← België

Arrest 139777 - - 25/01/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.777 Rolnummer: A. 159385/XII-4357 Zaak: Arrest 139777 - - 25/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-31 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 07:03 Fiche Arrest nr 139.777 van 25 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.777 van 25 januari 2005 in de zaak A. 159.385/XII-

  1. In zake : Maria-Theresia INGROSSO, die woonplaats kiest bij advocaat M. Wendrickx, kantoor houdende te Antwerpen, Justitiestraat 18 A tegen : de UNIVERSITEIT ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. Coen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210 A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Maria-Theresia Ingrosso op 23 januari 2005 heeft ingediend waarin bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing wordt gevorderd van de tenuitvoerlegging van “
  2. De beslissing van de examencommissie van eerste licentie rechten van de Universiteit Antwerpen dd. 8 december 2004 waarbij [zij] niet-geslaagd wordt verklaard;
  3. De beslissing van de rector van de Universiteit Antwerpen dd. 10 januari 2005 waarbij [haar] beroep [...] ongegrond werd verklaard”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 januari 2005, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Wendrickx, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat Chr. Coen, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-4357-1/3 Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat verzoekster de schorsing van tenuitvoerlegging vordert van examenbeslissingen van de Universiteit Antwerpen; Overwegende evenwel dat alvorens verzoekster de voorliggende vordering aanhangig maakte bij de Raad van State, op 1 januari 2005 reeds de bepalingen van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen in werking zijn getreden die voor dergelijke beslissingen een administratief rechtscollege -de Raad voor examenbetwistingen- hebben opgericht om uitspraak te doen “over de beroepen die door studenten worden ingesteld [...] na uitputting van de [...] interne beroepsprocedure” (artikel II.15 j/ artikel II.46 van het decreet van 19 maart 2004); dat de decreetgever gemeend heeft daarbij in geen overgangsbepalingen te moeten voorzien zodat deze nieuwe bevoegdheidsregel onmiddellijke uitwerking heeft; dat het daarbij overigens zonder tel is dat de procedure voor de Raad voor examenbetwistingen, anders dan het geval is voor de Raad van State, geen behandeling van zaken bij uiterst dringende noodzakelijkheid kent; dat verzoekster voorts in haar verzoekschrift de overeenstemming van de nieuwe bevoegdheidsregeling met de Grondwet niet in vraag stelt; Overwegende dat uit wat voorafgaat volgt dat de afdeling administratie van de Raad van State thans, met toepassing van artikel 14, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, over betwistingen betreffende examenbeslissingen in het hoger onderwijs, althans voor zover de beroepen worden ingesteld “door studenten”, slechts geroepen wordt om uitspraak te doen in geval van cassatieberoep ingesteld tegen de door het bedoelde administratieve rechtscollege in laatste aanleg gewezen beslissingen; dat niet wordt betwist door verzoekster dat zij de voorliggende vordering heeft ingesteld als student; dat in de huidige stand van de procedure wordt aangenomen, ambtshalve, dat de Raad geen kennis mag nemen van een beroep tot nietigverklaring ingesteld door een student XII-4357-2/3 tegen een examenbeslissing in het hoger onderwijs; dat de voorliggende vordering tot schorsing als accessorium van een annulatieberoep, insgelijks onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  4. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig januari 2005, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4357-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.777 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.