id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.438 Rolnummer: A. 158615/XII-4339 Zaak: Arrest 139438 - Overheidsopdrachten - 18/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-20 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 06:25 Fiche Arrest nr 139.438 van 18 januari 2005 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.438 van 18 januari 2005 in de zaak A. 158.615/XII-
- In zake : BORCHERS KREISLAUFWIRTSCHAFT GMBH, die woonplaats kiest bij advocaat P. Flamey, kantoor houdende te 1050 Brussel, Aarlenstraat 25 tegen : de STAD ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. Coen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210a. tussenkomende partij : de NV INDAVER, die woonplaats kiest bij advocaten C. De Wolf en J. Timmermans, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat BORCHERS KREISLAUFWIRTSCHAFT GmBH op 24 december 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van ongekende datum van de Stad Antwerpen waarbij beslist werd om de dienstenopdracht inzake het sorteren van selectief ingezameld PMD-afval voor wat betreft perceel 2 (sortering van pmd afkomstig van de regio noord) en voor wat betreft perceel 3 (sortering van pmd afkomstig van de regio zuid) toe te wijzen aan Indaver met respectievelijk de variante offerte van Indaver voor perceel 2 - en de basisofferte van Indaver voor perceel 3”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 28 december 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 januari 2005, om 10.30 uur; XII-4339-1\10 Gezien het ter terechtzitting neergelegd verzoekschrift waarbij de NV Indaver vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Flamey, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat S. Knaepen en advocaat Ph. Linders, die loco advocaat Chr. Kocks eveneens verschijnen voor de verzoekende partij, van advocaat Chr. Coen, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaten C. De Wolf en J. Timmermans, die verschijnen voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. Vermeire; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verwerende partij schrijft een algemene offerteaanvraag uit met bestek 2005/4608 voor “het sorteren van selectief ingezameld PMD-afval”. 1.
- De opdracht heeft als voorwerp “het sorteren in een daartoe vergunde installatie van de selectief ingezamelde fractie PMD (Plastic flessen en flacons, Metalen verpakking en Drankkartons) van de stad Antwerpen ten behoeve van stads- en buurtonderhoud”. (bestek, blz. 1). De opdracht loopt gedurende een periode van 5 jaar, ingaand op 1 januari
- Hij is in drie percelen opgedeeld (regio's noord, midden en zuid met referentiepunten te 2170 Merksem, 2020 Antwerpen en 2610 Wilrijk. (bestek, blz. 4). Als gunningscriteria worden vermeld : “• de prijs van de dienstverlening : 60 punten; XII-4339-2\10 • de kwaliteit van de ingezette middelen en aangeboden infrastructuur : 30 punten; • de afstand in vogelvlucht tussen het referentiepunt en de afleveringsplaats : 10 punten;” (bestek, blz. 11). 1.
- Bij de opening der offertes op 28 oktober 2004 blijken vier inschrijvers te hebben ingeschreven, waaronder de verzoekende partij doch zulks enkel voor percelen 2 en
- 1.
- In een advies van 7 december 2004 van ir. Decuyper worden de offertes beoordeeld en punten toegekend. Daarin wordt onder meer vermeld hetgeen volgt : “Neergelegde offertes : zie proces-verbaal van openbare aanbesteding. Gunningstabel : zie bijlage (3 tabellen)
- Prijs : 60 punten De punten werden lineair toegekend. De offerte van Biffa bevat een voorstel tot korting in geval 2 of 3 percelen samengevoegd worden toegewezen. De voorstellen werden apart beoordeeld; ze werden evenwel niet weerhouden gezien na toepassing van de korting geen 2 of 3 percelen als meest voordelige bieding kunnen worden toegewezen.
- Kwaliteit : 30 punten Dit criterium werd als volgt beoordeeld.
- Sorteerinstallatie (opzet + werking) Borchers : voorsortering gevolgd door automatische uitsortering - installatie niet typisch ontworpen voor sortering PMD-fractie België. Indaver : automatische uitsortering gevolg[d] door manuele nasortering op lange banden - afscheiding metaal uit klein residu. Deze installatie heeft het potentieel om het beste eindresultaat te leveren. Biffa Lokeren : voorlopig volledig manuele sortering - automatische sortering voorzien op termijn. GRV : automatische uitsortering gevolg door manuele nasortering op korte banden.
- Beschrijving valorisatieprocedure residu. Dit voldoet voor alle inschrijvers.
- Beschrijving procedure klachtenopvolging. Een aanvaardbaar voorstel werd ingediend door Indaver en Biffa. Er is een zeer beperkte klachtenopvolgingsprocedure bij Borchers en geen bij GRV.
- ISO ISO 9001 voor sorteerinstallatie Indaver Aanvullend kunnen nog volgende bemerkingen gemaakt worden op administratief vlak. De ijkingscertificaten van de weegbruggen van GRV zijn ouder dan 5 jaar. De duurtijd van de exploitatievergunning van Borchers is niet duidelijk vermeld. De verwerking van de afvalstoffen gebeurt bij Borchers in het buitenland. De ingediende offerte bevat echter geen gegevens betreffende de noodzakelijke exportvergunning voor het vervoeren van de afvalstoffen over de grens. Dit kan de continuïteit van de verwerking ernstig in het gedrang brengen. Deze bemerkingen werden echter niet weerhouden in de punten toekenning.
- Afstand : 10 punten XII-4339-3\10 De punten werden lineair toegekend. Besluit : Gelet op bovenstaande beoordeling stel ik voor de sortering van PMD voor de drie percelen te gunnen als volgt : - perceel 1 : Indaver met de variante (aanlevering op de overslagsite van de aannemer op kaai 271) - perceel 2 : Indaver met de variante (aanlevering op de overslagsite van de aannemer op kaai 271) - perceel 3 : Indaver met de basis (rechtstreekse aanlevering op de sorteersinstallatie in Willebroek)”. Bij dit gunningsverslag hoort een puntentabel. 1.
- Het college van burgemeester en schepenen van de verwerende partij besluit -eerst op 10 december 2004 en vervolgens op 17 december 2004 met een op het vlak van tarieven verbeterd dispositief- om de opdracht voor de drie percelen aan NV Indaver toe te wijzen. 1.
- Met een blijkbaar aangetekend verzonden brief van 13 december 2004 wordt de verzoekende partij medegedeeld dat “zoals blijkt uit het hierbij gaande gemotiveerde gunningsverslag van het bedrijf stads- en buurtonderhoud/stadsreiniging, [haar] offerte voor bestek 2004/4608 niet [werd] weerhouden als de voordeligste regelmatige inschrijving”;
- De ontvankelijkheid Overwegende dat de verwerende partij en de tussenkomende partij in excepties stellen dat de verzoekende partij geen belang heeft bij de vordering; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om die excepties te onderzoeken en er uitspraak over te doen; dat zulks slechts noodzakelijk zou zijn indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zouden zijn, wat, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is;
- De grondvoorwaarden tot schorsing 3.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten XII-4339-4\10 beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat als enig middel wordt aangevoerd hetgeen volgt : Enig middel, genomen uit schending van artikel 16 juncto 21bis § 2, derde lid van de Wet Overheidsopdrachten uit de schending van artikel 115 van het KB van 8 januari 1996 en uit schending van de formele motiveringswet, het materieel motiveringsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur. Tevens genomen uit de schending van de rechtstreeks werkende richtlijn inzake diensten, het Europees transparantiebeginsel en het Europees gelijkheidsbeginsel. Doordat, de bestreden toewijzingsbeslissing de opdracht voor de percelen 2 en 3 toewijst aan Indaver, volgens het aanbestedingsverslag omdat Indaver de meest voordelige offertes voor de loten 2 en 3 zou hebben ingediend rekening houdend met de gunningscriteria zoals vermeld op pagina 11 van het bestek, met name maximaal te begeven punten : voor de prijs 60 punten; voor de kwaliteit van de ingezette middelen en de aangeboden infrastructuur 30 punten; en de afstand in vogelvlucht tussen het referentiepunt en de afleveringsplaats 10 punten. Terwijl, bij een algemene offerteaanvraag de opdracht enkel kan toegewezen worden aan de inschrijver met de meest voordelige offerte rekening houdend met de in het bestek vermelde gunningscriteria; Dat de aanbestedende overheid in het bestek heeft gepreciseerd dat de keuze zal gebeuren aan de hand van de maximaal te begeven punten voor drie in volgorde van belang afnemende gunningscriteria; Dat het werken met maximaal te begeven punten de aanbestedende overheid er niet van ontslaat om op één of andere manier duidelijk te maken waarom de ene inschrijver [meer] krijgt dan de andere op een welbepaald criterium, behoudens wanneer de puntentoerekening uit de aard van de zaak op zichzelf duidelijk is en geen nadere toelichting behoeft; dat deze verplichting voortvloeit uit de wet op de formele motiveringsplicht alsmede uit artikel 21bis §2 van de Wet Overheidsopdrachten, op grond waarvan de niet uitgekozen inschrijver het recht heeft om de motieven van de toewijzingsbeslissing te kennen; dat uit dit laatste voortvloeit dat de niet uitgekozen inschrijver niet alleen de redenen moet kennen waarom werd gekozen voor een andere dan zijn offerte maar ook waarom niet gekozen werd voor zijn offerte; dat anders gezegd het voor een leek moet duidelijk zijn na lezing van de toewijzingsbeslissing en of het gunningsverslag waarom een andere offerte dan de zijne de voorkeur verdiende met in achtname van de gunningscriteria; Dat het gunningsverslag ter zake enkel cijfertabellen bevat zonder dat uit deze tabellen kan afgeleid worden waarom precies tot deze keuze werd beslist; dat het aanbestedingsverslag verder enkel een passage bevat van nauwelijks anderhalve pagina waarin in mitrailette stijl enkele nietszeggende woorden zijn opgenomen die niet toelaten wijzer te geraken uit de redenen van de punten- toekenning; Dat zo bijvoorbeeld betreffende het tweede criterium omtrent de kwaliteit vier ondervedelingen te lezen zijn die niet vermeld waren in het bestek; dat aldus kennelijk gewerkt werd met subcriteria waarvan de inschrijvers niet op voorhand kennis hadden in het bestek noch in de aankondiging van de opdracht; Dat zowel artikel 16 van de Wet Overheidsopdrachten als artikel 115 van het Uitvoeringsbesluit richtlijn conform dient gelezen te worden in [samenspraak] XII-4339-5\10 Dat dit impliceert dat de aanbestedende overheid geen wijzigingen kan aanbrengen aan de criteria vermeld in het bestek bij de keuze van de meest voordelige offerte; dat dit eveneens impliceert dat de aanbestedende overheid die wenst te werken met subcriteria, deze op voorhand dient te vermelden in het bestek, op gevaar af anders op willekeurige wijze aan puntentoerekening te doen zonder dat de inschrijvers achteraf de objectiviteit van deze punten- toekenning kunnen nagaan; Dat, wanneer de aanbestedende overheid werkt met maximaal te begeven punten, en aldus niet alleen de volgorde bepaalt van de gunningscriteria, maar ook de relatieve waarde tussen deze gunningscriteria, de aanbestedende overheid op voorhand in het bestek dient aan te duiden welke de puntenschaal is die zij zal hanteren, op gevaar af anders op willekeurige wijze aan punten- toerekening te doen zonder dat de inschrijvers achteraf de objectiviteit van deze puntentoekenning kunnen nagaan; Dat de aanbestedende overheid ten minste en ten laatste bij de toewijzing eventueel onder verwijzing naar het aanbestedingsverslag moet duidelijk maken hoe zij precies te werk gaat bij de concrete puntentoekenning voor de verschillende subcriteria; dat zij op dezelfde wijze eveneens moet duidelijk maken volgens welke puntenschaal er wordt gewerkt bij de concrete punten- toekenning; dat deze verplichtingen gelden zelfs wanneer deze specificaties niet op voorhand zijn aangeduid in het bestek; Dat bovendien de motiveringsplicht meebrengt dat op afdoende wijze in mensentaal wordt gepreciseerd waarom de ene inschrijver meer punten heeft gehaald dan de andere op een welbepaald criterium en/of subcriterium; Dat zo bijvoorbeeld dient vastgesteld te worden dat nergens wordt bepaald welke sorteringswijze, automatisch dan wel manueel, de voorkeur verdient voor de aanbestedende overheid; dat bijgevolg de passages omtrent de wijze van sorteren bij de vier bieders irrelevant zijn om te weten wie de beste keuze is op het subcriterium van de sorteersinstallatie; dat bijgevolg geen redelijk verantwoord onderscheid kon gemaakt worden tussen de vier bieders op dit subcriterium; dat het aanbestedingsverslag verder vermeldt dat het subcriterium beschrijving valorisatieprocedure residu niet toelaat een onderscheid te maken aangezien dit voldoet voor alle inschrijvers; dat voor het subcriterium klachtenprocedure verwezen wordt naar een aanvaardbaar voorstel van Indaver en Biffa en een zeer beperkende procedure bij verzoekende partij, zonder deze verder te preciseren, zodat een controle achteraf op de vergelijking onmogelijk is; dat tenslotte evenmin het subcriterium inzake de ISO certifiëring relevant was voor een onderscheiden beoordeling aangezien het verslag uitdrukkelijk vermeldt dat de bemerkingen ten aanzien van verzoekende partij niet werden in aanmerking genomen bij de puntentoekenning; Dat verder evenmin wordt duidelijk gemaakt welke formule werd gehanteerd noch met betrekking tot de prijs noch met betrekking tot de afstand tussen het referentiepunt en de afleveringsplaats, zodat evenmin met betrekking tot de criteria één en drie (respectievelijk prijs en afstand) achteraf kan nagegaan worden of de keuze van de aanbestedende overheid berust op goede gronden”; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij in haar middel drie rechtsbepalingen, drie internrechtelijke rechtsbeginselen, twee Europeesrechtelijke beginselen, “de formele motiveringswet” en een niet nader omschreven “richtlijn inzake diensten” geschonden acht; dat zij echter in de nadere uiteenzetting van het middel haar grieven niet systematisch verbindt aan elk van die rechtsgronden; dat de complexiteit van het middel en de onduidelijke aanwijzing van de geschonden XII-4339-6\10 geachte rechtsnormen alvast afbreuk doen aan het ernstig karakter van het middel; dat dienvolgens, rekening houdend met de feitelijke grieven en het verweer in de nota, de Raad van State zich beperkt tot een onderzoek van artikel 16 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, artikel 115 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken en van de beweerde schendingen van formele en materiële motiveringsverplichtingen; Overwegende, wat artikel 16 van de voormelde wet van 24 december 1993 betreft, dat dit bepaalt dat bij een algemene of beperkte offerteaanvraag de opdracht dient te worden toegewezen aan de inschrijver die de voordeligste regelmatig offerte indient, rekening houdend met de gunningscriteria die vermeld moeten zijn in het bestek of eventueel in de aankondiging van de opdracht; dat artikel 115 van het voormelde koninklijk besluit van 8 januari 1996 onder meer bepaalt dat de aanbestedende overheid de regelmatige offerte kiest die haar het voordeligst lijkt op grond van criteria die verschillend kunnen zijn naargelang van de opdracht en dat de aanbestedende overheid, onverminderd de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de vergoeding van bepaalde diensten, in het bestek of eventueel in de aankondiging al de gunningscriteria vermeldt, zo mogelijk in volgorde van afnemend belang en dat in dat geval die volgorde in het bestek of in de aankondiging wordt vermeld, en, indien niet, de gunningscriteria dezelfde waarde hebben; Overwegende dat te dezen het bestek de gunningscriteria opsomt met vermelding van het maximaal aantal punten; dat de offertes aan deze criteria werden getoetst; dat de verzoekende partij er blijkbaar aanstoot aan neemt, dat in het bestek of in de aankondiging ook niet is meegedeeld met welke puntenschaal is gewerkt en dat bij de beoordeling van de kwaliteit zou zijn gewerkt met subcriteria; dat, los van de vraag of te dezen in het gunningsverslag werkelijke subcriteria werden gebruikt en niet eerder de offertes werden beoordeeld in het licht van verschillende aspecten van kwaliteit, dient te worden opgemerkt dat de ingeroepen artikelen 16 van de wet en 115 van het koninklijk besluit niet eisen dat subcriteria worden vermeld of puntenschalen, maar enkel dat indien de criteria een dalende volgorde van belang hebben, dit wordt vermeld; dat te dezen eigenlijk meer is gedaan, doordat ook de maximumpunten in het bestek zijn vermeld; dat te dezen ook niet wordt aangetoond of zelfs maar beweerd dat de criteria anders ingevuld werden XII-4339-7\10 voor de verschillende inschrijvers en dat de invulling gebeurde op een manier die een inschrijver bevoordeligde of op een wijze die onzorgvuldig was; dat op dit punt het middel dan ook niet ernstig is; Overwegende voorts, wat de schending van de formele motiveringsplicht betreft, dat aanstoot wordt genomen aan de motivering die niet in mensentaal zou aangeven waarom de ene inschrijver meer punten kreeg dan een andere; Overwegende dat de motivering in de bestreden beslissing, teneinde te voldoen aan de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen; dat die motivering afdoende moet zijn ten einde een belanghebbende in staat te stellen terdege te oordelen of het zin heeft zich tegen de beslissing te verweren met de middelen die het recht hem ter beschikking stelt; dat zulks inhoudt dat een verzoekende partij, als inschrijver waarvan de offerte niet werd gekozen, uit de motivering zelf van de toewijzingsbeslissing moet kunnen afleiden om welke reden zulks gebeurt; Overwegende dat te dezen op het eerste gezicht dient te worden vastgesteld dat de bestreden beslissing gemotiveerd is door de vaststelling dat alle inschrijvers voldoen aan de selectiecriteria en dat de gekozen offerte de meest voordelige is voor de drie percelen met vermelding, per perceel en criterium, van de aan de verschillende offertes toegekende punten, maar ook door verwijzing naar het gunningsverslag dat die punten toelicht; dat de verzoekende partij meent dat die toelichting te kort is en nietszeggend en niet in mensentaal preciseert waarom de ene inschrijver meer punten krijgt dan de andere; dat zulks vervolgens wordt geconcretiseerd door kritiek op die tekstbeoordeling van het gunningscriterium kwaliteit; dat, los van de vaststelling dat hieruit al blijkt dat de verzoekende partij de motieven ter zake minstens deels kende - hetgeen ook volgt uit de in het middel eveneens ingeroepen schending van de materiële motiveringsplicht, uit die tekstpassage blijkt dat voor de vier inschrijvers de installatie wordt beschreven waarbij voor de verzoekende partij wordt vastgesteld dat de installatie “voorsortering gevolgd door automatische uitsortering” inhoudt en niet typisch ontworpen is voor “sortering PMD-fractie België” terwijl de gekozen offerte automatische uitsortering biedt gevolgd door manuele nasortering op lange banden XII-4339-8\10 met “afscheiding metaal klein residu”, installatie die volgens het gunningsverslag het potentieel heeft om het beste eindresultaat te leveren; dat aldus afdoende formeel gemotiveerd lijkt waarom op dit punt de gekozen offerte van Indaver beter wordt beoordeeld; dat voor de “valorisatieprocedure residu” wordt vastgesteld dat deze voor alle inschrijvers voldoet - dus niet leidt tot puntenverschil - terwijl inzake de klachtenprocedure wordt vastgesteld dat een “aanvaardbaar” voorstel wordt ingediend door Indaver en Biffa, een “zeer beperkte” klachten-opvolgingsprocedure bij de verzoekende partij en geen bij GRV, terwijl ten slotte verwezen wordt naar het ISO 9001 certificaat voor de sorteerinstallatie Indaver en dus impliciet dat dit door de andere inschrijvers niet wordt voorgelegd; dat, anders dan de verzoekende partij stelt, de zinsnede in het gunningsverslag dat deze bemerkingen niet worden weerhouden in de puntentoekenning duidelijk niet de verwijzing naar dit certificaat betreft, maar wel de andere aanvullend gemaakte administratieve opmerkingen; dat aldus ook hier duidelijk lijkt waarom op deze punten Indaver beter scoort; dat, hetgeen voorafgaat in ogenschouw genomen, niet op het eerste gezicht is aangetoond waarom de beoordeling aan de hand van het tweede gunningscriterium “kwaliteit” niet afdoende formeel gemotiveerd is; Overwegende, wat de prijs betreft, er de puntentoekenning is met vermelding van de prijzen, de verwijzing in het gunningsverslag naar de reden waarom geen rekening is gehouden met de door Biffa geboden korting en de vaststelling dat de punten lineair werden toegekend hetgeen ook vermeld is voor het criterium “afstand”; dat de verzoekende partij op deze punten enkel concreet stelt dat niet afdoende is gemotiveerd, omdat geen puntenschaal is vermeld en zij niet toelicht waarom deze vermelding - “lineair” - en de tabellen met de prijzen en punten niet afdoende is; dat aldus de formele motiveringsverplichting niet geschonden lijkt en het middel op dat punt niet ernstig is; Overwegende ten slotte, wat de materiële motiveringsplicht betreft, dat de vaststelling volstaat dat niet duidelijk wordt toegelicht welke motieven niet deugdelijk zouden zijn; dat ook op dit punt het middel niet ernstig is; Overwegende dat het enig middel aldus in zijn geheel niet ernstig is; dat aldus niet is voldaan aan een van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die vermeld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, XII-4339-9\10 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de NV Indaver in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien januari 2005, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4339-10\10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.438 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.969 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.