id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.513 Rolnummer: A. 61622/X-10039 Zaak: Arrest 138513 - - 16/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-24 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 16:30 Fiche Arrest nr 138.513 van 16 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.513 van 16 december 2004 in de zaak A. 61.622/X-10.
- In zake : de v.z.w. Aktiegroep Leefmilieu KEMPEN (V.A.L.K.), die woonplaats kiest bij Advocaat G. VERMEIRE, kantoor houdende te 9000 GENT, Voskenslaan 301 tegen :
- de gemeente MOL,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat S. STEVENS, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Schuttersstraat 15-
- tussenkomende partij : Suzanne VAN POUCKE, die woonplaats kiest bij Advocaat J. DE LAT, kantoor houdende te 2200 HERENTALS, Lierseweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. Aktiegroep Leefmilieu KEMPEN (V.A.L.K.) op 30 december 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 26 september 1994 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Mol waarbij aan Suzanne VAN POUCKE de bouwvergunning wordt verleend strekkende tot het oprichten van 14 appartementen en 4 woningen met autobergplaatsen op een perceel gelegen te Mol, Kruisberg - 15 Kapellekens, kadastraal bekend Sectie C, nrs. 229-230a; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 16 augustus 1995, ingediend door Suzanne VAN POUCKE; Gelet op de beschikking van 25 augustus 1995 die de tussenkomst van Suzanne VAN POUCKE toelaat; X-10.039-1/4 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 7 februari 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij en van de eerste verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. VERMEIRE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat F. EL MASLOUHI die, loco Advocaat S. STEVENS verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de "aanvullende memorie" van de verzoekende partij geen in de procedure voorzien stuk is; dat dit stuk uit de debatten wordt geweerd; Overwegende dat de verzoekende partij in de laatste memorie uiteenzet dat zij er geen kennis van heeft dat de tussenkomende partij zou hebben gevraagd om een verlenging van de uitvoeringstermijn van de bouwvergunning in de zin van art. 50 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, dat de werken in ieder geval niet blijken te zijn uitgevoerd, dat de bestreden bouwvergunning "wellicht vervallen (is)" en dat zij "weinig of geen belang (heeft) bij de vernietiging van een bouwvergunning als deze toch reeds vervallen is"; X-10.039-2/4 Overwegende dat de eerste verwerende partij in de laatste memorie stelt dat "van de vergunning inderdaad nooit werd gebruik gemaakt", dat "dus vastgesteld (moet) worden dat deze vergunning vervallen was één jaar nadat de verlenging was toegestaan"; Overwegende dat artikel 52 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, van toepassing op het ogenblik van het bestreden besluit, bepaalt wat volgt : "
- Indien de vergunninghouder binnen een jaar na afgifte van de vergunning niet met de werken is begonnen, is de vergunning vervallen. Op verzoek van de betrokkene kan het schepencollege de vergunning echter met een jaar verlengen."; Overwegende dat uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat de bestreden bouwvergunning bij besluit van 10 juli 1995 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Mol met één jaar is verlengd; dat binnen het jaar na deze verlenging nog steeds niet was begonnen met de vergunde werken; dat deze werken overigens nooit blijken te zijn uitgevoerd; dat de bestreden bouwvergunning uit kracht van de wet is vervallen; dat het beroep zonder voorwerp is geworden, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-10.039-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien december 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.039-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.513 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.