id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.286 Rolnummer: A. 142958/XIV-17197 Zaak: Arrest 138286 - - 09/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-20 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-04 16:03 Fiche Arrest nr 138.286 van 9 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.286 van 9 december 2004 in de zaak A. 142.958/XIV-17.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. DE WIT, kantoor houdende te 2110 WIJNEGEM, Turnhoutsebaan 214-216 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Soedanese nationaliteit, op 21 oktober 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 19 september 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 10 februari 2003 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 24 oktober 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 8 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 oktober 2004; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-17.197-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat S. DE WIT, die verschijnt voor de verzoekende partij en van adjunct-adviseur V. HOEFNAGELS, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 23 november 2002 en zich vluchteling verklaart op 26 november 2002; dat op 10 februari 2003 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 19 september 2003 de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is; 2.1.
- Overwegende dat de verzoekende partij een eerste middel aanvoert dat luidt als volgt: “Wat betreft de ‘vrees voor vervolging’ in de zin van de Conventie van Genève Verzoekster is christen in een land waar een burgeroorlog aan de gang is tussen regeringssoldaten en rebellen. Als christen leven in een land waar men strijd om een islamitische staat zonder respect voor andere overtuigingen is zeer moeilijk en ondraaglijk. De vader van verzoeker werd gedood voor de ouderlijke woning om reden dat hij rebellen zou verbergen en om reden dat hij christen (geen echte Soedanees) is. Gelukkig kon verzoeker ontsnappen. In het andere geval stond hem alleszins hetzelfde lot als zijn vader te wachten, minstens diende hij gedwongen het leger te vervoegen en - tegen zijn overtuiging in - onschuldigen af te slachten. Gelet op hetgeen gebeurde in het dorp van verzoeker op 19/10/2002 is de vrees voor vervolging in hoofde van verzoeker alleszins gegrond en dient verzoeker als vluchteling erkend te worden overeenkomstig de Conventie van Genève en de art. 48 e.v. van de Vreemdelingenwet.”; 2.1.
- Overwegende dat aan artikel 1, (A), 2 van de Vluchtelingenconventie een directe werking moet worden ontzegd;; dat het middel in zoverre het de schending inroept van deze bepaling niet ontvankelijk is; Overwegende dat artikel 48 van de Vreemdelingenwet luidt als volgt : “Kan als vluchteling worden erkend de vreemdeling die voldoet aan de voorwaarden die ten dien einde gesteld worden door de internationale overeenkomsten die België binden.”; dat de asielaanvraag van de verzoekende partij is behandeld en afgewezen overeenkomstig artikel 52 van de Vreemdelingenwet; dat hieruit volgt dat de verzoekende partij de schending van artikel 48 van de Vreemdelingenwet niet dienstig kan aanvoeren; dat het middel in zoverre het de schending inroept van deze bepaling niet ontvankelijk is; XIV-17.197-2/5 2.2.
- Overwegende dat de verzoekende partij een tweede middel aanvoert dat luidt als volgt: “Wat betreft de schending van de regelen van behoorlijk bestuur Het commissariaat-generaal trekt zeer ten onrechte de nationaliteit van verzoeker in twijfel. Verzoeker leefde in een zeer kleine gemeenschap in Matong en kende weliswaar de grotere steden/dorpen rondom Matong. Verzoeker noemde trouwens op correcte wijze een aantal dorpen/steden rondom Matong. Dat verzoeker de kleine dorpjes rondom zijn gemeenschap niet kent is niet abnormaal en niet onlogisch, aangezien hij daar niets mee te maken had en daar nooit kwam, noch de andere dorpelingen. Verzoeker erkent dat ‘Erkowit’ en ‘Torit’ dorpen rond Matong zijn. Verzoeker behoort tot de christelijke minderheid in Soedan en is politiek inactief. Buiten zijn geringe politiekennis is verzoeker toch in staat wezenlijke zaken m.b.t. Soedan te vermelden, waaruit blijkt dat hij daar verbleef. Dat verzoeker de minister van Defensie niet kent is geen schande en kan onmogelijk leiden tot het besluit dat hij de nationaliteit niet bezit. Vraag eens op straat in België naar de naam van de minister van Defensie ? Verzoeker heeft juist geantwoord op de vraag of Soedan problemen heeft gehad met buurlanden. Dat verzoeker niet alle problemen vernoemd kan hem niet kwalijk genomen worden. Over de Lord’s Resistance Army werd bovendien geen vraag gesteld. Gelet op het voorgaande is het betreurenswaardig te moeten vaststellen dat het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen stelt dat er geen ernstige aanwijzingen bestaan van een gegronde vrees voor vervolging in de zin van de Conventie van Genève. Een dergelijke beslissing gaat tegen alle redelijkheid in en schaadt het vertrouwen omtrent een goede besluitvorming. Men kan toch niet aannemen dat de beslissing van het commissariaat-generaal steunt op gewichtige feiten. Tevens is het commissariaat-generaal onzorgvuldig te werk gegaan, daar het de zaak en verhaal van verzoeker nauwgezet en zorgvuldig diende te onderzoeken. Het commissariaat-generaal dient van de reële situatie ter plaatse op de hoogte zijn. Verzoeker mag niet de dupe zijn van een gebrekkig onderzoek in hoofde van het commissariaat-generaal. Een schending van het redelijkheids- vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel is derhalve bewezen.”; 2.2.
- Overwegende dat de commissaris-generaal genoodzaakt was om vragen te stellen over de regio waarvan de verzoekende partij beweert afkomstig te zijn, aangezien de verzoekende partij geen enkel document heeft neergelegd waaruit haar nationaliteit blijkt; dat in de bestreden beslissing op omstandige wijze is uiteengezet op welke elementaire vragen de verzoekende partij niet kon antwoorden; dat de vaststellingen van de commissaris-generaal steun vinden in het administratief dossier, zodat hij in alle redelijkheid kon concluderen dat de verzoekende partij haar voorgehouden afkomst niet aannemelijk maakt; dat het tweede middel niet gegrond is; 2.3.
- Overwegende dat de verzoekende partij een derde middel aanvoert dat luidt als volgt: “Wat betreft de schending van art. 2 en 5 van het EVRM De beslissing van het commissariaat-generaal doet afbreuk aan de art. 2 en 5 van het EVRM die het recht op leven en het recht op vrijheid en veiligheid waarborgen. Door het relaas van verzoeker te negeren en verzoeker terug te sturen naar Soedan brengt het commissariaat-generaal het leven, de vrijheid en de veiligheid van verzoeker in het gedrang. Verzoeker wordt geviseerd in zijn land omwille van valse redenen en omwille van zijn geloofsovertuiging, welke vrijheid internationaal wordt erkend. XIV-17.197-3/5 De bestreden beslissing schendt dan ook manifest de art. 2 en 5 van het E.V.R.M.”; 2.3.
- Overwegende dat de verzoekende partij zich beperkt tot loutere affirmaties als zou bij de uitvoering van de bestreden beslissing haar recht op persoonlijke vrijheid, zoals gewaarborgd door deze verdragsbepalingen, niet gegarandeerd zijn; dat de verzoekende partij echter niet op concrete wijze aangeeft hoe de betrokken bepalingen met de bestreden beslissing zouden zijn geschonden; dat het middel ongegrond is;
- Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen december tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, XIV-17.197-4/5 M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-17.197-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.286 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.