; Overwegende dat de verzoekende partij geen laatste memorie heeft ingediend; dat zij ook niet ter terechtzitting is verschenen; dat uit het gebrek aan medewerking met de rechter moet worden afgeleid dat de verzoekende partij niet langer over het vereiste actueel belang beschikt, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-16.765-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen december tweeduizend en vier, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.765-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.262 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.