id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.746 Rolnummer: A. 155934/XII-4264 Zaak: Arrest 139746 - - 25/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-04 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-02 07:01 Fiche Arrest nr 139.746 van 25 januari 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.746 van 25 januari 2005 in de zaak A. 155.934/XII-
- In zake : Eddy DE COOMAN, wonende te Strombeek-Bever, Tulpenlaan 15 tegen : de STAD BRUSSEL, die woonplaats kiest bij advocaat J.-P. Lagasse, kantoor houdende te Brussel, de Jamblinne de Meuxplein
- -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Eddy De Cooman op 24 september 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “[d]e beslissing van 27.07.2004 van de Stad Brussel, waarbij aan [hem] ter kennis werd gegeven dat hij niet voldaan heeft bij de schriftelijke schiftingsproef b van het examen voor bestuurssecretaris”; Gezien het verzoekschrift dat Eddy De Cooman eveneens op 24 september 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgesteld door auditeur D. Mareen, op grond van artikel 94 van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; XII-4264-1/6 Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikkingen van 9 november 2004, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 november 2004; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Durnez, die loco advocaat M. Van Bever verschijnt voor verzoeker, en van advocaat I. Dermaux, die loco advocaat J.-P. Lagasse verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de het college van burgemeester en schepenen van de stad Brussel op 18 september 2003 beslist een aanwervings- en een bevorderingsexamen in te richten voor bestuurssecretaris; dat verzoeker, in dienst van de stad als waarnemend bestuurssecretaris, zich met brief van 23 oktober 2003 kandidaat stelt voor deelname aan het examen; dat het examen twee schriftelijke gedeelten en één mondeling gedeelte behelst; dat een “tweede schriftelijk gedeelte” van het examen, waarvoor minstens 72 punten op 120 moeten worden behaald, bestaat uit eensdeels een computergestuurde persoonlijkheidstest en anderdeels een proef betreffende een gevalstudie; dat, blijkens het proces-verbaal van 2 juli 2004 van de examencommissie, verzoeker voor genoemd “tweede schriftelijk gedeelte” 66 punten op 120 krijgt; dat het college van burgemeester en schepenen de door de examencommissie vastgestelde uitslagen op 8 juli 2004 bekrachtigt; dat met brief XII-4264-2/6 van 27 juli 2004 verzoeker ervan wordt ingelicht “dat [hij] niet voldaan he[eft] bij de schriftelijke schiftingsproef b van het examen voor bestuurssecretaris”; Overwegende dat verzoeker op 5 augustus 2004 ter zake om nadere toelichting vraagt; dat de directeur-generaal van het departement personeel hem met schrijven van 30 augustus 2004 meedeelt dat hij voor de gevalstudie 36 op 80 behaalde, dat hij voor opdrachten 1 en 2 een voldoende kreeg, maar dat de antwoorden voor opdracht 3 en vragen 1 en 2 onvoldoende waren “wegens onvolledigheid en gebrek aan structuur”, dat de persoonlijkheidstest positief werd beoordeeld en dat hij daarvoor 30 punten op 40 behaalde; dat een kopie van zijn examen is bijgevoegd; dat, door verzoeker om bijkomende verduidelijking gevraagd, de directeur-generaal op 10 september 2004 antwoordt met, wat de gevalstudie betreft, een verwijzing naar de brief van 30 augustus 2004 en, wat de persoonlijkheidstest betreft, naar een bijgaand verslag van de examencommissie; Overwegende dat verzoeker in een eerste middel onder meer doet gelden: “gebrek aan motivering van de bestreden beslissing dd. 27.07.2004” en “motivering blijkt evenmin uit de naderhand overgemaakte ‘stukken’”; dat hij toelicht dat de bestreden beslissing “geen enkele formele, noch inhoudelijke motivering” inhoudt, dat zelfs het behaalde resultaat er niet uit blijkt, dat hij na expliciete aanvraag dan wel een kopie van zijn examen heeft ontvangen, maar de aantekeningen op dit examen hem nog steeds niet in staat stellen om de feitelijke en juridische motieven van de beslissing te kennen, dat hij bijgevolg niet weet of er motieven voor de bestreden beslissing bestaan en of ze in voorkomend geval de beslissing kunnen schragen; Overwegende dat verwerende partij daartegen inbrengt dat het niet formeel meedelen van een formeel motief niet noodzakelijk het besluit aantast, dat aan de beslissing van 8 juli 2004 van het college van burgemeester en schepenen tot bekrachtiging van de uitslagen van de examencommissie, het proces-verbaal van de examencommissie is gehecht, met daarin “de bekomen resultaten voor elk der kandidaten voor de drie proeven van het examen voor bestuurssecretaris”, dat in XII-4264-3/6 het geval van een beslissing genomen door examenjury’s de vermelding van de behaalde scores volstaat, en dat verzoeker het verslag van de examencommissie betreffende het resultaat van de test van het tweede schriftelijke deel heeft ontvangen; Overwegende dat overeenkomstig artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de bestuurshandelingen uitdrukkelijk en afdoende gemotiveerd moeten zijn; dat op 8 juli 2004 het college van burgemeester en schepenen verzoeker niet geslaagd verklaart voor het examen van bestuurssecretaris omdat hij voor de tweede schriftelijke proef slechts 66 op 120 heeft behaald, wijl minimum 72 punten vereist waren; dat hij inzonderheid slecht scoorde voor het onderdeel “proef betreffende een gevalstudie”; dat verzoeker daarvoor 36 op 80 kreeg; Overwegende dat de bedoelde “gevalstudie” betrekking heeft op de organisatie van een peiling naar de tevredenheid van het personeel van de stad Brussel; dat met de proef gepolst wordt naar argumenten vóór en tegen de enquête, naar een actieplan, naar maatregelen met het oog op een hoge respons en naar de aspecten die de geëxamineerde in de vragenlijst ter sprake zou brengen; dat de proef kennelijk geen kennisexamen is waarbij de beoordeling er toe beperkt is de gegeven antwoorden met de oplossingen te vergelijken; dat dan ook een louter cijfer niet volstaat om het niet-geslaagd zijn te motiveren; Overwegende dat evenwel een andere verantwoording klaarblijkelijk ontbreekt; dat zij niet in het proces-verbaal van 2 juli 2004 van de examenjury wordt gevonden; dat zij evenmin op de verbeterde kopij van verzoeker kan worden aangetroffen; dat de vluchtige en goeddeels onleesbare krabbels die er bij de verbetering op aangebracht zijn, niet voor een begrijpelijke verantwoording van het gegeven cijfer kunnen doorgaan; dat dit overigens door verwerende partij niet betwist wordt; XII-4264-4/6 Overwegende, voorts, dat het formele-motiveringsgebrek niet wordt goedgemaakt door de brief van 30 augustus 2004 van de directeur-generaal van het departement personeel; dat de uitleg die daarin wordt verstrekt, nog daargelaten of hij wel aan de examencommissie kan worden toegerekend, niets verduidelijkt; dat de brief de antwoorden op opdracht 3, vraag 1 en vraag 2 onvoldoende noemt wegens “onvolledigheid” en “gebrek aan structuur”; dat het een noch het ander wordt gepreciseerd; dat het eerste nietszeggend is; dat het tweede, gelet op verzoekers antwoorden en de klare indeling waarvan zij op het eerste gezicht doen blijken, dan weer raadselachtig is; dat een dergelijke verantwoording niet afdoende is; Overwegende dat het middel, in de aangegeven mate, kennelijk gegrond is; dat het de vernietiging meebrengt van de bestreden beslissing om verzoeker vanwege zijn resultaat in “de schriftelijke schiftingsproef b” niet geslaagd te verklaren in het examen voor bestuurssecretaris; dat de hierna uit te spreken vernietiging tot gevolg heeft dat de vordering tot schorsing zinledig wordt, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de bij beslissing van 8 juli 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brussel bekrachtigde uitslag van het examen voor bestuurssecretaris in zoverre Eddy De Cooman niet geslaagd wordt verklaard. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. XII-4264-5/6 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig januari 2005, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4264-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.746 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.