id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.405 Rolnummer: A. 154569/XII-5442 Zaak: Arrest 139405 - - 17/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-28 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 06:23 Fiche Arrest nr 139.405 van 17 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.405 van 17 januari 2005 in de zaak A. 154.569/IX-
- In zake :
- Mia MORTELMANS,
- Elisa JAEKEN,
- Herman DE MEYER,
- Peggy VAN OVERLOOP,
- Joke DE GRAEF,
- Irene VANDEVEN, die woonplaats kiezen bij advocaat E. DE SIMONE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Broederminstraat 38 tegen : het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Mia MORTELMANS, Elisa JAEKEN, Herman DE MEYER, Peggy VAN OVERLOOP, Joke DE GRAEF en Irene VANDEVEN op 9 augustus 2004 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van : “de beslissingen genomen door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van het OCMW Antwerpen op haar zitting van 26.03.2004 met betrekking tot het administratief en geldelijk statuut en de daaruit voortvloeiende reglementen van haar statutaire personeelsleden, die ter beschikking werden gesteld van de v.z.w. Zina, meer specifiek met [betrekking] tot de wijzigingen die door voormelde beslissingen werden aangebracht aan : - het verlofreglement van toepassing op het OCMW-personeel tewerkgesteld in de OCMW-ziekenhuizen, met name de wijzigingen aan artikel 15; - het reglement betreffende de toekenning van maaltijdcheques van toepassing op het personeel van de OCMW-ziekenhuizen, met name op het vlak van de toepassingsmodaliteiten voor 2004 : de berekening en de uitbetaling van de cheques op basis van de eerste zes maanden van het jaar; - artikel 22 van het geldelijk statuut van het personeel tewerkgesteld in de OCMW- ziekenhuizen d.d. 10.10.03; IX-4603-1/6 - het reglement inzake de arbeidsduurvermindering en eindeloopbaan van toepassing op het OCMW-personeel tewerkgesteld in de OCMW-ziekenhuizen, met name de schrapping van artikel 7.” ; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekers de nietigverklaring vorderen van dezelfde beslissingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. THYS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 24 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 december 2004, op welke datum de zaak tot de terechtzitting van 13 december 2004 is uitgesteld; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. DE SIMONE, die verschijnt voor de verzoekers, en van advocaat P. VAN DER STRATEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. THYS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat met het bij deze vordering bestreden besluit van 26 maart 2004 van de raad voor maatschappelijk welzijn van Antwerpen, voor de personeelsleden van de OCMW-ziekenhuizen de volgende wijzigingen worden aangebracht aan het geldelijk statuut, het reglement inzake de arbeidsduurvermin- dering en eindeloopbaan, de reglementen betreffende de toekenning van maaltijd- cheques en de toepassingsmodaliteiten daarvan, het verlofreglement : - de betaling van de wedde vanaf de maand juni 2004 op het einde van de maand in plaats van bij de aanvang van de maand (artikel 22 van het geldelijk statuut); IX-4603-2/6 - het bepalen van de uit te reiken maaltijdcheques op basis van de werkelijke prestaties van het begunstigde personeelslid tijdens de periode van 1 januari tot 30 juni van dat jaar (reglement betreffende de toepassingsmodaliteiten inzake de toekenning van maaltijdcheques); - de toekenning van 6 in plaats van 8 bijkomende verlofdagen (artikel 15 van het verlofreglement); - de schrapping, ingevolge de stopzetting van de aanrekening van de lunchtijd als werktijd, van de arbeidsduurvermindering onder de vorm van 96 betaalde uren van vrijstelling van prestaties per jaar, dan wel van de premie voor het presteren van een bijkomende werktijd van 12 dagen op jaarbasis (schrapping van artikel 7 van het reglement inzake de arbeidsduurvermindering en eindeloopbaan);
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende dat verzoekers het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verklaren te kunnen ondergaan, als volgt omschrijven : “De uitvoering van de bestreden beslissingen, met name die met betrekking tot het verlofreglement en het reglement met betrekking tot de arbeidsduur- vermindering en de eindeloopbaan, houdt in dat en zal inhouden dat verzoekers gedurende jaren en tot een mogelijke annulatie van de bestreden beslissingen zouden beroofd blijven van een aanzienlijk aantal vakantiedagen en compensatiedagen. Het verlies van bijkomende vakantiedagen en compensatiedagen is sowieso in se een moeilijk te herstellen nadeel, want niet financieel compenseerbaar, daar verzoekers opteerden en opteren voor bijkomend dagen vrij in plaats van voor een premie (zie artikel 7 reglement m.b.t. de arbeidsduurvermindering). Verzoekers hebben allen hun leven ingericht en een verlies van (maximaal) 14 verlof- of compensatiedagen betekent een belangrijke ingreep hierin; de (oude) verlof- en compensatieregeling was een belangrijk facet van het werk die het vaak stresserende werk verlichtte. Voor zesde verzoekster gelden daarenboven nog specifieke omstandigheden. Zij vangt sedert februari 2003 haar kleindochter Margot op en dit om de twee weken op vrijdag, zo’n 24 keer per jaar. Zij gebruikte hiervoor de 12 compensatiedagen in het kader van de arbeidsduurvermindering, iets wat sedert 01.01.04 niet meer mogelijk is. Voor het overige werden vakantiedagen aangewend. Zoals uit bijgevoegde verklaring van de vader van het kind, Eric De Pessemier, blijkt is de opvang van het kind door zesde verzoekster van groot IX-4603-3/6 belang, zowel op affectief als op praktisch vlak, gelet op de moeilijkheden om geschikte opvang te vinden voor het kind op vrijdag (beide ouders werken en er is slechts opvang van maandag tot en met donderdag bij een onthaalmoeder). Om die reden diende zesde verzoekster met ingang van 01.06.04 1/5 loopbaanonderbreking aan te vragen, teneinde ook in de nieuwe regeling haar kleinkind te kunnen bijhouden (voor de periode van januari 2004 tot en met mei 2004 nam zij overuren op). Zij dient meer dagen thuis te blijven dan noodzakelijk voor de opvang van haar kleinkind om de twee weken. Zonder loopbaanonderbreking zou zij al haar vakantiedagen hebben moeten opnemen! Het nadeel dat voortvloeit uit de getroffen beslissing is derhalve ernstig : verlies van vrije tijd én van 1/5 van de wedde! Wat het verlies van vrije tijd betreft, dit is natuurlijk ernstig en niet zo maar financieel compenseerbaar en dus uit de aard moeilijk te herstellen. Wat het verlies van wedde betreft : een verlies van 1/5 noopt zesde verzoekster ertoe zeer zuinig te leven, en betekent een aantasting van haar levenskwaliteit en welzijn, zaken die evenmin achteraf zonder problemen financieel kunnen worden gecompenseerd.”; 2.2.
- Overwegende dat verzoekers het moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitsluitend situeren op het vlak van de verlofdagen en compensatiedagen welke zij verliezen, namelijk maximaal 2 bijkomende verlofdagen en 12 compen- satiedagen, wat “een belangrijke ingreep” betekent in de organisatie van hun leven, terwijl de voorheen geldende verlof- en compensatieregeling een belangrijk facet van hun werk betrof die de daaraan verbonden stress verlichtte; dat zij aldus het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat zij ingevolge welbepaalde onderdelen van het bestreden besluit, met name de wijziging van het verlofreglement en van het reglement inzake de arbeidsduurvermindering en eindeloopbaan, vrezen te zullen ondergaan, op een zeer algemene wijze formuleren; 2.2.
- Overwegende dat, aangenomen dat hun berekeningen op dat stuk kloppen en wanneer zij voltijds werken, verzoekers na het verlies van 12 compen- satiedagen, ingevolge de schrapping van de lunchtijd als arbeidstijd, en van 2 bijkomende verlofdagen, met toepassing van de artikelen 7 en 15 van het verlofreglement, nog tussen de 30 en de 37 dagen verlof per jaar genieten, afhankelijk van hun leeftijd, naast de wettelijke feestdagen; dat voor zover zij een financieel nadeel lijden, dat nadeel niet zo ernstig lijkt te zijn dat het niet ingevolge een annulatiearrest kan worden hersteld; dat althans daarvoor geen concrete argumenten worden aangereikt; dat dit laatste ook geldt wat betreft hun bewering dat “de oude verlof- en compensatieregeling (...) een belangrijk facet van het werk (was) die het vaak stresserende werk verlichtte”; IX-4603-4/6 2.2.
- Overwegende dat alleen verzoekster Irene VANDEVEN concreet argumenteert waarom het verlies van 12 compensatiedagen en 2 bijkomende verlofdagen voor haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt; dat daartegenover echter moet worden gesteld dat het probleem van de opvang van haar kleinkind, daargelaten dat dit veeleer onder de verantwoordelijkheid van de ouders van het kind dan van verzoekster persoonlijk lijkt te vallen, inmiddels reeds verholpen is doordat verzoekster een loopbaanonderbreking heeft aangevraagd en gekregen voor 1/5 van haar opdracht; dat niet valt in te zien dat verzoekster daardoor vrije tijd zou verliezen, nu zij precies door de loopbaanonderbreking meer vrije tijd ter beschikking krijgt; dat bij ontstentenis van door die verzoekster aangebrachte concrete en gestaafde gegevens over de omvang van haar weddever- mindering, mogelijke andere gezinsinkomsten en te verrichten uitgaven, niet kan worden aangenomen dat het allicht relatief beperkte verlies van wedde een wezenlijke aantasting van verzoeksters levenskwaliteit kan teweegbrengen die als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou moeten worden opgevat; 2.2.
- Overwegende dat geen van de verzoekers derhalve aantoont dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigen te zullen ondergaan; dat aan een van de voorwaarden voor schorsing niet is voldaan, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-4603-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien januari 2000 en vijf, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-4603-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.405 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.573 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.