← België

Arrest 138590 - - 17/12/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.590 Rolnummer: A. 52973/X-9044 Zaak: Arrest 138590 - - 17/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-24 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 16:49 Fiche Arrest nr 138.590 van 17 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.590 van 17 december

  1. in de zaak A. 52.973/X-
  2. In zake : Cyriel DE DECKER, die woonplaats kiest bij Advocaat J. HEYVAERT, kantoor houdende te 9200 DENDERMONDE, Gentsesteenweg 108-110 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. VAN BEVER, kantoor houdende te 1850 GRIMBERGEN, Pastoor Woutersstraat 32, bus
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Cyriel DE DECKER op 19 juli 1993 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 3 mei 1993 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden, houdende verwerping van zijn beroep ingesteld tegen de beslissing van 20 april 1989 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant waarbij hem de vergunning wordt geweigerd voor het aanleggen van een losweg op een perceel gelegen te Londerzeel, Waterbossen, kadastraal bekend Sectie D, nr. 109 d/ex ; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 15 juli 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; X-9044-1/4 Gelet op de beschikking van 24 augustus 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat E. DE BACKER die, loco Advocaat M. VAN BEVER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur - afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het bestreden besluit de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden op 3 mei 1993 het beroep verwerpt dat verzoeker instelde tegen de beslissing van 20 april 1989 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant waarbij hem de (regularisatie)vergunning werd geweigerd voor de aanleg van een losweg op een perceel gelegen te Londerzeel, Waterbossen, kadastraal bekend Sectie D, nr. 109 d/ex; Overwegende dat verzoeker als eerste middel aanvoert dat het bestreden besluit er ten onrechte van uitgaat dat voor de aanleg van een weg een bouwvergunning noodzakelijk is, dat het een losweg betreft in beton met een lengte van ongeveer 64 meter over een breedte van circa 3 meter, dat de losweg niet is voorzien van een riolering, verlichting of enige andere accommodatie, dat bovendien door de weg geen reliëfwijziging is aangebracht; Overwegende dat luidens het op het ogenblik van het bestreden besluit geldende artikel 44, §1, 1, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van stedenbouw, hierna "de stedenbouwwet" niemand mag bouwen of een grond gebruiken voor het plaatsen van één of meer vaste inrichtingen, zonder voorafgaande schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen; dat onder bouwen en plaatsen van vaste inrichtingen wordt verstaan het oprichten van een gebouw of een constructie of het plaatsen van een inrichting, zelfs uit niet duurzame materialen, die X-9044-2/4 in de grond is ingebouwd, aan de grond is bevestigd of op de grond steun vindt ten behoeve van de stabiliteit, en bestemd is om ter plaatse te blijven staan, al kan zij ook uit elkaar worden genomen of verplaatst; Overwegende dat niet wordt betwist dat verzoeker een weg heeft aangelegd in beton, dewelke wordt gebruikt door zware landbouwmachines; dat niet kan worden ontkend dat een betonverharding een vaste inrichting is die in de grond is ingebouwd, aan de grond is bevestigd of op de grond steun vindt en bestemd is om ter plaatse te blijven; dat derhalve de aanleg van de betrokken losweg terecht moet worden beschouwd als vergunningsplichtig zoals bedoeld bij artikel 44, §1, 1, van de stedenbouwwet; dat het eerste middel niet gegrond is; Overwegende dat verzoeker in een tweede middel aanvoert wat volgt: "Subsidiair miskent het ministerieel besluit de beginselen van behoorlijk bestuur, minstens is er sprake van machtsoverschrijding en/of machtsafwending, door er van uit te gaan dat de weg werd aangelegd in strijd met artikel 11 van het KB van 28 december 1972 dat in het betrokken gebied, dat volgens het gewestplan Halle - Vilvoorde, vastgesteld bij KB van 7 maart 1977 gelegen is in agrarisch gebied, slechts werken en accom(m)odaties ten dienste van de landbouw toestaat. Artikel 11 van het kb van 28.12.1972 voorziet nergens dat daarin gestelde voorwaarden kunnen aanwezig zijn onder vorm van een intentie bij het aanvatten van de bouwwerken zodat het volstaat dat deze op zich de facto beantwoorden aan deze voorwaarden."; Overwegende dat door "middel" zoals bedoeld in de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden rechtshandeling werd geschonden; Overwegende dat ambtshalve moet worden vastgesteld dat het door verzoeker aangehaalde tweede middel niet op voldoende duidelijke wijze aangeeft op welke wijze de aangehaalde rechtsregel door het bestreden besluit wordt geschonden; dat hieraan pas in de laatste memorie toelichting wordt aangegeven; dat het middel dat niet naar behoren in het verzoekschrift wordt uiteengezet niet ontvankelijk is, X-9044-3/4 BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien december 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9044-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.590 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.