← België

Arrest 139530 - - 19/01/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.530 Rolnummer: A. 159229/XIV-21600 Zaak: Arrest 139530 - - 19/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-20 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 06:29 Fiche Arrest nr 139.530 van 19 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.530 van 19 januari 2005 in de zaak A. 159.229/XIV-21.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat M. C. WARLOP, kantoor houdende te 1200 BRUSSEL Slegerslaan 167 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van XXX nationaliteit, op 17 januari 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten van de minister van Binnenlandse Zaken van 13 januari 2005; Gelet op de beschikking van 18 januari 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 18 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 januari 2005 om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DUPONT, die loco advocaat M. C. WARLOP verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; XIV-21.600-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot de derde voorwaarde aanvoert dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de verzoekende partij een door de Grondwet en het E.V.R.M. gewaarborgd recht zal ontzeggen, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing immers zal plaatsvinden voor de beëindiging van het onderzoek door een politie-officier naar het huwelijk van de verzoekende partij met de genaamde A. en dat zulks een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal teweegbrengen omdat de verzoekende partij in Duitsland van haar vrijheid zal worden beroofd en teruggedreven naar haar land van herkomst; Overwegende dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de asielaanvraag van de verzoekende partij door de Duitse overheid zal worden behandeld en dat de verzoekende partij zelf aan de bevoegde Duitse overheid zal worden overgedragen; dat de verzoekende partij zich in de uiteenzetting van het voorgehouden moeilijk te herstellen ernstig nadeel beperkt tot enkele algemene beweringen, zonder deze op enige wijze te staven; dat zij aldus niet aannemelijk maakt dat zij in Duitsland van haar vrijheid zou worden beroofd en vervolgens naar XXX zou worden teruggeleid noch dat haar fundamentele rechten, in het bijzonder met betrekking tot samenwonen en in het huwelijk treden, er niet zouden worden gewaarborgd; dat de verzoekende partij geen ander nadeel aanvoert; dat derhalve niet is voldaan aan de derde schorsingsvoorwaarde; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, XIV-21.600-2/3 BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien januari tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-21.600-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.530 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.