← België

Arrest 139584 - - 20/01/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.584 Rolnummer: A. 69398/VII-14256 Zaak: Arrest 139584 - - 20/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-27 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 06:37 Fiche Arrest nr 139.584 van 20 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.584 van 20 januari 2005 in de zaak A. 69.398/VII-14.

  1. In zake:
  2. de v.z.w. FEDERATIE VAN ONAFHANKELIJKE SENIO- RENZORG,
  3. de n.v. RUSTORA,
  4. de n.v. DE ZWALUW, die woonplaats kiezen bij advocaat L. SCHUERMANS, kantoor houdende te TURNHOUT, de Merodelei 112 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. FEDERATIE VAN ONAFHANKELIJKE SENIORENZORG, de n.v. RUSTORA en de n.v. DE ZWALUW op 17 juni 1996 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van artikel 8 van het ministerieel besluit van 17 april 1996 tot wijziging van het ministerieel besluit van 5 april 1995 tot vaststelling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de in artikel 34, 12/, van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen (Belgisch Staatsblad van 19 april 1996) ; Gelet op het arrest nr. 62.904 van 31 oktober 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; VII-14.256-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 7 december 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 16 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 oktober 2004, op welke datum de behandeling van de zaak voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld; Gelet op de beschikking van 2 december 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 januari 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. JANSEN die, loco advocaat L. SCHUERMANS verschijnt voor de verzoekende partijen, en van adjunct-adviseur P. MYLEMANS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de bestreden bepaling ertoe strekt artikel 2, § 8 van het ministerieel besluit van 5 april 1995 tot vaststelling van de tegemoetko- ming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de in artikel 34, 12/, van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen, te vervangen door een nieuwe bepaling; Overwegende dat het voormelde besluit van 5 april 1995 werd vernietigd door het arrest nr. 133.270, van 29 juni 2004, van de Raad van State; dat VII-14.256-2/4 dit besluit derhalve in rechte moet geacht worden nooit te hebben bestaan; dat hetzelfde lot beschoren is aan de bestreden beslissing, welke zonder dit ministerieel besluit geen bestaansreden en geen rechtskracht heeft; dat het beroep bijgevolg zonder voorwerp is; dat de verzoekende partijen dan ook niet op goede gronden stellen dat het beroep nog een voorwerp heeft en dat zij nog belang hebben bij hun vordering omdat de bedoelde vernietiging gebeurde op grond van de niet-naleving van een vormvoorschrift; dat het, gelet op de redenen die tot de verwerping van het beroep leiden, gepast is de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 297,48 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig januari tweeduizend en vijf, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-14.256-3/4 VII-14.256-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.584 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.62.904 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.