id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.152 Rolnummer: A. 152582/X-11935 Zaak: Arrest 139152 - - 12/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-19 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 06:10 Fiche Arrest nr 139.152 van 12 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.152 van 12 januari 2005 in de zaak A. 152.582/X-11.935. In zake : Philippe VANDE CASTEELE, wonende te 2900 SCHOTEN, Klamperdreef 7 tegen : de gemeente SCHOTEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Philippe VANDE CASTEELE op 9 juni 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "de weige- ring(
- en)van de aanvragen tot intrekking van de stedenbouwkundige regularisatie- vergunningen nr. 99/171 dd. 17 november 1999 en nr. 2003/116 dd. 13 januari 2004"; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door Auditeur A. VAN MINGEROET, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 30 juli 2004, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 september 2004; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat D. VANDEN BULCKE, die verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat M. WENDRICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; X-11.935- 1/4 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker met een brief van 7 september 2004 aan de griffie een nota bezorgt die hij op de zitting zal bespreken; dat een schriftelijke repliek op het verslag van het bevoegde lid van het auditoraat niet in het toepasselijke procedurereglement is voorzien; dat bedoelde nota uit de debatten wordt geweerd; dat het weren van dit stuk de tegensprekelijkheid van de debatten en de rechten van verdediging van verzoeker niet aantast; dat het mondeling karakter van de debatten in de procedure van artikel 93 van het algemeen procedurereglement de partijen immers geenszins verhindert om vrij te pleiten over de stelling die uiteengezet is in het verslag van het bevoegde lid van het Auditoraat; Overwegende dat, wat het voorwerp van het beroep betreft, verzoeker de nietigverklaring vordert van "de weigering(
- en)van de aanvragen tot intrekking van de stedenbouwkundige regularisatievergunningen nr. 99/171 dd. 17 november 1999 en nr. 2003/116 dd. 13 januari 2004 (Klamperdreef 9, Schoten)", i.e. volgens de voetnoot in het verzoekschrift, "akten af te leiden uit punten 4 en 14, 15, 16, 17 en 18 van de uiteenzetting van de feiten (II)"; dat het bevoegde lid van het Auditoraat in haar verslag als akte ontwaart die het voorwerp uitmaakt van het beroep, de brief van 19 mei 2004, uitgaande van de gemeente Schoten aan verzoeker in antwoord op diens brieven van 13 april 2004 waarbij verzoeker de intrekking vraagt van de stedenbouwkundige vergunningen van 17 november 1999 (1999/171), 13 januari 2004 (2003/116) en 24 februari 2004 (2002/183) en van 18 mei 2004 met het herhaald verzoek om de vergunning 2003/116 in te trekken; dat deze bepaling van het voorwerp van het beroep ter terechtzitting niet door verzoeker wordt tegengesproken; dat de voornoemde brief van 19 mei 2004 het relaas biedt inzake de vergunningen van 17 november 1999 (1999/171), 13 januari 2004 (2002/183) en 13 januari 2004 (2003/116); dat gelet op de expliciete beperking van het voorwerp in het verzoekschrift, het beroep beperkt is tot de onderdelen van deze brief die betrekking hebben op "de weigering(
- en)van de aanvragen tot intrekking van de stedenbouwkundige regularisatievergunningen nrs. 1999/171 dd. 17 november 1999 en nr. 2003/116 dd. 13 januari 2004"; X-11.935- 2/4 Overwegende dat de litigieuze brief wat de stedenbouwkundige vergunning van 17 november 1999 (nr. 1999/171) betreft, allereerst een overzicht geeft van de ter zake gevoerde procedures (voor de Raad van State en het Arbitragehof), om vervolgens te wijzen op de "vaste rechtspraak van de Raad van State" inzake de voorwaarden tot intrekking en te stellen dat "gelet op het feit dat de Raad in voornoemde procedures niet is overgegaan tot schorsing van de vergunning van 1999, (
- er)blijkt dat er geen indicatie van evidente onwettigheid is", dat de gemeente op het verzoek tot intrekking "dan ook niet (kan) ingaan", dat "bijgevolg (...) de stedenbouwkundige vergunning van 17 november 1999 nog steeds onverminderd van kracht (blijft)", dat "bovendien dient opgemerkt dat de deugdelijkheid van een bouwvergunning bezwaarlijk in het gedrang kan gebracht worden door een mogelijke foutieve uitvoering door de bouwheer"; dat deze brief wat de vergunning van 13 januari 2004 (nr. 2003/116) voor het plaatsen van een hek betreft, stelt dat er "nogmaals (dient) gewezen te worden op het gegeven dat de gemeente geen enkele indicatie heeft van enige onregelmatigheid van deze beslissing", dat "de beslissing (...) dan ook niet (werd) geschorst door de bevoegde ambtenaar", dat "bijgevolg (...) zolang de Raad van State niet overgaat tot schorsing en/of vernietiging, de gemeente de vergunning van 13 januari 2004 (2003/116) niet (zal) intrekken"; Overwegende dat de stedenbouwkundige vergunningen waarvan verzoeker aan de administratieve overheid de intrekking vraagt, een rechtsverlenend karakter hebben daar ze rechten hebben doen ontstaan in hoofde van inzonderheid de houder van de vergunning; dat te dezen tegen dergelijke akten de op deze vergunningen toepasselijke regelgeving in stedenbouwzaken niet voorziet in een administratief beroep in hoofde van een derde die zich door de afgifte van deze vergunningen gegriefd acht; dat in strijd met hetgeen verzoeker ter terechtzitting betoogt, ook de regelgeving betreffende de handhaving inzake ruimtelijke ordening niet voorziet in de verplichting tot intrekking van een vergunning "als handhavingsmaatregel om de rechtsorde te beveiligen en te herstellen"; dat het door verzoeker geformuleerde verzoek tot intrekking van deze rechtsverlenende akten gericht tot de administratieve overheid die ze heeft afgegeven, dan ook te beschouwen is als een oneigenlijk of willig beroep; dat één van de wezenskenmerken van een willig beroep, dat uit zijn aard niet het voorwerp is van een bij een normatieve tekst georganiseerde procedure, is dat de administratieve overheid die wordt aangesproken, niet verplicht is om zich over dit willig beroep uit te spreken, laat staan om dit verzoek in te willigen; X-11.935- 3/4 Overwegende dat de betwiste brief met betrekking tot de "weigering(
- en)van de aanvragen tot intrekking van de stedenbouwkundige regularisatievergunningen nr. 1999/171 dd. 17 november 1999 en nr. 2003/116 dd. 13 januari 2004" zich aandient als de gewilde weigering in hoofde van de verwerende partij om van een louter facultatieve bevoegdheid gebruik te maken; dat voorts uit de omstandigheden van de zaak niet blijkt dat de administratieve overheid het voornemen had haar oorspronkelijke beslissingen te herzien; dat bijgevolg de bestreden "akte" kennelijk geen beslissing is in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat het beroep tot nietigverklaring kennelijk niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf januari 2005, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES X-11.935- 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.152 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div