← België

Arrest 138415 - - 13/12/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.415 Rolnummer: A. 146508/X-11722 Zaak: Arrest 138415 - - 13/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-16 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 16:23 Fiche Arrest nr 138.415 van 13 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 138.415 van 13 december 2004 in de zaak A. 146.508/X-11.

  1. In zake :
  2. Gert NEVEN,
  3. Yolanda HUYBRECHTS, wonende te 3724 VLIERMAAL, Negenbonderstraat 57 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Gert NEVEN en Yolanda HUYBRECHTS op 14 januari 2004 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 13 november 2003 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie houdende verwerping van hun beroep tegen het uitblijven van de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad Limburg over hun beroep ingesteld tegen het besluit van 10 januari 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kortessem houdende weigering van de stedenbouwkundige vergunning tot regularisatie van een woning op een perceel gelegen te Kortessem (Vliermaal), Negenbonderstraat 57, kadastraal bekend Sectie E, nrs. 300B2 en 300C2; Gelet op het arrest nr. 132.708 van 21 juni 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 29 juni 2004 ingediend door de verzoekende partijen; X-11.722-1/3 Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen op 29 juli 2004; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partijen van 2 november 2004, waarbij zij vragen om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 26 november 2004, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 10 december 2004 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. FABRE, die loco Advocaat G. KINDERMANS verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat K. HULPIAU, die loco Advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie hebben toegestuurd; dat dit door de verzoekende partijen niet wordt betwist; dat het argument van de raadsman van de verzoekende partijen dat de verzoekende partijen bij hem geen woonplaatskeuze hadden gedaan X-11.722-2/3 en dat de memorie van antwoord hem te laat door hen werd overgemaakt, geen geval van overmacht of onoverwinnelijke dwaling in hoofde van de verzoekende partijen uitmaakt; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien december 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-11.722-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.415 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.708 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.