id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.431 Rolnummer: A. 57224/X-9662 Zaak: Arrest 139431 - - 18/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-28 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 06:24 Fiche Arrest nr 139.431 van 18 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.431 van 18 januari 2005 in de zaak A. 57.224/X-
- In zake : Jan DE NIJS die woonplaats kiest bij Advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Aarlenstraat 25 tegen : het Vlaamse gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. TAELMAN, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan DE NIJS op 30 maart 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 januari 1994 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen het besluit van 5 augustus 1993 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen, waarbij hem de vergunning wordt verleend voor het verkavelen van een grond aan de Speckaertstraat te Lede, op een perceel kadastraal bekend Sectie C, nr. 597 ; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur-generaal M. ROELANDT; Gelet op de beschikking van 24 juli 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; X-9662-1/5 Gelet op de beschikking van 26 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 november 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. KNAEPEN die, loco Advocaat P. FLAMEY verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij op 2 april 1993 een verkavelingsaanvraag heeft ingediend bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lede voor een grond aan de Speckaertstraat te Lede, op een perceel kadastraal bekend Sectie C, nr. 597; dat de betrokken grond volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 30 mei 1978 vastgesteld gewestplan Aalst-Ninove-Geraardsbergen-Zottegem is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied; dat de gemachtigde ambtenaar op 13 mei 1993 een ongunstig advies heeft verleend; dat het college van burgemeester en schepenen op 2 juni 1993 de verkavelingsvergunning heeft geweigerd; dat de verzoekende partij op 17 juni 1993 bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen beroep heeft ingesteld tegen deze weigeringsbeslissing; dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen op 5 augustus 1993 het beroep heeft ingewilligd en de verkavelingsvergunning heeft verleend; dat de gemachtigde ambtenaar op 5 oktober 1993 beroep heeft ingesteld tegen deze beslissing; dat de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden op 19 januari 1994, bij het thans bestreden besluit, het beroep van de gemachtigde ambtenaar heeft ingewilligd en de beslissing van 5 augustus 1993 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende toekenning van de verkavelingsvergunning heeft vernietigd; X-9662-2/5 Overwegende dat verzoeker in een eerste middel aanvoert aanspraak te kunnen maken op de toepassing van artikel 23, § 1, van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, zijnde "de uitzonderingsmaatregel gekend als 'opvulregel'"; dat de afschaffing van deze regel slechts bekendgemaakt werd in het Belgisch Staatsblad van 12 (lees : 14) augustus 1993; dat het provinciebestuur zijn beroep had ingewilligd op 5 augustus 1993; dat elke discussie over wetswijzi- gingen na 5 augustus 1993 hier niets ter zake doet; Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat de overheid, wanneer ze uitspraak doet over een bouwvergunning, niet gebonden is door de reglementering die van toepassing is op de datum van de aanvraag, maar wel door deze die geldt op het ogenblik van de uitspraak; dat de opvulregel niet meer van toepassing was op 19 januari 1994; dat het decreet van 23 juni 1993 de toepassing van de opvulregel, voorzien in artikel 23, eerste lid, van het koninklijk besluit van 28 december 1972, niet meer toeliet; Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord nog de motieven van het beroep van de gemachtigde ambtenaar in verband met de toepassing van de 70 m-regel betwist; Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie niets toevoegt aan hetgeen hij reeds heeft uiteengezet; Overwegende dat het bestreden besluit overweegt dat het betrokken perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Aalst-Ninove-Geraardsbergen-Zottegem, vastgesteld bij koninklijk besluit van 30 mei 1978, is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied; dat zulk gebied, overeenkomstig artikel 11 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, is bestemd voor de landbouw in de ruime zin, en dat het behoudens bijzondere bepalingen, enkel mag bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven; dat residentiële bebouwing strijdig is met de bestemmingsvoorschriften bepaald in voormeld artikel 11, en derhalve niet toelaatbaar is; X-9662-3/5 Overwegende dat verzoeker aanvoert dat de bestreden beslissing toepassing had moeten maken van de reglementering die gelding had op de datum dat hij zijn verkavelingsaanvraag indiende; Overwegende dat artikel 2 van het decreet van 23 juni 1993 houdende aanvulling met een artikel 87 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, luidt als volgt : "Art.
- In de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelij- ke ordening en van de stedebouw wordt titel V, ingevoegd bij decreet van 28 juni 1984, aangevuld met een artikel 87, luidend als volgt : 'Art.
- In artikel 2, § 1 van deze wet, gewijzigd bij de wet van 22 december 1970, wordt tussen het derde en het vierde lid het volgende lid ingevoegd : 'Bij het onderzoek van bouw- of verkavelingsaanvragen, andere dan voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare diensten kan geen toepassing worden gemaakt van regelen in verband met de inrichting en de toepassing van ontwerp-gewestplannen en gewestplannen die de mogelijkheid scheppen om van deze plannen af te wijken of uitzonderingen toe te laten waardoor kan worden gebouwd of verkaveld. Het niet toepassen van de regelen kan geen aanleiding geven tot schadevergoeding als bedoeld in artikel 37"; Overwegende dat bovenvermeld decreet werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 augustus 1993 en dat het bij gebreke aan een andersluidende bepaling in werking is getreden tien dagen na deze bekendmaking, zijnde 24 augustus 1993; dat het geen overgangsmaatregelen bevat met betrekking tot de hangende bouw- en verkavelingsaanvragen, zodat het van onmiddellijke toepassing was; dat het de toepassing van artikel 23, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit van 28 december 1972 op de verkavelingsaanvraag uitsluit; dat, in tegenstelling tot hetgeen verzoeker in zijn middel betoogt, de vergunningverle- nende overheid, wanneer zij uitspraak doet over een bouw- of verkavelingsaanvraag, niet gebonden is door de reglementering die van toepassing was op de datum van het indienen van de aanvraag; dat zij integendeel als orgaan van het actief bestuur ertoe gehouden is de reglementering toe te passen die geldt op het ogenblik dat zij over de aanvraag uitspraak doet; dat het middel ongegrond is, Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie aanvoert dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden; Overwegende dat de raadsman van verzoekende partij ter terechtzitting nog de schending aanvoert van artikel 55, § 2, eerste lid, van de wet van 29 maart 1962 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van de X-9662-4/5 stedenbouw, doordat het beroep van de gemachtigde ambtenaar niet terzelfder tijd ter kennis van de aanvrager en de minister werd gebracht; Overwegende dat de verzoekende partij in de laatste memorie en ter terechtzitting nieuwe middelen aanvoert; dat deze middelen door de verzoekende partij reeds in haar verzoekschrift tot nietigverklaring konden worden aangevoerd, en de openbare orde niet raken; dat zij laattijdig zijn; dat zij niet ontvankelijk zijn, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien januari 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9662-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.431 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.