← België

Arrest 139943 - - 31/01/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.943 Rolnummer: A. 105471/IX-3926 Zaak: Arrest 139943 - - 31/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-03-14 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 07:09 Fiche Arrest nr 139.943 van 31 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.943 van 31 januari 2005 in de zaak A. 105.471/IX-

  1. In zake :
  2. Gaston-Robert SEVERIJNS, wonende te DILSEN-STOKKEM, Stokkemerbaan 140,
  3. Linda DE WAEGENEER, wonende te AALST, Expostraat 4,
  4. Marc BOURGEOIS, wonende te VLIERZELE, Oordegemstraat 68 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  5. de minister van Begroting,
  6. de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale Politie Algemene directie personeel Directie van de juridische dienst, het contentieux en de statuten, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat 47,
  7. de minister van Ambtenarenzaken, die woonplaats kiest bij de Federale Politie Algemene directie personeel Directie van de juridische dienst, het contentieux en de statuten, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat 47,
  8. de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en S. SOTTIAUX, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-51, bus
  9. --------------------------------------------------------------------------------------------------- IX-3926-1/4 D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Gaston-Robert SEVERIJNS, Linda DE WAEGENEER en Marc BOURGEOIS op 31 mei 2001 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de artikelen XII.II.35 tot XII.II.60 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtpositie van het personeel van de politiediensten, minstens om “de toepassing van deze artikelen dermate te doen wijzigen dat eerste verzoeker (...) onmiddellijk wordt gehonoreerd ook wat betreft de hem volgens artikel 367bis van het Gerechtelijk Wetboek toegekende weddebij- slagen en hem in te schalen in het niveau A loonschaal 10C, minstens 10B (en) wat de tweede en derde verzoekers betreft ook voor hen de weddebijslagen volgens artikel 367bis van het Gerechtelijk Wetboek te incorporeren in hun basisverloning bij de inschaling en hen tevens in te schalen in het niveau A en hierdoor de nodige kansen van bevordering te verlenen waarop zij recht hebben”; Gezien de memories van antwoord van de tweede, derde en vierde vertegenwoordiger van de verwerende partij en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 28 oktober 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van verzoekers en de laatste memorie van de tweede, derde en vierde vertegenwoordiger van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 2 december 2004 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 24 januari 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-3926-2/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat D. DE MEERLEER, die verschijnt voor verzoekers, van adviseur E. VAN ROSSEM, die verschijnt voor de tweede en derde vertegenwoordiger van de verwerende partij, en van advocaat S. SOTTIAUX, die verschijnt voor de vierde vertegenwoordiger van de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur-verslaggever in zijn verslag ambtshalve vastgesteld heeft dat het annulatieberoep ingediend is met een brief die op 31 mei 2002 aangetekend ter post verzonden is en dat, aangezien het bestreden besluit bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad van 31 maart 2001, het beroep ingediend is de 61e dag na die bekendmaking zodat het, in toepassing van artikel 4 van het algemeen procedurereglement, niet ontvankelijk is; Overwegende dat de verzoekers in hun laatste memorie betogen dat de bekendmaking van het bestreden besluit gebeurd is in een editie van het Belgisch Staatsblad die op zaterdag 31 maart 2001 verschenen is, dat de eerste dag waarop zij van dat Staatsblad kennis konden nemen viel op de volgende maandag -2 april 2001- en dat de beroepstermijn dan ook slechts op die dag een aanvang heeft kunnen nemen; Overwegende dat de datum van bekendmaking van een besluit de datum is die op het betreffende exemplaar van het Belgisch Staatsblad vermeld is; dat de termijn voor het indienen van een annulatieberoep tegen een besluit dat moet bekendgemaakt worden -zoals in casu- dan ook daags na die datum begint te lopen; dat de omstandigheid dat de betreffende editie van het Belgisch Staatsblad slechts IX-3926-3/4 later verspreid geworden is, niets afdoet aan de vaststelling dat het bestreden besluit op 31 maart 2001 bekendgemaakt is; Overwegende dat het beroep laattijdig ingediend is; dat het bijgevolg niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig januari 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3926-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.943 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.