← België

Arrest 139869 - - 27/01/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.869 Rolnummer: A. 155126/VII-32692 Zaak: Arrest 139869 - - 27/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-08 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 07:07 Fiche Arrest nr 139.869 van 27 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.869 van 27 januari 2005 in de zaak A. 155.126/VII-32.

  1. In zake : Christel HAENEBALCKE, die woonplaats kiest bij Advocaten I. VERHEVEN en R. ERGEC, kantoor houdende te SINT-STEVENS-WOLUWE, Woluwedal 20 tegen :
  2. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
  3. het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, die woonplaats kiezen bij advocaten L. DEPRÉ en S. BOULLART, kantoor houdende te BRUSSEL, Brand Whitlocklaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Christel HAENEBALCKE op 27 augustus 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerleg- ging van : "- het koninklijk besluit van 22 juni 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor genees- kundige verzorging en uitkeringen (B.S. 29 juni 2004), hierna genoemd"; Gezien de nota van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; VII-32.692-1/5 Gelet op de beschikking van 30 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 januari 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat I. VERHEVEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat P. SLEGERS die, loco Advocaten L. DEPRÉ en S. BOULLART verschijnt voor de verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partijen opwerpen dat de vordering, in zoverre zij is gericht tegen de tweede bestreden beslissing, niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede schorsingsvoorwaar- de, dat de verzoekster in haar verzoekschrift aanvoert : "De onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit leidt in hoofde van de verzoekende partij tot een moeilijk te herstellen ernstig nadeel (mutatis mutandis R.v.St. nr. 37.068 van 23 mei 1991). Immers door het bestreden besluit mag de geneesheer-specialist in de pneumologie-revalidatiearts geen ereloon aanrekenen voor intakeonderzoeken, wordt de terugbetaling van prestaties vermeld in artikel 23,§ 3, lid 1 verstrekt door de geneesheer-specialist in de pneumologie-revalidatiearts beperkt tot de aandoeningen die behoren tot zijn revalidatie-erkenning terwijl dat voor de VII-32.692-2/5 specialist in de fysische geneeskunde en revalidatie niet het geval is, wordt zijn inkomen gehalveerd en kan hij daarenboven de revalidatie slechts uitvoeren onder de coördinatie van een geneesheer-specialist in de fysische geneeskunde en revalidatie. De pneumoloog-revalidatiearts zal dus een aanzienlijk inkomensverlies lijden. Als gevolg hiervan zal de pneumoloog-revalidatiearts als gekwalificeerde geneesheer uiteraard een omvangrijk deel van zijn patiënten verliezen aan minder gekwalificeerde geneesheren. Immers, huisdokters zullen hun patiënten doorsturen naar de genees- heer-specialisten in de fysische geneeskunde en revalidatie aangezien de intakeonderzoeken uitsluitend door hen mogen worden gedaan, er geen beperking is tot de aandoeningen die behoren tot hun revalidatie-erkenning en zij tenslotte steeds moeten tussen komen in hun coördinerende rol aangezien alleen deze geneesheren een gedeeltelijke terugbetaling door de ziekenkassen kunnen garanderen aan hun patiënten (Hetgeen reeds blijkt uit stuk 2). Het bestreden besluit zal aldus het verlies van (het vertrouwen van het) cliënteel, zowel van patiënten als van verwijzende (huis)artsen, die concurre- rende geneesheren-specialisten in de fysische geneeskunde en revalidatie zullen raadplegen en met hen een vertrouwensrelatie zullen opbouwen tot gevolg hebben. Daarenboven leiden het bestreden besluit en de bestreden uitvoeringsbeslis- sing tot een imago- en prestigeverlies aangezien de gespecialiseerde genees- heer- pneumoloog-revalidatiearts dient te werken onder de coördinatie van een ander geneesheer- specialist. De geneesheer-pneumoloog-revalidatiearts zal immers geen behandelingsovereenkomst kunnen sluiten met zijn patiënt zonder de inmenging van een derde. Het bestreden besluit zal dus niet enkel tot een inkomensverlies leiden voor de pneumoloog-revalidatiearts maar tevens schade berokkenen aan zijn professionele reputatie. Deze nadelige gevolgen zullen niet onmiddellijk worden stopgezet bij een eventuele nietigverklaring maar zullen zeer waarschijnlijk nog enige tijd doorwerken, daar huisartsen en patiënten intussen reeds nieuwe gewoontes zullen hebben aangenomen. Kortom de pneumoloog-revalidatiearts bevindt zich thans in een hele rechtsonzekere situatie. Uit het voorgaande blijkt dat verzoekende partij verschillende moeilijk te herstellen ernstige nadelen lijdt bij de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit"; Overwegende dat de verwerende partijen daarop in hun nota repliceren : "
  5. De verzoekende partij houdt voor dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, alsook de uitvoeringsbeslissing van dit besluit haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal berokkenen in de mate waar deze handelingen de geneesheer-specialist in pneumologische revalidatie verhinde- ren de erelonen in rekening te brengen voor het onderzoek naar de toelaatbaar- heid van de behandeling. Het is inderdaad zo dat de geneesheer-specialist in pneumologische revalidatie niet langer een revalidatie zal kunnen uitvoeren zonder coördinatie van een geneesheer-specialist in de fysische geneeskunde en revalidatie. VII-32.692-3/5 Volgens de verzoekende partij zal het aangevochten besluit een verlies aan klanten met zich meebrengen, m.a.w. zowel patiënten als huisartsen die naar een specialist doorverwijzen. Niettemin zou vastgesteld worden dat het aangevochten besluit een verslechterd image en prestige zal teweeg brengen, nu de geneesheer-specialist in pneumologische revalidatie onder de coördinatie van de genees- heer-specialist in de fysische geneeskunde en revalidatie moet werken. Het aangevochten besluit zou niet alleen een inkomstenverlies met zich meebrengen voor de verzoekende partij, maar (zou) eveneens de professionele reputatie (...) aantasten.
  6. Hierboven werd uiteengezet waarom enkel de geneesheer-specialist in de fysische geneeskunde en revalidatie vergoed kan worden voor de verstrekking- en 558650 -
  7. De verzoekende partij kan dus geen bijzonder recht ontlenen aan deze verstrekking. Er is dus op dit vlak reeds geen nadeel. Verzoekende partij vreest dat de reputatie zal aangetast worden omdat zij zal moeten werken onder de coördinatie van een geneesheer-specialist in de fysische geneeskunde en revalidatie. Verwerende partij ziet niet in waarom deze reputatie zou kunnen aangetast worden, nu verzoekster zoals in het verleden, in het ziekenhuis waar zij tewerkgesteld is blijft werken onder de ogen van de patiënten. De geneesheer-coördinator moet waken over het respect van het behandelingsplan ten voordele van de patiënt. Indien verzoekende partij dit plan met bijhorende informatie eerbiedigt, staat niks de reputatie van de verzoekende partij in de weg. De geneesheer-coördinator heeft overigens geen groot hiërarchisch niveau ingenomen door de toekenning van de verstrekkingen 558950-
  8. Integendeel, het werk zal uitgevoerd worden in groep (artikel 2 dat artikel 23, § 5, lid 2 wijzigt). Er is dus overleg tussen de groepsleden, wat uiteraard alleen maar ten goede kan komen van het imago van verzoekende partij. In zover een inkomensverlies als moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt ingeroepen, gaat het om een financieel nadeel dat blijkens de rechtspraak van uw Raad niet kan aanvaard worden. Er valt dan ook bezwaarlijk in te zien welk moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou geleden worden"; Overwegende dat het betoog van de verzoekster, geneesheer- specialist in de pneumologie-revalidatiearts, de beweerde gevolgen van het bestreden besluit grotendeels betrekt, niet op haar persoonlijke situatie, maar wel op die van "de" pneumoloog-revalidatiearts; dat niet concreet wordt aangegeven welk deel de inkomsten verbonden aan de prestaties inzake revalidatie die beweerdelijk verloren zouden gaan, vertegenwoordigen in de totale inkomsten van de verzoekster, die nog steeds sommige prestaties inzake revalidatie evenals alle prestaties eigen aan de geneesheer-specialist in de pneumologie, kan verrichten; dat bovendien niet aannemelijk wordt gemaakt dat het enkele feit dat de revalidatieprestaties voortaan onder coördinatie van een andere geneesheer- specialist moeten worden verstrekt, ipso facto tot gevolg heeft dat de verzoekster die prestaties helemaal niet meer zal kunnen uitvoeren en de betrokken patiënten nog alleen "concurrerende geneesheren-specialisten" zouden raadplegen en door hun VII-32.692-4/5 huisartsen nog alleen naar die "concurrenten" zouden doorverwezen worden ; dat het feit dat andere geneesheren-specialisten een coördinerende rol krijgen toegewezen in de revalidatie geenszins schade berokkent aan de professionele reputatie van de verzoekster ; dat het feit dat de beweerde nadelige gevolgen bij een eventuele nietigverklaring van de bestreden akten "zeer waarschijnlijk", "nog enige tijd", zullen doorwerken, nog niet aantoont dat die nadelen ook moeilijk te herstellen zouden zijn; dat aan de desbetreffende schorsingsvoorwaarde niet is voldaan, BESLUIT: Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig januari tweeduizend en vijf, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-32.692-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.869 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.523 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.