id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.668 Rolnummer: A. 86274/X-9136 Zaak: Arrest 139668 - - 24/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-31 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-02 06:54 Fiche Arrest nr 139.668 van 24 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.668 van 24 januari 2005 in de zaak A 86.274/X-
- In zake : Marc SPRIET, wier rechtsgeding hervat wenst te worden door : de n.v. DE WIELINGEN, die woonplaats kiest bij Advocaat D. VAN HEUVEN, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 19c tegen :
- de stad OOSTENDE, die woonplaats kiest bij Advocaat B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Visserij 157 A,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc SPRIET op 23 augustus 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 6 april 1999 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke ordening "houdende goedkeuring van het wijzigingsplan nr. 113, 'Mariakerke' genaamd, van verschillende bijzondere plannen van aanleg van de stad Oostende"; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gelet op de "akte van gedinghervatting" op 30 november 2000 ingediend door de n.v. DE WIELINGEN; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; X-9136-1/5 Gelet op de beschikking van 14 januari 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 19 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. RONSE die, loco Advocaat D. VAN HEUVEN verschijnt voor verzoeker en de gedinghervatting vragende partijen, van Advocaat Ph. VAN WESEMAEL die, loco Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat P. LOUAGE die, loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekers raadsman met een op 30 november 2000 ter post aangetekend verzonden brief, aan de griffie meedeelt dat "cliënt in de betreffende zaak niet langer meer kan optreden bij gebrek aan actueel belang en bij deze uitdrukkelijk afstand wenst te doen van het geding"; dat verzoeker in dit schrijven stelt dat het aantal percelen waarop de betwisting betrekking heeft bij notariële akte van 25 oktober 2000 "overgedragen" is aan de n.v. DE WIELINGEN, met maatschappelijke zetel te 8500 Kortrijk, Sint-Jansplein14/b9; dat de n.v. DE WIELINGEN met een op 30 november 2000 ter post aangetekend verzonden brief, een akte van gedinghervatting indient; dat die "akte van gedinghervatting" stelt wat volgt : "
- De onderhandse verkoopsovereenkomst van 31 juli 1998 betreffende voormeld Wielingenplein werd namens de koper getekend door de heer Marc SPRIET 'ten persoonlijken titel en/of voor een vennootschap in oprichting'. Bij notariële akte van 25 oktober 2000, verleden voor notaris DE MAESSCHALCK met standplaats te Oostende, werd het genoemde X-9136-2/5 Wielingenplein, middels aktering van een dading die tussen de drie verschijnende partijen, de N.V. OOSTENDE TRADE (ontstaan uit de splitsing van de NV Ostend Center), de N.V. DE WIELINGEN en de heer MARC SPRIET is tot stand gekomen, aan verzoekende partij N.V. DE WIELINGEN overgedragen.
- Aldus gaat het belang om de betreffende annulatieprocedure verder te zetten van de oorspronkelijk verzoekende partij, de heer Marc SPRIET, over op de nieuwe eigenaar van het terrein 'Wielingenplein', de vennootschap N.V. DE WIELINGEN.
- Daartoe wenst de N.V. DE WIELINGEN voormelde lopende procedure middels onderhavige verklaring volgens de tot op heden bestaande gedingstukken te hervatten, alsook een bijkomend overtuigingsstuk (...) in de procedure te brengen. De evengenoemde partij getuigt aangaande de hervatting van het geding onbetwistbaar van het vereiste belang, aangezien zij met betrekking tot het aan haar toebehorende terrein 'Wielingenplein' ontegensprekelijk blijvend met de negatieve gevolgen van de bestreden beslissing wordt geconfronteerd.
- De oorspronkelijk verzoekende partij, de heer Marc SPRIET, doet bij schrijven van 30 november 2000 afstand van het geding, waardoor en opdat de N.V. DE WIELINGEN ter voortzetting van de procedure in zijn plaats kan komen"; Overwegende dat hervatting van het geding uitdrukkelijk wordt voorgeschreven bij de artikelen 55 tot 58 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State wanneer een partij overlijdt, alsook in "andere gevallen"; dat, wil men niet dat het begrip "hervatting van het geding" wordt uitgehold, de toepassing ervan moet worden beperkt tot de gevallen waarin een natuurlijke persoon overlijdt of een rechtspersoon ophoudt te bestaan en zijn rechten en plichten door een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon worden overgenomen, en tot de gevallen waarin de staat of de hoedanigheid waarin de natuurlijke persoon of rechtspersoon optreedt verandert of wordt gewijzigd; Overwegende dat het beroep tot nietigverklaring uitsluitend is ingesteld door "Marc SPRIET, bestuurder van vennootschappen"; dat de bij het verzoekschrift gevoegde "verkoopovereenkomst" van 31 juli 1998 weliswaar vermeldt dat verzoeker een lot bouwgrond, gelegen aan de Wielingenstraat te Oostende heeft gekocht "ten persoonlijken titel en/of voor een vennootschap in oprichting", maar dat verzoeker nergens aangeeft het beroep ook in te stellen in zijn hoedanigheid van koper "voor een vennootschap in oprichting"; dat hij daarentegen in het verzoekschrift tot nietigverklaring uitdrukkelijk uiteenzet : "op 31 juli 1998 ondertekende beroeper een verkoopscompromis met betrekking tot een aantal percelen, gekend als het zogenaamde 'Wielingenplein' te Oostende-Mariakerke van de n.v. OSTEND Center" en "beroeper ondertekende het compromis voor dit terrein X-9136-3/5 met de bedoeling er een thermaal hotel met seniorie te bouwen"; dat hieruit niet anders dan kan blijken dat verzoeker die ook had gekocht "ten persoonlijken titel" het beroep enkel in eigen naam heeft ingesteld ; dat de bepaling in de oprichtingsakte van de n.v. DE WIELINGEN dat de vennootschap "alle verbintenissen (over)neemt die door de heer Marc SPRIET werden verricht in naam en voor rekening van de vennootschap in oprichting en dit sinds vijftien juli negentienhonderd achtennegentig" om deze reden alleen reeds niet op het door verzoeker ingestelde beroep van toepassing is; Overwegende dat uit een akte verleden voor mr. Pierre DE MAESSCHALCK notaris te Oostende op 25 oktober 2000 blijkt dat voormeld lot bouwgrond, gelegen aan de Wielingenstraat te Oostende, bij wege van dading tussen de n.v. OOSTEND TRADE, de n.v. DE WIELINGEN en verzoeker, is verkocht door de n.v. OOSTEND TRADE aan de n.v. DE WIELINGEN; dat deze laatste zich niet met goed gevolg enkel en alleen op haar hoedanigheid van nieuwe eigenaar kan steunen om te doen blijken van het rechtens vereiste belang bij het beroep; dat dit belang immers persoonlijk moet zijn en moet bestaan op het ogenblik van het instellen van het beroep; dat het geen accessorium vormt van het verkochte onroerend goed; dat de voorwaarden voor de ontvankelijkheid van een beroep tot nietigverklaring, dat een objectief beroep is, van openbare orde zijn; dat, desnoods ambtshalve, dient te worden onderzocht of aan deze voorwaarden is voldaan; Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de n.v. DE WIELINGEN geen verzoekende partij is en haar geen toestemming kan worden verleend om het geding ingesteld door Marc SPRIET te hervatten; dat aangezien deze laatste geen eigenaar meer is, zoals overigens ook door hem zelf uitdrukkelijk verklaard, hij alleszins niet meer doet blijken van het vereiste actueel belang; dat het beroep om deze reden niet ontvankelijk is, Overwegende dat de n.v. DE WIELINGEN in een "laatste memorie" verzoekt volgende prejudiciële vraag te stellen aan het Arbitragehof : "Schendt artikel 58 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State het door artikel 10 en 11 G.W. gewaarborgde gelijkheidsbeginsel wanneer het op die manier wordt geïnterpreteerd dat gedinghervatting enkel kan toegestaan worden wanneer een persoon verdwijnt en diens rechten al dan niet worden overgenomen door een derde of nog wanneer de staat/hoedanigheid van een verzoekende partij wijzigt, doch niet wanneer een verzoekende partij hangende een geding voor de Raad van State het goed waarop de X-9136-4/5 annulatieprocedure betrekking (waarop het belang van een verzoekende partij stoelt) verkoopt."; Overwegende dat naar luid van artikel 26, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, de bevoegdheid van het Arbitragehof om kennis te nemen van prejudiciële vragen beperkt is tot de schending door een wet, een decreet of een in artikel 134 van de gecoördineerde Grondwet bedoelde regel, van de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet; dat de bepaling die handelt over de gedinghervatting is opgenomen, niet in een wet of een decreet of een in artikel 134 van de gecoördineerde Grondwet bedoelde regel, doch in het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; dat het verzoek tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Arbitragehof niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig januari 2005, door de Xe kamer die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9136-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.668 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.