← België

Arrest 138840 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/12/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.840 Rolnummer: A. 154313/XII-4219 Zaak: Arrest 138840 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-06 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-04 17:15 Fiche Arrest nr 138.840 van 23 december 2004 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.840 van 23 december 2004 in de zaak A. 154.313/XII-

  1. In zake : Jerry KEGELS, die woonplaats kiest bij advocaten W. Van Der Gucht en F. Dieu, kantoor houdende te Gent, Sint-Denijslaan 201 tegen : de GEMEENTE SINT-GILLIS-WAAS, die woonplaats kiest bij advocaat W. De Cuyper, kantoor houdende te Sint-Niklaas, Vijfstraten
  2. tussenkomende partij : Karl BUYTAERT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Aerts, kantoor houdende te Gent, Coupure
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jerry Kegels op 30 juli 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 24 juni 2004 van de gemeenteraad van Sint-Gillis-Waas waarbij Karl Buytaert tot gemeenteontvanger wordt benoemd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thys; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-4219-1/6 Gelet op de beschikking van 25 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 november 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Dieu, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat E. Rentmeesters, die loco advocaat W. De Cuyper verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat I. Bockstaele, die loco advocaat P. Aerts verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Thys; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Karl Buytaert vraagt in de procedure te mogen tussenkomen; dat hij de begunstigde van de bestreden beslissing is; dat er reden is om op zijn verzoek in te gaan; Overwegende dat de gemeenteraad van Sint-Gillis-Waas op 2 oktober 2003 besluit de betrekking van gemeenteontvanger vacant te verklaren en bij aanwerving te begeven; dat naar eis van het administratief statuut de kandidaten moeten slagen in een selectieproef bestaande uit twee schriftelijke delen en een mondeling deel; dat onder anderen verzoeker en de tussenkomende partij slagen in het eerste gedeelte, met 29,4, respectievelijk 26,7 op 40; dat zij ook allebei slagen in het tweede deel, waaronder een informaticaproef die verzoeker twee keer dient af te leggen omdat de diskette die hij eerst inlevert, beschadigd blijkt; dat zij 33,9, respectievelijk 32 op 50 behalen; dat in het derde deel verzoeker 24 en de tussenkomende partij 30 op 40 scoren; dat zij op 29 maart 2004 samen met een derde kandidaat door de aangestelde selectiecommissie in de aanwervingsselectieproef geslaagd worden verklaard; XII-4219-2/6 Overwegende dat de gemeenteraad op 1 april 2004 de tussenkomende partij tot gemeenteontvanger benoemt; dat de gemeenteraad de beslissing op 3 juni 2004 intrekt omdat verzoeker er “ernstige wettigheidskritiek” op uitoefende en met name deed gelden “dat onvoldoende rekening werd gehouden met titels en verdiensten en de ‘ervaring’ van de onderscheiden kandidaten”; dat terzelfder zitting de gemeenteraad beslist “de selectiecommissie opnieuw samen te roepen met het verzoek [...] een gemotiveerd advies te verstrekken met betrekking tot een te benoemen kandidaat, ondersteund door een kwalitatieve duiding en een motivering van de punten, zeker van het mondelinge gedeelte”; dat op 10 juni 2004 de selectiecommissie het gevraagde advies uitbrengt; dat de gemeenteraad op 24 juni 2004 beslist het advies van de selectiecommissie te volgen en bij te treden, en de tussenkomende partij te benoemen tot gemeenteontvanger; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat in het verzoekschrift een dubbel nadeel wordt aangevoerd; dat verzoeker in de eerste plaats betoogt dat hij een moreel nadeel lijdt, dat het voor iedereen in de lijn der verwachting lag dat hij benoemd zou worden, dat hij immers de enige kandidaat was met een specifieke ervaring, “en dan nog zelfs binnen de eigen diensten van de verwerende partij”, dat door zijn niet-benoeming “het beeld [wordt] opgehangen dat hij absoluut niet bekwaam is om zijn taken naar behoren te vervullen”, dat een stigma op hem wordt gelegd en dat hij “niet meer zo bekwaam zal worden beschouwd, als men dit tot nu toe wel deed” wanneer men weet dat iemand zonder enige ervaring boven hem werd verkozen; dat verzoeker in de tweede plaats als nadeel doet gelden dat de benoemde kandidaat een ervaring kan opdoen die hij niet bezit, dat er na een vernietiging “niet in alle ernst [zal] kunnen gesteld worden dat [de betrokken XII-4219-3/6 kandidaat] geen enkele ervaring heeft met de werking van gemeentelijke diensten”, dat men immers de waarheid geen geweld mag aandoen, dat “een en ander” de benoemde in elk geval een reëel voordeel zal opleveren indien de verwerende partij zou beslissen om tot nieuwe selectieproeven over te gaan; Overwegende, wat het aangevoerde moreel nadeel betreft, dat het schromelijk overdreven is in de bestreden beslissing een brevet van onbekwaamheid van verzoeker te zien; dat de beslissing er toe beperkt is de voorkeur voor de benoeming tot gemeenteontvanger aan de tussenkomende partij te geven, op grond van het resultaat van een selectieproef waarin verzoeker, aldus het bestreden besluit zelf, “slechts heel weinig in punten verschilt van kandidaat Buytaert”; dat de vernedering die verzoeker doet gelden in wezen dan ook te herleiden lijkt tot eensdeels de teleurstelling die elke kandidaat gewoonlijk ondervindt wanneer hij bij een benoeming wordt voorbijgegaan en anderdeels de geringschatting waarvan hij zich dan spontaan het slachtoffer acht; dat, behoudens in geval van bijzondere omstandigheden, die hier niet aanwezig lijken, dit geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan verantwoorden; Overwegende, wat de ervaring betreft die de tussenkomende partij in afwachting van een eventuele vernietiging van haar benoeming zal hebben opgedaan, dat dit nadeel normaal niet moeilijk te herstellen is; dat immers de gebeurlijke vernietiging van de benoeming in voorkomend geval tot gevolg zal hebben dat de tussenkomende partij geacht moet worden nooit tot gemeenteontvanger te zijn benoemd geweest en dan ook geen ervaring als zodanig te hebben kunnen opdoen; dat bijgevolg de verwerende partij, wanneer zij na de vernietiging een nieuwe beslissing over de benoeming neemt, geen rekening zal mogen houden met de ervaring die de tussenkomende partij op grond van de vernietigde benoeming heeft opgedaan, zulks op straffe van schending van het gezag van gewijsde van het vernietigingsarrest; dat verwerende partij zodoende de waarheid, althans de juridische waarheid, geen geweld aandoet, maar integendeel juist ten volle respecteert; XII-4219-4/6 Overwegende dat het voorgaande nuancering behoeft ingeval de verwerende partij alvorens een nieuwe beslissing over de benoeming tot gemeenteontvanger te nemen, tot een nieuwe selectieproef zou beslissen; dat het dan, gelet op de voorgeschreven inhoud van die proef, in de praktijk wellicht onmogelijk kan zijn, geheel of gedeeltelijk, abstractie te maken van de ervaring die de tussenkomende partij op grond van haar vernietigde benoeming opdeed; dat het in die specifieke omstandigheden niet is uit te sluiten dat de feitelijke ervaring die de tussenkomende partij vóór de vernietiging van haar benoeming heeft opgedaan, verzoeker een nadeel berokkent dat moeilijk herstelbaar is; dat evenwel dit nadeel, om een schorsing te wettigen, ook nog de voor een schorsing vereiste ernst moet vertonen; dat daaraan niet voldaan blijkt; dat immers op precies dezelfde dag waarop de tussenkomende partij als gemeenteontvanger in dienst van de verwerende partij is getreden, verzoeker zelf aan de slag is gegaan als gewestelijke ontvanger; dat verzoeker aldus op zijn beurt ervaring als gemeenteontvanger verwerft die hij tijdens een nieuwe selectieproef kan aanwenden; dat die ervaring verondersteld mag worden de, per hypothese in de examenuitslag verdisconteerde, feitelijke ervaring van de tussenkomende partij voldoende te neutraliseren opdat deze laatste, als het ware gesmokkelde ervaring geen betekenisvolle wijziging in de actuele waardeverhouding tussen verzoeker en de tussenkomende partij zou teweegbrengen; Overwegende dat verzoeker niet genoegzaam aannemelijk maakt dat de bestreden beslissing hem een nadeel dreigt te berokkenen dat én moeilijk te herstellen én ernstig is; dat niet aan de tweede schorsingsvoorwaarde voldaan is; dat deze vaststelling volstaat om de besproken vordering te verwerpen, XII-4219-5/6 BESLUIT: Artikel
  4. Het verzoek tot tussenkomst van Karl Buytaert in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig december 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4219-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.840 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.350 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.