← België

Arrest 139266 - - 13/01/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.266 Rolnummer: A. 143506/XIV-17398 Zaak: Arrest 139266 - - 13/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-15 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 06:18 Fiche Arrest nr 139.266 van 13 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.266 van 13 januari 2005 in de zaak A. 143.506/XIV-17.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat N. LANGE, kantoor houdende te 4000 LUIK rue Louvrex 28 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraanse nationaliteit, op 3 november 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 20 oktober 2003 tot bevestiging van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 23 mei 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 6 november 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 12 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 december 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-17.398-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat N. LANGE, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Attaché M. HUYGHE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de feitelijke gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  3. Verzoekster komt België binnen op 14 december 2000 en vraagt asiel aan op 15 december
  4. 1.
  5. Op 23 mei 2001 neemt de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
  6. De Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen bevestigt deze beslissing op 20 oktober
  7. Dit is de bestreden beslissing.
  8. Over de ontvankelijkheid van het beroep. 2.
  9. Overwegende dat ter terechtzitting blijkt dat verzoekster op 2 december 2003 een tweede maal asiel heeft aangevraagd; dat de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 19 april 2004 heeft geoordeeld dat een verder onderzoek van de asielaanvraag noodzakelijk is en verzoekster bijgevolg heeft toegelaten tot verblijf in de hoedanigheid van kandidaat-vluchteling; dat verzoeksters asielaanvraag aldus ontvankelijk werd verklaard, en zij werd toegelaten tot de gegrondheidsfase van de asielprocedure; dat haar belang bij het aanvechten van de eerdere onontvankelijkheidsbeslissing van haar asielaanvraag derhalve niet langer actueel is; dat het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing als accessorium daarvan, derhalve dienen te worden verworpen wegens ontstentenis van het rechtens vereiste belang, XIV-17.398-2/3 BESLUIT: Artikel
  10. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien januari tweeduizend en vijf, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-17.398-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.266 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.