id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.886 Rolnummer: A. 158609/XIV-21428 Zaak: Arrest 138886 - - 27/12/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-29 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 17:23 Fiche Arrest nr 138.886 van 27 december 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.886 van 27 december 2004 in de zaak A. 158.609/XIV-21.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat G. KLAPWIJK, kantoor houdende te 1060 BRUSSEL, Overwinningstraat 71 A tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Guinese nationaliteit, op 24 december 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het bevel tot terugdrijving, met beslissing tot vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats, van de minister van Binnenlandse Zaken van 19 december 2004; Gelet op de beschikking van 27 december 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 27 december 2004 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 27 december 2004 om 16.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. KLAPWIJK, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; XIV-21.428-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineer- de wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot de derde voorwaarde het volgende aanvoert: “Betreffende het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Dat ten gevolge van de uitvoering van bestreden beslissingen verzoekster een financieel verlies dreigt te leiden, zowel persoonlijk als beroepsmatig. Dat de bestreden beslissingen niet op afdoende wijze zijn gemotiveerd en het middel gegrond is. Dat het moeilijk te herstellen nadeel concreet, persoonlijk en specifiek van aards is in hoofde van verzoekster. Dat op grond van het voorafgaande voldaan werd aan de vereisten van artikel 17 §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.”; Overwegende dat de verzoekende partij enkel een “financieel verlies (...), zowel persoonlijk als beroepsmatig” inroept; dat een financieel verlies in de regel niet moeilijk herstelbaar is; dat, indien de bestreden beslissing onwettig zou worden bevonden, de verzoekende partij schadevergoeding kan vorderen die een genoegdoening kan vormen voor de aangevoerde schade, hetzij op zuiver professioneel gebied, hetzij voor de kosten van een nieuwe reis; dat de verzoekende partij geen andere elementen aanvoert; dat zij aldus niet aannemelijk maakt dat zij een moeilijk te herstellen nadeel lijdt door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; dat derhalve niet is voldaan aan de derde schorsingsvoorwaarde; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, XIV-21.428-2/3 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig december tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-21.428-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.886 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.