← België

Arrest 138370 - - 10/12/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.370 Rolnummer: A. 90897/X-9478 Zaak: Arrest 138370 - - 10/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-16 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 16:15 Fiche Arrest nr 138.370 van 10 december 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 138.370 van 10 december 2004 in de zaak A. 90.897/X-

  1. In zake :
  2. Alexander VAN EYCK,
  3. Anne DE GROOF, die woonplaats kiezen bij Advocaat R. VERHOFSTE, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Prinses Joséphine Charlottelaan 106 tegen : de stad SINT-NIKLAAS. tussenkomende partijen :
  4. de n.v. MATEXI, die woonplaats kiest bij Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Visserij 157 A,
  5. Peter D'HANIS, die woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Alexander VAN EYCK en Anne DE GROOF op 12 april 2000 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 9 november 1998 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas waarbij aan de n.v. MATEXI de vergunning wordt verleend voor het bouwen van twee woningen (half open bebouwing) - loten 7 en 8- op een perceel gelegen te Sint-Niklaas, Nieuwe Molenwijk, Gustaaf De Ridderstraat, kadastraal bekend Sectie B, nr. 707b; Gelet op het arrest nr. 90.113 van 10 oktober 2000 waarbij de verzoeken tot tussenkomst van de n.v. MATEXI en Peter D'HANIS in het administratief kort geding worden ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld X-9478-1/4 en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partijen worden gelegd; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 24 november 2000 ingediend door de verzoekende partijen; Gezien de verzoekschriften tot tussenkomst van 11 januari 2001 ingediend door de n.v. MATEXI en door Peter D'HANIS; Gelet op de beschikkingen van 7 februari 2001 die de tussenkomsten van de n.v. MATEXI en van Peter D'HANIS toelaten; Gezien de toelichtende memorie van de verzoekende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 25 juni 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 12 juli 2004; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot X-9478-2/4 voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  7. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst in het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. X-9478-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien december 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-9478-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.370 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.90.113 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.