← België

Arrest 139857 - - 27/01/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.857 Rolnummer: Zaak: Arrest 139857 - - 27/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-04 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-02 07:05 Fiche Arrest nr 139.857 van 27 januari 2005 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.857 van 27 januari 2005 in de zaken A. 147.132/VII-31.541 147.133/VII-31.

  1. In zake :
  2. de n.v. LAG TRAILERS,
  3. de n.v. IMMO BURG, die woonplaats kiezen bij Advocaten T. ICKMANS en E. NEUTS, kantoor houdende te BREE, Witte Torenwal 17/1/1 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. LAG TRAILERS en de n.v. IMMO BURG op 30 januari 2004 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 14 november 2003 van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking houdende aanwijzing, overeenkomstig artikel 30, § 2, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, van de gronden gelegen aan de Kanaallaan 54 te Bree, kadastraal gekend 1ste Afdeling, Sectie B, perceelnr. 186 e 4, als historisch verontreinigde grond waar bodemsanering moet plaatsvinden (zaak A. 147.132/VII-31.541); Gezien het verzoekschrift dat dezelfde verzoekende partijen op dezelfde datum hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 14 november 2003 van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking houdende aanwijzing, overeenkomstig artikel 30, § 2, VII-31.541-1/3 van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, van de gronden gelegen aan de Kanaallaan 54 te Bree, kadastraal gekend 1ste Afdeling, Sectie B, perceelnr. 118 g, als historisch verontreinigde grond waar bodemsanering moet plaatsvinden (zaak A. 147.133/VII-31.547); Gelet op het arrest nr. 132.987 van 24 juni 2004 waarbij de zaken worden gevoegd en de vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen worden verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 19 juli 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; VII-31.541-2/3 Overwegende dat het arrest nr. 132.987 van 24 juni 2004 de vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van de vorderingen tot schorsing, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig januari tweeduizend en vijf, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-31.541-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.857 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.