id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.435 Rolnummer: A. 128534/X-11164 Zaak: Arrest 139435 - - 18/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-31 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 06:25 Fiche Arrest nr 139.435 van 18 januari 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.435 van 18 januari 2005 in de zaak A. 128.534/X-11.164. In zake : 1. Arsène CARRON, 2. Bernadette CALLEWAERT, die woonplaats kiezen bij Advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Grote Hertstraat 12 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij Advocaat M. van DIEVOET kantoor houdende te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Arsène CARRON en Bernadette CALLEWAERT op 4 december 2002 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 5 september 2002 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij het beroep van de n.v. ART DENTAIRE tegen het besluit van 17 april 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wemmel houdende weigering van de vergunning voor het bouwen van een overdekt terras en een barbecue te Wemmel, Rassel, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 679 p, wordt ingewilligd; Gelet op het arrest nr. 112.394 van 8 november 2002 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de n.v. ART DENTAIRE in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd, de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing wordt bevolen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld, en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; X-11.164-1/5 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 13 maart 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 20 november 2003 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 december 2003, datum waarop de zaak voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld; Gelet op de beschikking van 5 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. DENYS, die verschijnt voor verzoekers, en van Advocaat H. CARÉME die, loco Advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Audi- teur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partijen in een eerste middel de schending aanvoeren van artikel 144 van de Grondwet, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurs- handelingen, en machtsoverschrijding; dat dit middel reeds in extenso is weergege- ven in het arrest nr. 112.394 van 8 november 2002 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het thans bestreden besluit is bevolen; dat het derhalve volstaat daar naar te verwijzen; X-11.164-2/5 Overwegende dat de verwerende partij inhoudelijk hetzelfde verweer voert als in de schorsingsprocedure; dat de verzoekende partijen in hun memorie van wederantwoord geen nieuwe argumenten aan het debat toevoegen; Overwegende dat luidens de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen elke eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur, in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat deze afdoende moeten zijn; Overwegende dat het bestreden besluit, na te hebben gesteld dat "het oostelijk uitzicht, vanaf het terras en de veranda van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.