← België

Arrest 139364 - - 14/01/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.364 Rolnummer: A. 128607/XIV-12329 Zaak: Arrest 139364 - - 14/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-04 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 06:21 Fiche Arrest nr 139.364 van 14 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.364 van 14 januari 2005 in de zaak A. 128.607/XIV-12.329 In zake : XXX, die woont te 8400 OOSTENDE, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Georgische nationaliteit, op 3 oktober 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, door de minister van Binnenlandse Zaken genomen en aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 4 september 2002; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 30 oktober 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 14 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 december 2004; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-12.329-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HAEGEMAN, die loco advocaat F. A. NIANG verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

  1. Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 9 augustus 2000 en zich vluchteling verklaart op 11 augustus 2000; dat op 3 oktober 2000 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 11 juli 2001 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat het beroep tot nietigverklaring dat de verzoekende partij tegen deze beslissing had ingesteld werd verworpen bij arrest nr. 134.989 van 17 september 2004; dat op 4 september 2002 aan de verzoekende partij een bevel werd betekend om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat dit de thans bestreden beslissing is, die als volgt is gemotiveerd: "Artikel 7, eerste lid, 1/: verblijft in het Rijk zonder houder te zijn van de vereiste documenten: de betrokkene is niet in het bezit van een geldig paspoort voorzien van een geldig visum.";
  2. Overwegende dat de minister van Binnenlandse Zaken reeds op 3 oktober 2000 ten aanzien van de verzoekende partij een beslissing nam tot weigering van verblijf; dat tegelijk aan de verzoekende partij bevel werd gegeven om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat deze beslissing werd bevestigd op 11 juli 2001; dat het beroep daartegen door de Raad van State werd verworpen bij arrest nr. 134.989 van 17 september 2004; dat het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten bijgevolg nog steeds uitvoerbaar is; dat gelet op het bestaan van dat uitvoerbaar bevel, de verzoekende partij geen belang heeft bij de vernietiging van de thans bestreden beslissing; dat die vernietiging haar immers geen voordeel kan verschaffen; dat deze vaststelling volstaat om het beroep tot nietigverklaring te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  3. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. XIV-12.329-2/3 Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien januari tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-12.329-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.364 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.