id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.589 Rolnummer: A. 98935/X-10032 Zaak: Arrest 138589 - - 17/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-27 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 16:49 Fiche Arrest nr 138.589 van 17 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.589 van 17 december
- in de zaak A. 98.935/X-10.
- In zake :
- Marcel VAN OBBERGEN,
- Marie-Louise DE LEENER, die woonplaats kiezen bij Advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Grotehertstraat 12 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat S. VAN GEETERUYEN, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Leopold II-laan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marcel VAN OBBERGEN en Marie-Louise DE LEENER op 2 januari 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 24 oktober 2000 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media houdende verwerping van hun beroep ingesteld tegen de beslissing van 23 november 1999 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij hun de regularisatievergunning wordt geweigerd voor het verbouwen van een rijwoning gelegen te Sint-Pieters-Leeuw, J. Van der Straetenstraat, op een perceel kadastraal bekend Sectie E, nr. 297m; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 17 juli 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-10.032-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 8 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. DENYS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat H. CAREME die, loco Advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Geho o rd het eensluidend advies van Eerst e Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de laatste memorie van de verwerende partij niet ter post aangetekend aan de Raad van State werd verzonden; dat zij geen vaste datum heeft verkregen binnen de door het procedurereglement bepaalde termijn; dat zij uit de debatten wordt geweerd; Overwegende dat Marcel VAN OBBERGEN en Marie-Louise DE LEENER op 28 april 1999 de regularisatievergunning aanvragen voor het verbouwen van een rijwoning gelegen te Sint-Pieters-Leeuw, J. Van der Straeten 175; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw op 12 mei 1999 de regularisatievergunning weigert; dat Marcel VAN OBBERGEN en Marie-Louise DE LEENER op 26 mei 1999 beroep instellen tegen deze weigeringsbeslissing bij de bestendige deputatie van de provincieraad vanVlaams-Brabant; dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant op 23 november 1999 beslist het beroep niet in te willigen; dat Marcel VAN OBBERGEN en Marie-Louise DE LEENER op 20 december 1999 beroep instellen tegen deze weigeringsbeslissing bij de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media; dat de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media op 24 oktober 2000 beslist het beroep niet in te willigen; dat dit de thans bestreden beslissing is; dat niet wordt betwist dat het in X-10.032-2/5 artikel 158, § 2, tweede lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : D.R.O.) bedoelde certificaat niet werd opgesteld; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie uiteenzetten hetgeen volgt : "Het is derhalve niet zo dat het bestreden besluit louter is gebaseerd op de vaststelling dat de vergunning onafleverbaar zou zijn, gelet op het feit dat het certificaat waarvan sprake in het toen van toepassing zijnde artikel 158 DORO werd geweigerd, in welk geval de aanvrager zou zijn geconfronteerd met een voor de Minister bindend weigeringsmotief dat voor de Raad van State onaanvechtbaar is. In tegendeel is het bestreden besluit gebaseerd op een aantal naar het oordeel van beroepers onwettige motieven die volstrekt vreemd zijn aan de toen geldende artikelen 158-159 DORO. Net omdat de bevoegde Minister klaarblijkelijk van oordeel was dat sowieso de werken waarop de aanvraag sloeg niet voor regularisatie in aanmerking kwamen, heeft deze nagelaten de Stedenbouwkundige Inspecteur in het kader van de regularisatievergunning te polsen over diens bereidheid met betrekking tot de litigieuze werken een vergelijk voor te stellen. Daardoor heeft de Stedenbouwkundig Inspecteur tot op vandaag nooit over zijn bereidheid tot het voorstellen van een vergelijk uitspraak gedaan. Dit betekent echter geenszins dat indien de Minister, na vernietiging van het bestreden besluit en op basis van de motieven van het vernietigingsarrest, de Stedenbouwkundige Inspecteur zou hebben gepolst naar diens bereidheid een vergelijk voor te stellen, zulk vergelijk in ieder geval geweigerd zou geworden zijn. Uit de artikelen 158-159 DORO, zoals van toepassing op het ogenblik van het treffen van het bestreden besluit en het indienen van het beroep tot nietigverklaring, blijkt immers niet dat het voorstel tot vergelijk op straffe van verval binnen een bepaalde termijn dient te worden gedaan. (...) Aldus hadden beroepers op het ogenblik van het indienen van het beroep tot nietigverklaring een uitgelezen belang bij het aanvechten van het bestreden besluit. Na vernietiging van het bestreden besluit zou immers de Minister opnieuw over het beroep hebben moeten beschikken, rekening houdend met de termen van het vernietigingsarrest. Indien de Minister op basis van de termen van het vernietigingsarrest tot het besluit kwam dat een regularisatie kon of moest worden afgeleverd, dan diende hij onder het toen geldende wettelijke regime de Stedenbouwkundige Inspecteur te polsen omtrent de mogelijkheid tot het treffen van een vergelijk. Geen enkel element van het dossier laat toe te besluiten dat de Stedenbouwkundige Inspecteur zou hebben geweigerd dit vergelijk voor te stellen indien daarom door de stedenbouwkundige overheid gevraagd. Na uitvoering van het voorgestelde vergelijk en de daaraan verbonden opstelling van het attest, kon vervolgens de regularisatievergunning worden verleend. (...) Het feit bovendien dat de artikelen 158-159 DORO hangende het beroep tot nietigverklaring zijn gewijzigd, in de mate dat het vergelijk en de uitvoering van een vergelijk geen noodzakelijke voorwaarde meer is voor het bekomen van een X-10.032-3/5 regularisatievergunning, kan dit belang in hoofde van beroepers enkel versterken. (...)"; Overwegende dat de bestreden beslissing de weigering van een regularisatievergunning betreft; dat krachtens artikel 159, eerste lid, D.R.O., zoals het van toepassing was op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietig- verklaring, een regularisatievergunning slechts kon worden verleend na het opstellen van het certificaat bedoeld in artikel 158, § 2, D.R.O.; dat niet blijkt dat op dat ogenblik aan de door voornoemd artikel 159, eerste lid, D.R.O. opgelegde voorwaarde was voldaan; dat de argumentatie van de verzoekende partijen, waarbij onder meer wordt gesteld dat "het bestreden besluit gebaseerd (is)op een aantal naar het oordeel van beroepers onwettige motieven die volstrekt vreemd zijn aan de toen geldende artikelen 158-159 DORO", niets afdoet aan de vaststelling dat de verzoekende partijen op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietigverklaring niet over het vereiste certificaat beschikten; dat aldus de bevoegde vergunningverlenende overheid de gevraagde regularisatievergunning moest weigeren omdat de alsdan geldende dwingende bepaling van artikel 159, eerste lid, tweede zin, D.R.O. zich ertegen verzette dat de regularisatievergunning werd verleend zo het vereiste certificaat niet voorlag; dat de verzoekende partijen derhalve op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietigverklaring geen belang hadden bij de vernietiging van de bestreden beslissing; dat, aangezien een verzoeker reeds moet doen blijken van het rechtens vereiste belang op het ogenblik van het instellen van de vordering, de omstandigheid dat de aangehaalde regelgeving op het ogenblik van het sluiten der debatten was vervangen, derwijze dat het voorleggen van een certificaat niet langer is vereist voor het verkrijgen van een regularisatievergunning, niet tot gevolg heeft dat de verzoekende partij hierdoor het vereiste belang bij het beroep verwerft; dat tot slot de potentialiteit dat door de nietigverklaring van de bestreden beslissing een situatie ontstaat die voor de verzoekende partijen kan leiden tot een beter resultaat, betrekking heeft op de gevolgen eigen aan elk vernietigingsarrest, maar niet inhoudt dat de verzoekende partijen door het betrachten van dat gevolg, een belang hebben of verwerven bij het beroep; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat de verzoekende partijen niet het vereiste belang hebben bij het beroep; dat het beroep niet ontvankelijk is, X-10.032-4/5 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien december 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.032-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.589 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.