← België

Arrest 139311 - - 14/01/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.311 Rolnummer: A. 133115/XIV-13847 Zaak: Arrest 139311 - - 14/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-23 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 06:19 Fiche Arrest nr 139.311 van 14 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.311 van 14 januari 2005 in de zaak A. 133.115/XIV-13.847 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat P. MEULEMANS, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Koningin Astridlaan

  1. tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Bulgaarse nationaliteit, op 18 februari 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 29 januari 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 12 december 2002 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 26 februari 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 26 februari 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 31 maart 2004; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-13.847-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat F. LANDUYT, die, loco advocaat P. MEULEMANS, verschijnt voor de verzoekende partij, en van attaché E. SCHOUTEN, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 17 november 2002 en zich vluchteling verklaart op 19 november 2002; dat op 12 december 2002 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 29 januari 2003 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is; 2.
  3. Overwegende dat de verzoekende partij een enig middel aanvoert dat luidt als volgt: “Schending van de hoorplicht, artikel 1.A. van het verdrag van Genève van 2 8 juli 195 1, artikel 52 - 62 van de Vreemdelingenwet de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel Aangezien het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen twee redenen heeft om de asielaanvraag af te wijzen;
  4. De aanvraag is onontvankelijk is omdat deze van haar zoon ongegrond is; Aangezien op de D.V.Z. of het C.G.V.S. de verplichting rust om aan te tonen waarom zij van oordeel zijn dat een onontvankelijkheidsgrond toepassing kan vinden; Dat zowel art. 62 van de Vreemdelingenwet als de uitdrukkelijke motiveringsplicht ben verplichten om de beslissing met redenen te omkleden d.w.z. de motieven voor de beslissing in de beslissing op te nemen. Dat bovendien reeds door de Raad van State werd beslist op 23 januari 2001 inzake nr. 92 506 dat de motiveringsplicht wordt geschonden door eenvoudige verwijzing naar de bevestigende beslissing genomen t.o.v. andere familieleden!!!
  5. De aanvraag is kennelijk ongegrond omdat er tegenstrijdigheden zijn vastgesteld Aangezien verzoekster formeel betwist dat er door haar tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd bij vergelijking van deze met haar zoon of schoondochter; Dat het vlucht gebeuren zoals opgenomen onder punt ‘
  6. Feiten’ volkomen overeenstemt met dit van haar zoon en schoondochter; Dat het derhalve past om beide procedures samen te voegen teneinde zulks vast te stellen; Aangezien de tegenstrijdigheden enkel hun oorsprong kunnen vinden in de foutieve vertaling waarop verzoekster nochtans haar ongenoegen heeft geuit toen zij bemerkte dat het CGVS een Bulgaarse tolk heeft aangesteld waartegen zij zich heeft verzet doch zonder resultaat; Dat zulks niet blijkt uit het dossier daar er niets werd genoteerd; Dat dit verzet logisch is daar de ganse familie door Bulgaren het leven onmogelijk werd gemaakt; Dat verzoekster trouwens uitdrukkelijk en schriftelijk heeft genoteerd op het formulier van Taalkeuze dat zij wil gehoord worden door een Turkse tolk; Dat het dan ook volstrekt onbegrijpelijk is dat het CGVS een bulgaarse tolk aanstelt in dit dossier; XIV-13.847-2/6 Aangezien het CGVS zelf stelt in haar bestreden beslissing voor haar zoon: ‘Vervolgens werd U een viertal keer op straat aangevallen’ alsmede 'Na dit incident werd U nog een viertal keer op straat geslagen, de laatste keer in het begin van 2002'; Dat bovendien uit beiden aanvragen blijkt dat het gezin dermate veel gepest werden dat het aantal keren door hun niet met zekerheid kan weergegeven worden; Dat het dan ook logisch is dat het CGVS tegenstrijdigheden in de data's ontdekt en zij blijkbaar verkeerde feiten aan verschillende data's koppelen; Dat enkel drie markante feiten zijn bijgebleven - in januari - februari 1999 werd haar zoon na een vergadering dermate zwaar toegetakeld dat hij een week in het ziekenhuis diende opgenomen te worden; - in maart - april 1999 werd de familie thuis belaagd en kreeg kleindochter XXX ingevolge stress een epilepsieaanval terwijl de jongste kleindochter XXX brandwonden opliep en met de ziekenwagen diende vervoerd te worden; Nadien volgde de ganse familie in een taxi. verzoekster werd mishandeld en haar schoondochter werd door de aanvallers sexueel bedreigd; - in augustus 2000 werd een experiment uitgevoerd op haar zoon daar werd beweerd dat hij longkanker had doch volgens twee andere dokters bleek zulks onmogelijk te zijn (Dr. Gantsjev en dr. Van het ziekenhuis in in Sjurnen); Dat van verzoekster niet kan verwacht worden dat zij feiten drie jaar terug exact in tijd kan weergeven nu dit niet alleen onbelangrijk is voor de cultuur van verzoekster maar ook van elkeen na verloop van tijd niet meer kan verwacht worden; Zie identiek probleem : Zie arrest van 6 februari 2002 - A. 85 411 / VII 18 880 Dat zelfs het CGVS vergissingen maakt in data : in de bestreden beslissing van de zoon stelt zij dat de zoon na twee dagen asiel heeft aangevraagd : ‘ U bent een Bulgaars staatsburger van Roma-origine. Op 7 september 2002 ontvluchtte U Bulgarije, twee dagen later diende U bij de Belgische asielinstanties een asielaanvraag in’. (zie bovenaan blz. 2) en in deze zelfde beslissing stelt zij bovenaan blz. 3 : ‘Pas nadat U hier meer dan twee maanden was, riep U de bescherming van de asielinstanties in.’ Dat nochtans het gaat om een tegenstrijdigheid bij dezelfde instantie, in dezelfde beslissing van recente oorsprong en zonder tussenkomst van een tolk !! Dat het derhalve hoogst normaal is dat verzoekster zich afvraagt waarom zij op het einde van het interview geen volledige vertaling bekwam van hetgeen zij had verklaard Dat het CGVS er goed had aangedaan om de nota's te herlezen en te laten tekenen door verzoekster hetgeen principieel niet vereist is als administratief collega maar wel nodig indien de vreemdeling formeel bepaalde verklaringen betwist; Zie RvSt. Nr. 79 maart 1999, A.P.M. 1999, 68, TRD 2001, 18 Zie identieke zaak RvSt. Nr; 109 702 dd 8 augustus 2002, Tijdschrift voor Vreemdelingenrecht, nr. 2 van dec. 2002: Dat ook door andere uitspraken in deze zin werd beslist temeer daar inzake is aangetoond dat verzoekster geen bulgaarse tolk wou maar wel een Turkse! Aangezien het vluchtelingenverdrag wel vijf oorzaken van vervolging vermeldt maar ‘het behoren tot een bepaalde groep’ van mensen een ruime interpretatie kent, die overigens verenigbaar is met de bedoelingen van de auteurs van het Vluchtelingenverdrag die in de aanbevelingen van de Slotakte werden opgenomen; Zie Slotakte van de Conferentie van gevolmachtigden van de Verenigde Naties betreffende de status van vluchtelingen en staatloze personen, 2 8 juli 195 1, IV, E. Aangezien niet wordt betwist door het CGVS dat verzoekster van Roma origine is en dat deze mensen ernstig worden verdrukt; Aangezien verzoekster ook heeft aangetoond dat haar zoon lid is van de ‘Romy’ beweging; Aangezien deze discriminatie zich op alle vlakken door trekt : bij neerleggen klacht geen gevolg eraan geven, bij het minste probleem wordt eerst hun wijk opgezocht, uitschelden van de kinderen op school, geen kans op werk, Dat deze vorm van discriminatie van bestaansmogelijkheden en toekomstperspectieven van verzoekster beperkt zodat zij in een positie van minderwaardigheid en onzekerheid plaatst worden waardoor sprake is van vervolging; Zie CPRR (1 ste kamer) nr. F099, 21 mei; CPRR ( 1 ste kamer) nr. F03 7, 28 november 1991, Zie Handbook nr. 54; Dat ook wanneer misdrijven wetens en willens door de overheid (de beledigen, de invallen, de slagen, de experimenten, het weigeren van werk, e.d.) worden getolereerd en de overheid dus geen doeltreffende bescherming kan bieden er sprake is van vervolging; Zie R.v St. nr. 62 976, 6 november 1996, Rev. Dr. Etr. 1996, 759, T. Vreemd 1997, 74; Aangezien verzoekster dan ook, gelet op het voorgaanden, de vernietiging vraagt van de beslissing van het Commissariaat Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen dd 30 januari 2003 betrekkelijk de bevestigingen van de weigering van het verblijf op Belgisch Grondgebied;”; XIV-13.847-3/6 2.
  7. Overwegende dat de commissaris-generaal tot de conclusie komt dat de aanvraag bedrieglijk en kennelijk ongegrond is, nadat hij heeft vastgesteld dat de asielaanvraag van de verzoekende partij steunt op dezelfde problemen als die waarop XXX, zoon van de verzoekende partij, zijn asielaanvraag baseert; dat de commissaris-generaal, omwille van het kennelijk ongegrond en bedrieglijk karakter van het asielrelaas van XXX, een bevestigende beslissing van weigering van verblijf heeft genomen na diens dringend beroep; dat de commissaris-generaal zijn conclusie voorts steunt op tegenstrijdigheden die hij heeft vastgesteld tussen de verklaringen van de verzoekende partij en die van XXX, echtgenote van haar zoon, in verband met het tijdstip van de eerste aanval tegen haar zoon, wie hem na zijn ontslag uit het ziekenhuis ging halen, de epilepsieaanval van XXX, kleindochter van de verzoekende partij, en de wijze waarop de verzoekende partij en haar schoondochter zich na de inval in hun woning naar het ziekenhuis verplaatsten; Overwegende dat de commissaris-generaal, wanneer hij in dringend beroep uitspraak doet over een asielaanvraag op basis van artikel 52, §2, van de vreemdelingenwet, kan oordelen dat een vreemdeling die het Rijk is binnengekomen zonder te voldoen aan de in artikel 2 van die wet gestelde voorwaarden, die zich vluchteling verklaart en vraagt om als dusdanig erkend te worden, niet toegelaten wordt in die hoedanigheid in het rijk te verblijven wanneer de aanvraag bedrieglijk is, en kennelijk ongegrond omdat de vreemdeling geen gegevens aanbrengt dat er, wat hem betreft, ernstige aanwijzingen bestaan van een gegronde vrees voor vervolging in de zin van artikel 1,A,

(2), van de Conventie van Genève; Overwegende dat de verzoekende partij niet betwist dat zij haar asielaanvraag steunt op de door haar zoon aangehaalde feiten; dat het beroep van haar zoon tegen de hem betreffende beslissing met ‘s Raads arrest nr. 139.310 van 14 januari 2005 werd verworpen; dat de verwijzing naar de bevestigende beslissing betreffende haar zoon echter niet het enige motief vormt van de bestreden beslissing; Overwegende dat de stelling van de verzoekende partij, dat zij “uitdrukkelijk en schriftelijk heeft genoteerd op het formulier van taalkeuze dat zij wil gehoord worden door een Turkse tolk”, feitelijke grondslag mist aangezien uit het taalkeuzeformulier blijkt dat zij had verzocht om een tolk Bulgaars; dat bovendien uit het administratief dossier niet blijkt dat de verzoekende partij opmerkingen had met betrekking tot de tolk; Overwegende dat van een kandidaat-vluchteling mag worden verwacht dat hij zijn asielrelaas op volledige, getrouwe en correcte wijze weergeeft; dat de verzoekende partij met haar stelling, dat “niet kan verwacht worden dat zij feiten drie jaar terug exact in tijd kan weergeven nu dit niet alleen onbelangrijk is voor de cultuur van (de XIV-13.847-4/6 verzoekende partij) maar ook van elkeen na verloop van tijd niet meer kan verwacht worden”, de door de commissaris-generaal vastgestelde tegenstrijdigheden niet weerlegt; Overwegende dat de procedure voor de commissaris-generaal een administratieve en geen jurisdictionele procedure is; dat dienvolgens het tegensprekelijk debat in principe niet moet plaatsvinden; dat geen wettekst of rechtsbeginsel de commissaris-generaal verplicht om de verzoekende partij te confronteren met diens eigen verklaringen; dat het volstaat dat verzoeker in het kader van zijn asielprocedure nuttig voor zijn belangen kan opkomen; dat uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat de commissaris-generaal uitgebreide informatie heeft ingewonnen omtrent de asielmotieven van verzoeker, onder meer door middel van het verhoor op het commissariaat-generaal; dat de verzoekende partij zich overigens beperkt tot het in vraag stellen van de bewijskracht van het verhoorverslag van het commissariaat-generaal, zonder enig verband te leggen met de motieven van de bestreden beslissing; Overwegende dat de vergissing in data, begaan door de commissaris- generaal in zijn beslissing ten aanzien van de zoon van de verzoekende partij, een louter materiële vergissing is, die geen afbreuk doet aan de door de commissaris-generaal vastgestelde tegenstrijdigheden; Overwegende dat de verzoekende partij haar middel voorts verwijst naar rechtspraak en rechtsleer zonder deze op haar eigen toestand te betrekken; dat zij niet aannemelijk maakt dat de commissaris-generaal de bestreden beslissing op grond van onjuiste feitelijke gegevens, op kennelijk onredelijke of onzorgvuldige wijze of met overschrijding van de ruime appreciatiebevoegdheid, die hem door de artikelen 63 en 63/3 juncto 52 van de wet 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen is gegeven, heeft genomen; dat het enige middel ongegrond is; 3. Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel 1. XIV-13.847-5/6 De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien januari tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-13.847-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.311 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.