id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.404 Rolnummer: A. 154570/XII-5459 Zaak: Arrest 139404 - - 17/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-31 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 06:22 Fiche Arrest nr 139.404 van 17 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.404 van 17 januari 2005 in de zaak A. 154.570/IX-
- In zake : Willy PAUWELS, die woonplaats kiest bij advocaat E. DE SIMONE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Broederminstraat 38 tegen : het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Willy PAUWELS op 9 augustus 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van : “de beslissingen genomen door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van het OCMW Antwerpen op haar zitting van 26.03.2004 met betrekking tot het administratief en geldelijk statuut en de daaruit voortvloeiende reglementen van haar statutaire personeelsleden, die ter beschikking werden gesteld van de v.z.w. Zina, meer specifiek met [betrekking] tot de wijzigingen die door voormelde beslissingen werden aangebracht aan : - het verlofreglement van toepassing op het OCMW-personeel tewerkgesteld in de OCMW-ziekenhuizen, met name de wijzigingen aan artikel 15; - het reglement betreffende de toekenning van maaltijdcheques van toepassing op het personeel van de OCMW-ziekenhuizen, met name op het vlak van de toepassingsmodaliteiten voor 2004 : de berekening en de uitbetaling van de cheques op basis van de eerste zes maanden van het jaar; - artikel 22 van het geldelijk statuut van het personeel tewerkgesteld in de OCMW- ziekenhuizen d.d. 10.10.03; - het reglement inzake de arbeidsduurvermindering en eindeloopbaan van toepassing op het OCMW-personeel tewerkgesteld in de OCMW-ziekenhuizen, met name de schrapping van artikel 7.” ; IX-4604-1/5 Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoeker de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. THYS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 24 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 december 2004, op welke datum de zaak tot de terechtzitting van 13 december 2004 is uitgesteld; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. DE SIMONE, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat P. VAN DER STRATEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. THYS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat met het bij deze vordering bestreden besluit van 26 maart 2004 van de raad voor maatschappelijk welzijn van Antwerpen, voor de personeelsleden van de OCMW-ziekenhuizen de volgende wijzigingen worden aangebracht aan het geldelijk statuut, het reglement inzake de arbeidsduurvermin- dering en eindeloopbaan, de reglementen betreffende de toekenning van maaltijd- cheques en de toepassingsmodaliteiten daarvan, het verlofreglement : - de betaling van de wedde vanaf de maand juni 2004 op het einde van de maand in plaats van bij de aanvang van de maand (artikel 22 van het geldelijk statuut); - het bepalen van de uit te reiken maaltijdcheques op basis van de werkelijke prestaties van het begunstigde personeelslid tijdens de periode van 1 januari tot 30 juni van dat jaar (reglement betreffende de toepassingsmodaliteiten inzake de toekenning van maaltijdcheques); IX-4604-2/5 - de toekenning van 6 in plaats van 8 bijkomende verlofdagen (artikel 15 van het verlofreglement); - de schrapping, ingevolge de stopzetting van de aanrekening van de lunchtijd als werktijd, van de arbeidsduurvermindering onder de vorm van 96 betaalde uren van vrijstelling van prestaties per jaar, dan wel van de premie voor het presteren van een bijkomende werktijd van 12 dagen op jaarbasis (schrapping van artikel 7 van het reglement inzake de arbeidsduurvermindering en eindeloopbaan);
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende dat verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verklaart te kunnen ondergaan, als volgt omschrijft : “De uitvoering van de bestreden beslissingen, met name die met betrekking tot het verlofreglement en het reglement met betrekking tot de arbeidsduur- vermindering en de eindeloopbaan, houdt in dat en zal inhouden dat verzoeker gedurende jaren en tot een mogelijke annulatie van de bestreden beslissingen zou beroofd blijven van een aanzienlijk aantal vakantiedagen en compensatie- dagen. Verzoeker gebruikt deze nu om zijn buitenverblijf te Zoersel te herstellen en te onderhouden (tuinonderhoud en snoeiwerk); daar hij zelf en zijn echtgenote leven van het beroepsinkomen van verzoeker (zie aanslagbiljet belastingen in bijlage), beschikt hij niet over de middelen om dat te laten doen door profes- sionelen. Verzoeker en zijn echtgenote gebruiken dit buitenverblijf in Zoersel om op vakantie te gaan, daar hen de middelen ontbreken om anderszins op vakantie te gaan. Verzoeker staat tevens in voor de gewone huishouding, daar zijn echtgenote wegens zware rugproblemen zeer weinig huishoudelijke taken kan uitvoeren. Hiervoor gebruikt verzoeker de weekends. De vermindering van het aantal vrije dagen weegt derhalve zwaar door voor verzoeker, nu hij veel minder dan vroeger de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken aan zijn buitenverblijf kan uitvoeren, met alle gevolgen vandien. Dit zou ertoe kunnen leiden dat verzoeker op termijn dit buitenverblijf noodgedwongen zal dienen te verkopen. Verzoeker meent dat het door hem te lijden nadeel ernstig en moeilijk te herstellen is, want niet zomaar financieel compenseerbaar. Verzoeker heeft zijn leven ingericht en een verlies van 14 verlof- of compensatiedagen betekent een belangrijke ingreep hierin, en betekent een belangrijk verlies aan levenskwaliteit en welzijn; de (oude) verlof- en IX-4604-3/5 compensatieregeling was een belangrijk facet van het werk die het vaak stresserende werk verlichtte.”; 2.2.
- Overwegende dat verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitsluitend situeert op het vlak van de verlofdagen en compensatiedagen welke hij verliest, namelijk 2 bijkomende verlofdagen en 12 compensatiedagen, wat hem niet meer in staat zou stellen om de noodzakelijke onderhouds- en herstellings- werken aan zijn buitenverblijf uit te voeren, hetgeen ertoe kan leiden dat hij dat buitenverblijf zal moeten verkopen; 2.2.
- Overwegende dat, aangenomen dat zijn berekeningen op dat stuk kloppen en wanneer hij voltijds werkt, verzoeker na het verlies van 12 compensatie- dagen, ingevolge de schrapping van de lunchtijd als arbeidstijd, en van 2 bijkomen- de verlofdagen, met toepassing van de artikelen 7 en 15 van het verlofreglement, nog tussen de 30 en de 37 dagen verlof per jaar geniet, afhankelijk van zijn leeftijd, naast de wettelijke feestdagen; dat bezwaarlijk kan worden aangenomen dat hij aldus niet meer in staat zou zijn om de nodige onderhoudswerken aan zijn buitenverblijf uit te voeren en daardoor een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou ondergaan; dat wat dat betreft verzoeker overigens nalaat in een proceduregeschrift waarmee de Raad van State rekening kan houden, uit te leggen hoe groot die te verrichten werkzaamheden dan wel zouden zijn, derwijze dat zij niet binnen de voormelde 30 tot 37 verlofdagen per jaar, aangevuld met de weekends en de wettelijke verlofdagen, zouden kunnen worden uitgevoerd; dat verzoeker derhalve niet aantoont dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te zullen ondergaan; 2.2.
- Overwegende dat aan een van de voorwaarden voor schorsing niet is voldaan, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. IX-4604-4/5 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien januari 2000 en vijf, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-4604-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.404 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.574 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.