id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.379 Rolnummer: A. 125846/X-11096 Zaak: Arrest 138379 - - 10/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-16 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-04 16:18 Fiche Arrest nr 138.379 van 10 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.379 van 10 december 2004 in de zaak A. 125.846/X-11.
- In zake : de b.v.b.a. EURO TRANS LLOYD AGENCY, gevestigd te 8340 DAMME, Kaleshoek 8 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. EURO TRANS LLOYD AGENCY op 21 augustus 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 mei 2002 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen houdende verwerping van haar beroep tegen de beslissing van 5 februari 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Damme, waarbij de vergunning wordt geweigerd voor het uitbreiden van een hooizolder op een perceel gelegen te Damme, Kaleshoek 8, kadastraal bekend Sectie B, nrs. 753 c, 751 c en 752; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 3 januari 2003 bij een ter post aangetekende brief van 18 december 2002; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, X-11.096-1/3 gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij, na de betekening van de memorie van antwoord, "besluiten" heeft ingediend die niet bij ter post aangetekende brief verstuurd werden; Overwegende dat luidens artikel 84, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State alle processtukken aan de Raad van State worden toegezonden bij ter post aangetekende brief; dat dit voorschrift ertoe strekt de processtukken een vaste of onbetwistbare datum te geven; dat de verzoekende partij heeft verzuimd dit voorschrift na te leven, ofschoon de griffie in de brief van 18 december 2002 er uitdrukkelijk haar aandacht op gevestigd heeft; Overwegende dat de "besluiten" geen vaste datum hebben verkregen binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van het besluit van bovengenoemd besluit van de Regent; dat er geen rekening mee kan worden gehouden; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt; dat, op grond van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat het beroep niet ontvankelijk is, X-11.096-2/3 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien december 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-11.096-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.379 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.