id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.860 Rolnummer: A. 81664/VII-17547 Zaak: Arrest 139860 - - 27/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-10 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-07-02 07:40 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(
(2003)en de begroting 2004 kan niet worden nagetrokken hoeveel de toelage voor 2003 bedroeg (en voor 2004 werd begroot), maar het staat vast dat het Overigens heeft het RIZIV het doel van het koninklijk besluit van 21 december (lees: 24 september) 1998, namelijk na experimenten, bepaalde verstrekkingen van moleculaire biologie in de nomenclatuur opnemen en terugbetalen aan de patiënt, niet nageleefd aangezien, met uitzondering van één enkele test (Chlamydia), geen andere testen via de nomenclatuur worden terugbetaald door het RIZIV en het RIZIV, op die sluikse wijze, geld aan- en afwendt voor de financiering van kennisopbouw in laboratoria die met ziekenhuizen verbonden zijn. De Overigens staat de ongeoorloofde discriminerende houding van de Belgische overheid in schril contrast met bijvoorbeeld het gezondheidsbeleid in Frankrijk waar de extramurale (vrije) laboratoria alle beschikbare moleculaire en zelfs genetische (menselijke erfelijkheid) testen mogen uitvoeren, hetgeen ondermeer het geval is voor het internationaal vermaarde laboratorium Pasteur-Cerba uit Cergy-Pontoise (stuk 2); In het buitenland is gebleken dat een laboratorium voor klinische biologie niet moet verbonden zijn aan een ziekenhuis om in alle domeinen efficiënt en ethisch verantwoord te werken, in het belang van de patiënt. De Belgische vrije laboratoria en in het bijzonder dat van de Verzoekende partij worden door de discriminatie die de Belgische overheid in stand houdt, dan ook in toenemende mate benadeeld". 2.1.
- De verwerende partij voegt in haar laatste memorie, t.a.v. het experimenteel karakter van het bestreden besluit, nog het volgende toe : VII-17.547-8/12 "Het besluit kadert in artikel 56, lid 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
- In afwijking van de algemene bepalingen van de wet wordt gedurende 2 jaar in een bijzondere regeling voorzien voor de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging voor bepaalde geneeskundige verstrekkingen inzake moleculaire biologie. Belangrijk is dat het hier gaat om een experiment in het kader van artikel 56, lid 1, van de GVU-wet en niet om een definitieve maatregel zoals verzoekende partij het voorstelt. Het verzekeringscomité stemde op 16 oktober 2000 in met de modelovereenkomst die gesloten werd met de CMD's voor een periode van 2 jaar ingaande op 1 februari 2000 tot 31 januari
- Daarna werd de modelovereenkomst die de financiering van de erkende CMD's voor twee jaar verlengde goedgekeurd. Deze overeenkomsten zijn ingegaan op 1 februari 2002 en liepen af op 31 januari
- Het jaarlijks budget voor de overeenkomsten beoogd in dit besluit bedraagt 264 miljoen frank of 6.544.389 euro. De overeenkomsten werden nog een keer verlengd voor de periode van 1 februari 2004 tot 31 januari
- Het koninklijk besluit van 24 september 1998 bepaalt in artikel 8 dat elk CMD aan het Verzekeringscomité en aan het Nationaal Comité informatie moet bezorgen over zijn activiteiten volgens een schema vastgesteld door het Nationaal Comité. Het Nationaal Comité maakt om de zes maanden een verslag op van zijn activiteiten. Ondertussen werden reeds drie activiteitsrapporten aan het Verzekeringscomité voorgelegd. Een voor de periode van 1 oktober 2000 tot 31 mei 2001 (zijnde over een periode van 8 maanden met algemene instemming beslist ingevolge de vertraging veroorzaakt door een procedure voor de Arbeidsrechtbank door drie centra die aanvankelijk niet erkend waren als volwaardig CMD); één voor de periode van 1 juni 2001 tot 31januari 2002 en in de nota van het Verzekeringscomité 2003/361 (bijlage 1) vindt men tevens een samenvatting van de activiteitsrapporten voor de periode van 1 februari 2002 tot 31januari
- Teneinde het project rond de tijdelijke financiering van moleculaire diagnostiek via de 18 centra voor moleculaire diagnostiek af te ronden en het uiteindelijke doel te bereiken, namelijk bepaalde verstrekkingen van de moleculaire biologie opnemen in de nomenclatuur van de terugbetaalbare geneeskundige verstrekkingen, werd een aankondiging van opdracht door het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg inzake gezondheidszorg gepubliceerd. Het betreft het doelmatig gebruik van en indicaties voor nieuwe verstrekkingen in de moleculaire biologie rekening houdend met de bestaande evaluaties van de centra in de conventie. De bedoeling is om suggesties uit te werken voor implementatie en financiering van moleculaire biologie na het experiment in het kader van artikel 56, lid 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
- Er zal een intense samenwerking zijn tussen de gegadigden van deze opdracht en het Nationaal Comité voor de CMD’s. Dit is van essentieel belang voor de verdere succesvolle toepassing en opvolging van de moleculaire diagnostiek. Er dient een evaluatie te gebeuren van de kosten/baten en dit zowel op individueel vlak, op vlak van de patiënt, als op maatschappelijk vlak, terugbetaling van de geneeskundige verstrekkingen door opname in de nomenclatuur van de terugbetaalbare geneeskundige verstrekkingen". VII-17.547-9/12 2.
- Bespreking Overwegende dat het middel, om de volgende redenen, gegrond is : 2.2.
- De bestreden regeling heeft, zoals de verzoekende partij aanvoert, tot gevolg dat laboratoria, zoals dat uitgebaat door die partij, die niet behoren tot een ziekenhuis, verstoken zijn van de terugbetaling van de in het bestreden besluit bedoelde verstrekkingen inzake moleculaire biologie. De "extramurale" labo’s worden derhalve anders, en ongetwijfeld minder gunstig, behandeld dan de van een ziekenhuis deel uitmakende laboratoria. 2.2.
- De verwerende partij verantwoordt deze ongelijke behandeling in hoofdzaak door te stellen dat het om een tijdelijk experiment gaat, waardoor het aantal deelnemers moet beperkt blijven, en dat het van belang is dat bij die verstrekkingen zowel medewerkers van klinische biologie als van anatomopathologie aanwezig zijn, hetgeen vooral in de ziekenhuizen het geval is. Bovendien is er noodzaak tot samenwerking met de centra voor menselijke erfelijkheid. 2.2.3.
- Vooreerst dient vastgesteld te worden, zoals ook de afdeling wetgeving in haar aan het bestreden besluit voorafgaand advies heeft gedaan, dat de desbetreffende regeling blijkens de tekst van dat besluit geenszins in de tijd is beperkt. Het feit dat de bedoelde overeenkomsten telkens slechts voor twee jaar mogen worden afgesloten, doet aan die vaststelling geen afbreuk. De verwerende partij stelt trouwens in haar laatste memorie zelf dat laatst de overeenkomsten nog eens werden verlengd voor de periode van 1 februari 2004 tot 31 januari
- Bijgevolg dient het "experimenteel" karakter van die regeling op zijn minst sterk gerelativeerd te worden. 2.2.3.
- Bovendien, indien de regeling werkelijk "experimenteel" en tijdelijk zou zijn, is dit als rechtvaardiging van het gemaakte onderscheid niet pertinent, vermits alsdan nog niet is aangetoond dat dit experiment precies beperkt zou moeten worden tot de ziekenhuislabo's. De verwerende partij brengt immers geen concrete gegevens naar voor waaruit zou kunnen blijken dat "extramurale" labo’s niet dezelfde kwalitatieve waarborgen zouden kunnen bieden. VII-17.547-10/12 De verwerende partij acht het belangrijk dat de labo's die de bedoelde verstrekkingen met terugbetaling leveren, beroep kunnen doen, zowel op medewerkers van klinische biologie als van anatomopathologie, met het oog op uitwisseling van kennis en ervaring. Het blijkt evenwel niet dat die uitwisseling vereist dat alleen "intramurale" labo’s bij het "experiment" kunnen worden betrokken. De verwerende partij geeft trouwens zelf aan dat het "voornamelijk" (dus niet uitsluitend) de ziekenhuizen zijn die over beide soorten medewerkers beschikken. Ten slotte toont de verwerende partij ook niet aan dat de noodzakelijk geachte samenwerking met de centra voor menselijke erfelijkheid de gecreëerde ongelijke behandeling noodzakelijk maakt. 2.2.3.
- Vermits de hele regeling door de verwerende partij slechts als een tijdelijk experiment wordt beschouwd, valt niet in te zien waarom alle "extramurale" labo’s daarvan moeten worden uitgesloten, en waarom zij de kans niet krijgen, desnoods beperkt in aantal, precies tijdens dergelijk "experiment" proefondervindelijk aan te tonen dat zij ook aan de vooropgezette kwaliteitsvereisten kunnen voldoen. 2.2.
- Er dient dan ook te worden besloten dat de ontworpen regeling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het koninklijk besluit van 24 september 1998 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder een tussenkomst van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen mag worden verleend in de verstrekkingen van moleculaire klinische biologie. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. VII-17.547-11/12 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig januari tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-17.547-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.860 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.79.749 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div