id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.743 Rolnummer: A. 153547/XII-4192 Zaak: Arrest 139743 - - 25/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-03 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-02 07:01 Fiche Arrest nr 139.743 van 25 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.743 van 25 januari 2005 in de zaak A. 153.547/XII-
- In zake : Albertus PEETERS, die woonplaats kiest bij advocaten J. Hardeman en E. Pison, kantoor houdende te Strombeek-Bever, Lakensestraat 41/6 tegen :
- de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken,
- de GEMEENTE WOMMELGEM. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Albertus Peeters op 8 juli 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen “van de beslissing van de minister van binnenlandse zaken van 10 mei 2004 en van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wommelgem van 17 november 2003, waarbij Albertus Peeters op datum van 17 november 2003 ambtshalve werd ingeschreven in het bevolkingsregister van Wommelgem op het adres Adolf Mortelmansstraat 122, als samenwonend met mevrouw [P. R.]”; Gezien de nota en het administratief dossier van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thijs; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-4192-1/5 Gelet op de beschikking van 23 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 december 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. Pison, die verschijnt voor verzoeker, en van adviseur I. Bens, die verschijnt voor de eerste verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Thijs; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen van Wommelgem op 17 november 2003 besluit verzoeker, voorheen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente op het adres Welkomstraat 137, van ambtswege in te schrijven te Wommelgem, Adolf Mortelmansstraat 122; dat de gemachtigde ambtenaar van de minister van Binnenlandse Zaken op 10 mei 2004 beslist de ambtshalve inschrijving van verzoeker in het bevolkingsregister van Wommelgem, Adolf Mortelmansstraat 122, als een gezin vormend met P. R., te behouden; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoeker zijn nadeel in vijf punten uiteenzet; dat hij ten eerste doet gelden dat de verwerende partijen “zich een bevoegdheid toe-eigenen die voorbehouden is aan de rechterlijke macht en meer bepaald aan de Vrederechter op grond van artikel 223 XII-4192-2/5 B.W.” en dat de beslissingen van aard zijn de onderhandelingen tussen verzoeker en zijn echtgenote met betrekking tot een echtscheiding te doorkruisen en te bemoeilijken; dat verzoeker ten tweede betoogt dat het gevaar bestaat dat belangrijke officiële mededelingen en kennisgevingen hem niet bereiken omdat hij geen brievenbus bezit op het adres aan de Adolf Mortelmansstraat 122; dat hij er zich ten derde over beklaagt gedwongen te worden om officieel bij een vriendin te gaan inwonen, alhoewel zijn huwelijk niet ontbonden is; dat hij ten vierde meent gedwongen te worden zijn woonplaats te vestigen in een woning die hem niet toebehoort; dat hij, ten vijfde, hierin een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ziet dat de ambtenaar van de dienst bevolking weigert hem een identiteitskaart af te geven met vermelding van zijn adres in de Welkomstraat 137; Overwegende dat de tweede bestreden beslissing, die in de plaats van de eerste bestreden beslissing is gekomen, op het eerste gezicht er toe strekt -en sléchts er toe strekt- de feitelijke hoofdverblijfplaats vast te stellen die verzoeker zich vrij gekozen heeft; dat als zodanig de beslissing verzoekers recht op vrije woonstkeu- ze onverkort lijkt te laten; dat de verplichting om zich in het bevolkingsregister te laten inschrijven waar men zijn hoofdverblijfplaats heeft, één zaak is; dat een geheel andere de vermeende verplichting is om daar zijn hoofdverblijfplaats te vestigen waar men in de bevolkingsregisters is ingeschreven; dat het derde en het vierde nadeel niet overtuigen; Overwegende dat het eerste nadeel er wezenlijk op neerkomt dat verzoekers echtgenote weigert om de afspraken in het kader van een procedure tot echtscheiding door onderlinge toestemming te honoreren “waarschijnlijk omdat zij hoopt dat door de beslissing van het college van burgemeester en schepenen en door de beslissing van de minister van binnenlandse zaken, zij zal bekomen wat de Vrederechter op grond van artikel 223 B.W. tot op heden niet heeft toegestaan”; dat ter zake verzoeker in zijn verzoekschrift niet verder komt dan louter beweringen; dat hij met geen enkel element de realiteit van de aangevoerde weigering van zijn echtgenote staaft, laat staan nog aannemelijk maakt dat die weigering, als ze zich al voordoet, op de bestreden inschrijving teruggaat; dat ook niet ter terechtzitting XII-4192-3/5 bijkomende gegevens en verduidelijking worden verstrekt, daargelaten overigens of die gegevens en verduidelijking in voorkomend geval nog wel tijdig zouden zijn geweest; dat ter zitting immers verzoekers raadsman meedeelt geen details te kunnen verstrekken of stukken te kunnen voorleggen aangezien hij niet in de echtscheidingsprocedure betrokken is; dat het eerste nadeel voor onbestaand wordt gehouden; Overwegende dat dan weer het tweede nadeel, namelijk dat poststukken worden mislopen die aan de Adolf Mortelmansstraat 122 worden toegestuurd, vrij gemakkelijk lijkt ontweken te kunnen worden; dat het nadeel, blijkens verzoekers stukken, inzonderheid betrekking heeft op zendingen vanwege de gemeente en het OCMW, in verband met vergaderingen van de gemeenteraad, respectievelijk de raad voor maatschappelijk welzijn; dat het, om het beweerde nadeel te ondervangen, dan ook op het eerste gezicht volstaat dat verzoeker aan de gemeente en het OCMW vraagt zijn post aan een ander adres toe te sturen dan aan de Adolf Mortelmansstraat 122, waarop hij in het bevolkingsregister is ingeschreven; dat er vooralsnog geen reden is om aan te nemen dat de gemeente en het OCMW zouden weigeren aan een dergelijk verzoek gevolg te geven; dat overigens het nadeel des te minder ernstig voorkomt waar eensdeels niet betwist wordt dat alleszins P. R. haar hoofdverblijfplaats heeft in de Adolf Mortelmanstraat 122, verzoeker goed met haar bevriend is en zeer regelmatige contacten met haar onderhoudt, en waar anderdeels niet blijkt noch zelfs maar beweerd wordt dat zij de eventuele post die voor verzoeker ter Adolf Mortelmansstraat 122 mocht toekomen, niet zou willen in ontvangst nemen en aan hem doorgeven; dat het tweede nadeel niet ernstig is in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende, ten slotte, dat verzoeker met de weigering om hem een identiteitskaart uit te reiken met vermelding van het adres Welkomstraat 137 weliswaar een gevolg van de bestreden inschrijving aanwijst, maar niet uitlegt op welke wijze dit gevolg hem schaadt; dat het evenmin spontaan duidelijk is; dat ook het vijfde aangevoerde nadeel verworpen wordt; XII-4192-4/5 Overwegende dat niet genoegzaam is aangetoond dat verzoeker ten gevolge van de bestreden beslissing een nadeel dreigt te lijden dat voor hem ernstig en moeilijk herstelbaar is; dat niet aan de tweede grondvoorwaarde voor een schorsing is voldaan; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig januari 2005, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4192-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.743 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.914 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.