← België

Arrest 138515 - - 16/12/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.515 Rolnummer: A. 79390/X-8253 Zaak: Arrest 138515 - - 16/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-24 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 16:31 Fiche Arrest nr 138.515 van 16 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.515 van 16 december 2004 in de zaak A. 79.390/X-8253. In zake : Guido HOEVEN, die woonplaats kiest bij Advocaat P. LUYPAERS, kantoor houdende te 3001 LEUVEN, Ijzerenmolenstraat 105 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat Ph. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 LEUVEN, Tiensesteenweg 271. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Guido HOEVEN op 4 augustus 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 juni 1998 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingesteld tegen de beslissing van 23 oktober 1997 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij hem vergunning werd verleend voor het oprichten van een winkel en woning aan de C. Meunierstraat te Leuven, op een perceel kadastraal bekend Sectie C, nr. 494 h 15; Gelet op het arrest nr. 75.462 van 28 juli 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen, en de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ten laste van de verzoekende partij worden gelegd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; X-8253-1/5 Gelet op de beschikking van 10 juni 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 26 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat H. CARÈME die, loco Advocaat P. LUYPAERS verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat G. HAVET die, loco Advocaat Ph. DECLERCQ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker op 29 april 1997 een aanvraag heeft ingediend voor het oprichten van een woning met winkel aan de C. Meunierstraat 44 te Leuven, op een perceel kadastraal bekend Sectie C, nr. 494 h 15; dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven op 26 juni 1997 de bouw- vergunning heeft geweigerd; dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant bij besluit van 23 oktober 1997 het door verzoeker ingediende beroep heeft ingewilligd en de gevraagde bouwvergunning heeft verleend; dat bij besluit van 29 juni 1998 de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen laatstgenoemd besluit heeft ingewilligd en voormeld besluit van de bestendige deputatie van 23 oktober 1997 heeft vernietigd; dat dit het thans bestreden besluit is; dat verzoeker nadien een nieuwe bouwaanvraag bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven heeft ingediend voor het oprichten van een woongelegenheid en een winkelruimte op hetzelfde perceel; dat, na ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar, het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven op 14 oktober 1999 de bouwvergunning opnieuw heeft geweigerd; dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant bij besluit van 27 april 2000 het X-8253-2/5 door verzoeker ingediend beroep heeft ingewilligd; dat tegen dit besluit geen beroep werd ingediend; dat het definitief is geworden; Overwegende dat het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat met een brief van 5 maart 2003 de raadsman van verzoeker heeft gevraagd "te willen uiteenzetten in welke mate (zijn) cliënt nog meent belang te hebben bij de verdere behandeling van het (...) beroep" nu "uit onderzoek is gebleken dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant bij beslissing van 27 april 2000 een nieuwe aanvraag van uw cliënt voor het oprichten van een woning met winkel op hetzelfde perceel heeft ingewilligd" en dat "tegen deze beslissing (...) geen hoger beroep (

  1. is)ingesteld."; dat de raadsman van verzoeker na een herinneringsbrief van 5 mei 2003 met een ter post aangetekende brief van 2 juni 2003 heeft geantwoord wat volgt : "(...) Onze cliënt meent wel degelijk nog een actueel belang te hebben bij gevraagde vernietiging van het besluit van 29 juni 1998 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen de beslissing van 23.10.1997 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij hem vergunning is verleend voor het oprichten van een winkel en woning aan de C. Meunierstraat te Leuven op een kadastraal perceel bekend Sectie C, nr. 494 h 15. Dit geoorloofd belang bestaat er in als volgt : 1. Cliënt blijft nog steeds vasthouden aan de wettigheid van de vergunning die hij had bekomen en wenst dit door de Raad van State verder behandeld te zien. 2. Cliënt wenst de vaststelling van de onwettigheid van de bestreden beslissing te benaarstigen zoals deze aangevoerd is in de middelen van het verzoek- schrift tot annulatie (...)"; dat, nadat het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat op grond van het antwoord van verzoeker in het verslag over het beroep heeft gesteld dat in de gegeven omstandigheden dient te worden geconcludeerd tot het teloorgaan van het rechtens vereiste actueel belang bij de gevraagde vernietiging, verzoeker in zijn laatste memorie voor het eerst aanvoert dat de stedenbouwkundige vergunning van 27 april 2000 geenszins hetzelfde voorwerp heeft als het bestreden besluit, vermits "de dakuitbouw verkleind werd en nog verder teruggetrokken vanaf het gevelvlak"; Overwegende dat - in voorkomend geval ambtshalve- dient te worden onderzocht of verzoeker doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang; dat verzoeker in zijn brief van 2 juni 2003 aan het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat zijn belang uitsluitend legt in het feit dat hij blijft "vasthouden aan de wettigheid van de vergunning" en in de wens "de vaststelling van X-8253-3/5 de onwettigheid van de bestreden beslissing te benaarstigen", zonder evenwel aan te geven welk voordeel hij in voorkomend geval kan verkrijgen uit een annulatiearrest, gelet op het niet betwiste feit dat hij reeds een definitief verworven bouwvergunning heeft verkregen voor eenzelfde bouwwerk, met name een woning en winkel, op hetzelfde perceel; dat het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat op grond van het haar door verzoeker verstrekte antwoord terecht heeft besloten tot het teloorgaan van het rechtens vereiste actueel belang; dat het door verzoeker voor het eerst in zijn laatste memorie aangevoerde argument, dat hij reeds in zijn antwoord aan het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat had kunnen aanvoeren, aan deze vaststelling geen afbreuk kan doen; dat er anders over oordelen betekent dat de Auditeur andermaal, maar nu bij arrest, moet worden gelast met het onderzoek van de zaak, onderzoek dat zij, toen het ogenblik daarvoor was gekomen, niet heeft kunnen doen ingevolge het gebrekkige antwoord dat op haar vraag werd gegeven; dat een dergelijke opdracht, die het normaal verloop van de procedure zou verstoren, niet kan worden gegeven ter wille van een partij die zelf heeft nagelaten afdoende haar medewerking aan de procedure te verlenen; dat het beroep niet langer ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. X-8253-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien december 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-8253-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.515 Gerelateerde publicatie(
  2. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.75.462 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.