id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.138.921 Rolnummer: A. 103841/XIV-3736 Zaak: Arrest 138921 - - 04/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-17 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 05:50 Fiche Arrest nr 138.921 van 4 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 138.921 van 4 januari 2005 in de zaak A.103.841/XIV-
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat D. MONFILS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Eedgenotenstraat 51 tegen :
- de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 29 januari 1978 en van Wit-Russische nationaliteit, op 24 april 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 26 maart 2001 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 december 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op dezelfde datum; Gelet op de beschikking van 16 mei 2001 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gezien de gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; XIV-3736-1/4 Gelet op de beschikking van 19 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 1 december 2004 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. HAEGEMANS die, loco Advocaat D. MONFILS verschijnt voor de verzoekende partij, van Adjunct-adviseur F. VEREEKEN, die verschijnt voor de eerste verwerende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de feitelijke gegevens van de zaak. 1.
- De verzoekende partij komt België binnen op 23 oktober 1999 en verklaart zich vluchteling op 5 november
- 1.
- Op 20 december 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 26 maart 2001 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. Dit is de thans bestreden beslissing.
- Over de gegrondheid van de zaak. Overwegende dat in het proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 1 december 2004 van de XIVde kamer van de Raad van State het volgende werd genotuleerd: “Uit de brief van de Dienst Vreemdelingenzaken van 10 november 2004, die aan het tegensprekelijk debat wordt onderworpen, blijkt dat verzoeker gerepatrieerd is. De Advocaat van de verzoekende partij kan geen verdere informatie verstrekken en werd niet op de hoogte gebracht van deze nieuwe situatie door de dominus litis.”; Overwegende dat de dominus litis niet bewijst dat hij nog steeds instructies heeft van zijn cliënt om in rechte op te treden voor de Raad van State; dat in het Vreemdelingencontentieux het een absolute noodzaak is om de dossiers te actualiseren vóór de terechtzitting; dat alle partijen hiertoe hun medewerking moeten verlenen, omdat het niet XIV-3736-2/4 opgaat dat de Raad van State die overspoeld wordt door dossiers ondermeer inzake voornoemd contentieux, arresten redigeert in zaken waarin de verzoeker niet langer getuigt van het rechtens vereiste actueel belang; dat dit belang moet bestaan op het tijdstip waarop de vordering wordt ingeleid en op het ogenblik waarop de zaak wordt behandeld; dat verzoeker niet getuigt van het rechtens vereiste actueel belang wanneer hij niet aantoont dat hij na repatriëring nog instructies overmaakt aan zijn Advocaat om hem te vertegenwoordigen ter terechtzitting en om zijn belangen te behartigen en te verdedigen; Overwegende dat de Advocaat van verzoeker op 29 november 2004 antwoordt op de vragenlijst die de Raad van State verstuurt met het vaststellingsbericht; dat de Advocaat ondermeer antwoordt dat “de actuele woon- of verblijfplaats van de verzoekende partij correct is”; dat hieruit blijkt dat de Advocaat van verzoeker niet op de hoogte was, minstens niet meedeelde, dat verzoeker inmiddels gerepatrieerd werd; dat bijgevolg feitelijk vaststaat dat de Advocaat van verzoeker geen mandaat meer heeft om verzoeker ter terechtzitting te vertegenwoordigen; dat hieruit minstens mag worden afgeleid dat er geen contact meer was tussen verzoeker en zijn Advocaat vóór de zitting van woensdag 1 december 2004 en dat het optreden van een Advocaat ter terechtzitting in het Vreemdelingenrecht soms verwordt tot een onaanvaardbaar automatisme dat indruist tegen de grondprincipes van de lastgeving en tegen de regels van de Deontologie eigen aan het beroep van Advocaat; dat bijgevolg de Raad van State ambtshalve besluit dat verzoeker niet langer getuigt van het rechtens vereiste actueel belang bij de door hem ingestelde vordering; dat mocht er nog enig belang te ontwaren zijn in hoofde van verzoeker, de Raad van State de volledige en correcte analyse beaamt van het Auditoraat betreffende het enig middel dat verzoeker afleidt uit de schending van de formele en van de materiële motiveringsplicht; dat op goede gronden wordt besloten in het verslag dat dit enig middel ongegrond is; dat betreffende dit verslag de Advocaat geen opmerking heeft geformuleerd op de openbare terechtzitting van woensdag 1 december 2004, BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-3736-3/4 Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier januari tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-3736-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.138.921 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.