id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.434 Rolnummer: A. 137203/X-11429 Zaak: Arrest 139434 - - 18/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-31 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 06:25 Fiche Arrest nr 139.434 van 18 januari 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.434 van 18 januari 2005 in de zaak A.137.203/X-11.
- In zake :
- Arsène CARRON,
- Bernadette CALLEWAERT, die woonplaats kiezen bij Advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Grotehertstraat 12 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij Advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Arsène CARRON en Bernadette CALLEWAERT op 27 mei 2003 hebben ingediend om de nietigverkla- ring te vorderen van het besluit van 10 april 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij het beroep van de n.v. ART DENTAIRE tegen het besluit van 17 april 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel houdende weigering van de vergunning voor het bouwen van een overdekt terras en een barbecue te Wemmel, Rassel, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 679 p, wordt ingewilligd; Gelet op het arrest nr. 120.207 van 5 juni 2003 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing wordt bevolen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van 30 juni 2003 ingediend door de verwerende partij; X-11.429-1/6 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 15 december 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoekers; Gelet op de beschikking van 2 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 mei 2004, datum waarop de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 15 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. DENYS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat H. CARÉME die, loco Advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant op 5 september 2002 besluit het beroep van de n.v. ART DENTAIRE tegen de beslissing van 17 april 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel houdende weigering van de vergunning voor het bouwen van een overdekt terras en een barbecue te Wemmel, Rassel, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 679 p in te willigen; dat Arsène CARRON en Bernadette CALLEWAERT, de eveneens thans verzoekende partijen, op 4 december 2002 een verzoekschrift indienen om de nietigverklaring te vorderen van dit besluit; dat dit beroep gekend is bij de Raad van State onder de referentie X-11.429-2/6 A. 128.534/X-11.164; dat in zaak A. 128.534/X-11.164 de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant in een bij ter post van 23 december 2002 aangetekend verzonden memorie van antwoord haar besluit van 5 september 2002 verdedigt; dat met het thans bestreden besluit van 10 april 2003 de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant hetzelfde beroep tegen de beslissing van 17 april 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel opnieuw inwilligt; Overwegende dat de verzoekende partijen een eerste middel afleiden "uit de bevoegdheidsoverschrijding, uit de schending van het rechtszeker- heidsbeginsel en uit de schending van het beginsel van de niet-retro-activiteit van de administratieve rechtshandelingen, "Doordat de bestendige deputatie bij het bestreden besluit het beroep, ingesteld door de N.V. ART DENTAIRE tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel dd. 17 april 2002, inwilligt; Terwijl de bestendige deputatie over ditzelfde beroep reeds uitspraak had gedaan bij besluit van 5 september 2002; en terwijl het eerdere besluit van 5 september 2002 nog niet werd vernietigd door de Raad van State, zodat het nog steeds aanwezig is in het rechtsverkeer; en terwijl de bestendige deputatie bijgevolg haar bevoegdheid reeds had uitgeput door het nemen van het besluit van 5 september 2002, zodat zij niet gerechtigd was op 10 april 2003 een nieuw besluit te nemen over eenzelfde administratief beroep; en terwijl het besluit van 5 september 2002 evenmin werd ingetrokken; en terwijl de overheid die de initiële handeling heeft gesteld, overigens maar tot intrekking zou mogen overgaan wanneer zij haar bevoegdheid niet heeft uitgeput, hetgeen zij in casu wel heeft gedaan (...); en terwijl tegenpartij in een op 24 december 2002 ingediende memorie, in het kader van de hangende annulatieprocedure tegen de beslissing van 5 september 2002 (G/A 128.534/X-11.164), nog uitdrukkelijk heeft vastgehou- den aan de wettigheid van deze beslissing van 5 september 2002, zodat het in haar ogen gaat om een regelmatige administratieve rechtshandeling, welke niet kan worden ingetrokken"; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord repliceert dat haar besluit van 5 september 2002 bij 's Raads arrest nr. 112.394 van 8 november 2002 wordt geschorst en zij ingevolge dit schorsings- arrest beslist dit besluit in te trekken en opnieuw uitspraak te doen over het beroep, dat het duidelijk is dat het thans bestreden besluit opnieuw uitspraak doet over dit beroep en dat dit inhoudt dat het besluit van 5 september 2002 impliciet wordt ingetrokken, dat een administratieve handeling zowel expliciet als impliciet kan worden ingetrokken en dat is voldaan aan de voorwaarden voor de impliciete intrekking, zijnde "schorsing van het besluit van 05.11.2002 (lees : 5 september X-11.429-3/6 2002) door uw Raad: geen regelmatige rechtsverlenende administratieve rechtshan- deling; vernietigingsprocedure hangende voor uw Raad; geen inhoudelijke onduidelijkheid/dubbelzinnigheid over de intrekking, ..."; Overwegende dat de verzoekende partijen dupliceren dat noch in het thans bestreden besluit, noch in het administratief dossier een "spoor" is te vinden van een besluit tot intrekking, dat, nu de verwerende partij in een op 24 december 2002 ingediende memorie in zaak A. 128.534/X-11.164 nog uitdrukke- lijk heeft vastgehouden aan de wettigheid van het besluit van 5 september 2002 zodat het in haar ogen een regelmatige administratieve rechtshandeling betreft die niet kan worden ingetrokken, dat een impliciete intrekking enkel geldig is indien er geen twijfel mogelijk is over de intenties van de overheid om tot intrekking over te gaan en de houding van de verwerende partij "minstens dubbelzinnig" is, dat de verwerende partij haar bevoegdheid reeds had uitgeput door het nemen van het besluit van 5 september 2002 waardoor zij niet gerechtigd was om op 10 april 2003 een nieuw besluit te nemen over hetzelfde administratief beroep; Overwegende dat de rechtszekerheid in beginsel vereist dat de intrekking van een akte schriftelijk geschiedt; dat er geen onduidelijkheid mag bestaan omtrent de intenties van het bestuur met betrekking tot de intrekking; dat in geval van impliciete intrekking van een akte de materiële rechtskracht van de akte wordt ongedaan gemaakt, maar dat deze niettemin formeel blijft bestaan zodat de rechtszekerheid en de duidelijkheid in het rechtsverkeer vereisen dat er geen enkele ondubbelzinnigheid blijft bestaan omtrent de impliciete intrekking van de akte; Overwegende dat de verwerende partij noch in de feitenuiteenzet- ting, noch in de overwegingen, noch in het dictum van het thans bestreden besluit melding maakt van de door haar op 5 september 2002 verleende en bij 's Raads arrest nr. 112.394 van 8 november 2002 geschorste vergunning, waarbij zij een eerste maal beschikte over het beroep tegen de op 17 april 2002 door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel genomen beslissing nopens deze aanvraag; dat zulks ook niet blijkt uit het dossier; dat derhalve niet op ondubbelzinnige wijze is uit te sluiten dat de verwerende partij - die geen laatste memorie indiende als repliek op het verslag van het bevoegde lid van het Auditoraat waarin deze het eerste middel gegrond achtte - opnieuw uitspraak deed over het beroep tegen de beslissing van 17 april 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel zonder dat ze hierbij de intentie had tot X-11.429-4/6 impliciete intrekking van haar eerdere beslissing van 5 september 2002; dat niet op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat de voornoemde beslissing van 5 september 2002 impliciet doch zeker is ingetrokken; dat niet vaststaat dat de rechtskracht van de laatstgenoemde beslissing ongedaan was gemaakt op het ogenblik dat het thans bestreden besluit is genomen; dat aldus de verwerende partij door het bestreden besluit haar bevoegdheid heeft overschreden daar zij haar bevoegdheid reeds had uitgeput door bij besluit van 5 september 2002 uitspraak te hebben gedaan over het beroep tegen de beslissing van het college; dat het eerste middel gegrond is; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie vragen het onderzoek uit te breiden tot het tweede middel en dit ook gegrond te achten; dat het bevoegde lid van het Auditoraat evenwel met toepassing van artikel 24, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, het verslag heeft beperkt tot het eerste middel ten gronde dat de oplossing van het geschil mogelijk maakt, dat in dit geval de Raad bij wege van arrest uitspraak moet doen over de conclusies van het verslag; dat zoals hiervoor is komen vast te staan, deze conclusie is dat het beroep gegrond is en de bestreden beslissing dient te worden vernietigd; dat er dan ook geen grond is om op het verzoek van de verzoekende partijen - die een voor hen griefhoudende akte uit het rechtsverkeer zien verdwijnen - in te gaan, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 10 april 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij het beroep van de n.v. ART DENTAIRE tegen het besluit van 17 april 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel houdende weigering van de vergunning voor het bouwen van een overdekt terras en een barbecue te Wemmel, Rassel, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 679 p, wordt ingewilligd. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. X-11.429-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien januari 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-11.429-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.434 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.120.207 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.