id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.465 Rolnummer: A. 116256/XIV-8374 Zaak: Arrest 138465 - - 14/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-21 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 16:25 Fiche Arrest nr 138.465 van 14 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 138.465 van 14 december 2004 in de zaak A. 116.256/XIV-
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat F. COEL en R. COEL, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Kardinaal Mercierplein 8 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, op 4 januari 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 30 november 2001 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 18 oktober 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 30 november 2001; Gelet op de beschikking van 5 februari 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij teneinde te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 16 september 2003 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 5 november 2003 ; XIV-8374-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HAEGEMAN, die loco advocaat R. COEL en F. COEL, verschijnt voor de verzoekende partij en van adjunct- adviseur G. DESNYDER, die verschijnt voor de eerste verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 10 oktober 2001 en zich vluchteling verklaart op 12 oktober 2001; dat op 18 oktober 2001 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 30 november 2001 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot de ontvankelijkheid ratione temporis van haar vordering doet gelden dat zij was toegewezen aan het O.C.M.W. van Edegem, dat haar een woning aan de te Edegem was toegewezen doch dat het O.C.M.W. verkeerdelijk “" als adres aan de dienst Vreemdelingenzaken heeft doorgegeven waar de verzoekende partij nooit heeft verbleven, dat de verzoekende partij van het O.C.M.W. heeft vernomen dat op 4 december 2001 een beslissing zou zijn genomen door de commissaris-generaal die echter niet aan de verzoekende partij werd betekend en haar ingevolge de eindejaarssluiting niet meer ter hand kon worden gesteld, dat de raadsman van de verzoekende partij op 3 januari 2002, de eerste openingsdag, het commissariaat-generaal een kopie van de beslissing heeft gevraagd en dat die beslissing hem per telefax om 16.16u werd meegedeeld, dat de post in heel België diezelfde dag om 16 uur sloot omwille van de overgang naar de euro, dat de termijnen voor de verzoekende partij pas kunnen lopen vanaf de mededeling van de beslissing, dat de verzoekende partij ingevolge overmacht geen beroep kon instellen vóór 16 uur tegen een beslissing die haar pas om 16.16u werd meegedeeld, dat een materiële vergissing van het O.C.M.W. van Edegem niet kan worden toegerekend aan de verzoekende partij; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord opwerpt dat de vordering tot nietigverklaring uiterlijk de dertigste dag na de betekening van de bestreden beslissing moet worden ingesteld, dat de bestreden beslissing op 30 november 2001 aangetekend naar de laatst gekozen woonplaats van de verzoekende partij werd gestuurd en op maandag 3 december 2001 aan de verzoekende partij werd XIV-8374-2/4 betekend, dat de verzoekende partij afwezig was en niettegenstaande een bericht in de brievenbus werd afgelaten, die brief niet heeft afgehaald, dat de laatste nuttige dag om beroep bij de Raad van State aan te tekenen dinsdag 2 januari 2002 was en dat het op 4 januari 2002 gedateerde beroep tot nietigverklaring derhalve laattijdig is ingesteld; 2.
- Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij op 16 oktober 2001 een adreswijziging aan de verwerende partij heeft meegedeeld, waarbij zij als gekozen woonplaats de te Edegem heeft vermeld; dat deze adreswijziging door de verzoekende partij zelf is ondertekend; dat de betekening van de bestreden beslissing op dat adres derhalve geldig is gebeurd met een ter post aangetekend schrijven, waarvan ingevolge de afwezigheid van de verzoekende partij een bericht in de brievenbus werd achtergelaten op maandag 3 december 2001; dat de termijn van dertig dagen om een beroep tot nietigverklaring in te stellen de dag nadien is beginnen lopen tot en met woensdag 2 januari 2002; dat het een rechtsonderhorige niet toekomt de termijn om beroep aan te tekenen te doen wijzigen door een aangetekende zending vroeger of later af te halen, eens een beslissing op geldige wijze is betekend zoals in casu; dat de eindejaarssluiting van het commissariaat-generaal tussen 21 december 2001 en 3 januari 2002 in deze omstandigheden niet relevant is; dat het op 4 januari 2002 ingestelde beroep tot nietigverklaring laattijdig en derhalve onontvankelijk is;
- Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat derhalve het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-8374-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien december tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-8374-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.465 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.