← België

Arrest 138378 - - 10/12/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.378 Rolnummer: A. 114300/X-10713 Zaak: Arrest 138378 - - 10/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-16 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 16:18 Fiche Arrest nr 138.378 van 10 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 138.378 van 10 december 2004 in de zaak A. 114.300/X-10.

  1. In zake : de n.v. B&R, gevestigd te 2627 SCHELLE, Hulstlei 50A tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. B&R op 18 december 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 augustus 2001 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende verwerping van het beroep ingesteld door de n.v. B&R tegen de beslissing van 24 augustus 2000 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen, waarbij de vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van 10 wooneenheden met restauratie van een achterhuis op een perceel gelegen te Antwerpen, Schoytestraat 66-68-70, kadastraal bekend Sectie D, nrs. 1409a, 1405b, 1407, 1408ab en 1413e; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 2 mei 2002; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de X-10.713-1/3 Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt; dat, op grond van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Het teveel aan aangebrachte fiscale zegels ten bedrage van vijfhonderd frank, zijnde 12,39 euro, wordt haar terugbetaald. X-10.713-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien december 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-10.713-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.378 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.