← België

Arrest 138565 - - 16/12/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.565 Rolnummer: A. 158255/VII-33239 Zaak: Arrest 138565 - - 16/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-22 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 16:42 Fiche Arrest nr 138.565 van 16 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 138.565 van 16 december 2004 in de zaak A. 158.255/VII-33.239 In zake : Aziz RAZKI, vertegenwoordigd door zijn voogd Frank DENIES, die woonplaats kiest bij advocaat M. DE RAEDEMAEKER, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Augustijnenstraat 7 tegen : Het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers dat woonplaats kiest bij advocaat P. COENRAETS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, ter Kamerenlaan 27 DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Aziz RAZKI, vertegenwoordigd door zijn voogd Frank DENIES, van Algerijnse nationaliteit, op 10 december 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van Het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers houdende de weigering tot verdere opvang van de verzoekende partij in het asielcentrum te Neder-Over- Heembeek, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 6 december 2004; Gelet op de beschikking van 15 december 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 13 december 2004 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 15 december 2004 om 9.30u; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DE RAEDEMAEKER, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat C. LEPINOIS, die, loco advocaat P. COENRAETS verschijnt voor de verwerende partij; VII-33.239-1/3 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

  1. Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot de feiten het volgende uiteenzet: “Verzoeker is als vijftienjarige naar België gekomen. Hij was niet begeleid door één van zijn ouders, noch een voogd en heeft de Algerijnse nationaliteit. Verzoeker heeft in België geen familie wonen. Verzoeker onderhoudt ook geen enkel contact meer met de familie in het thuisland. Verzoeker heeft in België geen middelen van bestaan. Verzoeker wenst onderwijs te volgen om een "stiel" aan te leren. Verzoeker werd voor de materiële opvang toegewezen aan verweerder. Verweerder heeft nu beslist om verzoeker niet langer op te vangen. Op 6 december 2004 werd desbetreffend een beslissing verzonden aan de voogd van verzoeker. De beslissing is ongedateerd en luidt als volgt: "Geachte, De jongere AZIZ RAM verbleef in ons centrum van 4/11/04 tot 29/11/
  2. Naar aanleiding van een ernstige vechtpartij is hij die dag door de politie meegenomen. Omwille van dit gedrag is het niet mogelijk hem in het centrum te Nederoverheembeek te reïntegreren.".” 2.
  3. Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; VII-33.239-2/3 2.
  4. Overwegende dat de verzoekende partij het moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt omschrijft: "De bestreden beslissing van verweerder weigert verdere opvang aan verzoeker. Daardoor is verzoeker, die een niet-begeleide minderjarige is, en geen familie heeft in België, verstoken van de minimale steun ten einde een menswaardig leven te kunnen leiden."; Overwegende dat ter terechtzitting wordt verklaard dat de minderjarige thans verblijft, of minstens verbleven heeft, in een opvangcentrum van het Rode Kruis; dat niet wordt aangevoerd, en dus zeker niet wordt aangetoond, dat de opvang in het centrum te Neder-Over-Heembeek de enige opvangmogelijkheid is; dat het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet wordt aangetoond; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wegens uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  5. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien december tweeduizend en vier, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. L. SCHWEIGER, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, L. SCHWEIGER. E. BREWAEYS. VII-33.239-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.565 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.