← België

Arrest 139672 - - 24/01/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.672 Rolnummer: A. 99311/X-10029 Zaak: Arrest 139672 - - 24/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-02 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 06:55 Fiche Arrest nr 139.672 van 24 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.672 van 24 januari 2005 in de zaak G/A 99.311/X-10.

  1. In zake : Karel GILLIS (overleden), Rechtsgeding hervat door :
  2. Stefaan GILLIS,
  3. Lutgart GILLIS,
  4. Renaat GILLIS,
  5. Katrien GILLIS,
  6. Kristine GILLIS,
  7. Herman GILLIS die woonplaats kiezen bij Advocaten J. DURNEZ en E. GOFFIN, kantoor houdende te 3050 OUD-HEVERLEE, Waversebaan 134A tegen : het Vlaams Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
  8. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Karel GILLIS op 11 januari 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 13 oktober 2000 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media houdende verwerping van zijn beroep ingesteld tegen het besluit van 17 februari 2000 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen, waarbij zijn beroep wordt verworpen tegen het besluit van 31 mei 1999 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Rumst houdende weigering van de vergunning voor het verkavelen van een terrein gelegen te Rumst, Hoge Weg, kadastraal bekend Sectie D, nr. 54 y; Gelet op het arrest nr. 121.434 van 7 juli 2003 waarbij de debatten worden heropend en aan het Arbitragehof de volgende prejudiciële vraag wordt gesteld : X-10.029-1/3 "(Schendt) art. 74 Stede(n)bouwwet dd. 29 maart 1962 (opgenomen in bijlage art. 12 bij het Gecoördineerd Decreet op de ruimtelijke ordening d.d. 22/10/96) de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (...) omdat (of wanneer ze geïnterpreteerd worden dat) de grondeigenaars die tussen 1962 en 1966 een verkavelingsvergunning bekomen hadden, slechts 1 perceel dienden te verkopen tegen 1970, terwijl verzoeker er 1/3 diende te verkopen; en de grondeigenaars die tussen 1966 en 1970 een verkavelingsvergunning bekwa- men, een termijn van 5 jaar kregen om 1/3 te verkopen, en aldus nog de mogelijkheid werd geboden om in te gaan op wensen van de Regering, terwijl dat voor verzoeker quasi onmogelijk was"; Gelet op het arrest nr.117/2004 van 30 juni 2004 van het Arbitragehof; Gelet op de beschikking van 14 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2004; Gezien het uittreksel uit het register der overlijdensakten van de gemeente Herent waaruit blijkt dat Karel GILLIS op 12 mei 2003 is overleden; Gezien het op 24 september 2003 aan de Raad van State gerichte verzoekschrift waarbij Stefaan GILLIS, Lutgart GILLIS, Renaat GILLIS, Katrien GILLIS, Kristine GILLIS en Herman GILLIS verklaren het geding te hervatten; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat H. BOSCH die, loco Advocaten J. DURNEZ en E. GOFFIN verschijnt voor de gedinghervattende partijen, en van Advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het arrest nr. 117/2004 van 30 juni 2004 van het Arbitragehof voor recht zegt dat artikel 74 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt doordat de grondeigenaars die tussen 1962 en 1966 X-10.029-2/3 een verkavelingsvergunning bekomen hadden, slechts 1 perceel dienden te verkopen tegen 1970, terwijl verzoeker er 1/3 diende te verkopen; en de grondeigenaars die tussen 1966 en 1970 een verkavelingsvergunning bekwamen, een termijn van 5 jaar kregen om 1/3 te verkopen, en aldus nog de mogelijkheid werd geboden om in te gaan op wensen van de Regering, terwijl dat voor verzoeker quasi onmogelijk was; dat het tweede middel niet gegrond is; Overwegende dat in het arrest nr. 121.434 van 7 juli 2003 het overige middel niet gegrond werd bevonden, BESLUIT: Artikel
  9. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de nalatenschap van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig januari 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.029-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.672 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.121.434 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.