id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.944 Rolnummer: A. 159491/XII-4364 Zaak: Arrest 139944 - - 31/01/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-02-03 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 07:09 Fiche Arrest nr 139.944 van 31 januari 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 139.944 van 31 januari 2005 in de zaak A. 159.491/XII-
- In zake : Jean-Paul SAUVAGE, die woonplaats kiest bij advocaat J.-B. Petitat, kantoor houdende te Sint-Kruis (Brugge), Sportstraat 49 tegen : de STAD BRUGGE, die woonplaats kiest bij advocaat L. De Schepper, kantoor houdende te Brugge, Maria van Bourgondiëlaan 33A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Paul Sauvage op 25 januari 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 7 januari 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge waarbij zijn overstap naar de politie wordt bepaald op 1 februari 2005; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 26 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 januari 2005, om 14.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Lierman, die loco advocaat J.-B. Petitat verschijnt voor verzoeker, en van advocaat L. De Schepper, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; XII-4364-1/5 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat op 22 april 2004 het college van burgemeester en schepenen een stappenplan goedkeurt met het oog op het afbouwen van de centrale garage; dat het college zich voorneemt bij de toewijzing van het personeel aan andere diensten, zoveel mogelijk rekening te houden met de wensen van de betrokkenen; dat, na ruggespraak met het personeel, het college bij beslissing van 15 oktober 2004 in nieuwe dienstaanwijzingen voorziet voor zeven van de negen personeelsleden van de centrale garage; dat een beslissing met betrekking tot verzoeker, chef van de centrale garage, wordt uitgesteld; dat uiteindelijk het college op 26 november 2004 besluit verzoeker te detacheren naar de politie; dat de stadssecretaris hem daarvan op de hoogte stelt tijdens een onderhoud op 10 december 2004; dat verzoeker tegen de beslissing reageert met een nota van 20 december 2004 aan de stadssecretaris; dat de stadssecretaris daags nadien onder meer antwoordt : “Ik herhaal dan ook mijn oproep verwoord in mijn nota van 15.12.04 om dringend (zo mogelijk vandaag nog) contact op te nemen met onze personeelsdienst ten einde de modaliteiten van uw overgang naar de politie te bespreken; daarna (en dus zeker nog dit jaar) is ook een gesprek met de politie vereist teneinde uw toekomstige functie-invulling met de korpschef en uw directe overste te bespreken. Het is immers sowieso de bedoeling om op het college van 7 januari aanstaande de praktische regeling ter zake door het college te laten beslissen. Zoals gebruikelijk wensen wij de modaliteiten na samenspraak met alle betrokkenen te finaliseren”; Overwegende dat op 4 januari 2005 de personeelsdienst ten behoeve van het schepencollege een nota opstelt met betrekking tot: “Mutatie dhr. Sauvage, dienstleider Centrale Garage, naar Politie”; dat de personeelsdienst in de nota verwijst naar de beslissing van 26 november 2004 om verzoeker naar de politie over te plaatsen, verslag uitbrengt van de gesprekken die verzoeker met de stadssecretaris en de personeelsdienst had, en voorstelt “[t]e bepalen vanaf wanneer betrokkene ter beschikking wordt gesteld bij de Politie”; dat op 7 januari 2005 het college van burgemeester en schepenen van de nota kennis neemt en besluit dat “[d]e overstap van de heer Sauvage naar de politie wordt bepaald op 1 februari 2005”; Overwegende dat verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwist; dat een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid XII-4364-2/5 zich slechts zouden opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing is voldaan, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is; Overwegen dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de derde voorwaarde, dat verzoeker een vijfvoudig nadeel doet gelden; dat hij in de eerste plaats opmerkt dat de voorgestelde functie bij de politie niet anders dan zuiver administratief kan zijn, wijl hij integendeel technisch is opgeleid; dat hij er zich in de tweede plaats over beklaagt dat de bestreden beslissing geen enkele duidelijkheid verschaft over zijn precieze rechtspositie; dat hij in de derde plaats aanvoert dat het ten gevolge van een rugletsel voor hem onmogelijk en zeer schadelijk is om tot een louter administratieve functie “veroordeeld” te worden; dat hij in de vierde plaats in de bestreden maatregel een “verkapte tuchtmaatregel” ziet; dat hij in de vijfde plaats stelt een morele schade en een verlies in aanzien te lijden doordat hij als chef van de centrale garage, met een aanzienlijk wagenpark en negen mensen waarover hij gezag uitoefende, wordt overgeplaatst naar de politie; Overwegende dat verwerende partij in de nota tegenwerpt dat het beweerde nadeel “absoluut” niet te wijten is aan de bestreden beslissing, maar “integraal terug te voeren [is] op de daaraan voorafgaande beslissing dd. 26.11.2004”, zodat er geen enkel causaal verband bestaat tussen de bestreden beslissing “houdende de bepaling van de datum van detachering” en het nadeel; Overwegende dat dit verweer steek houdt; dat de feiten te dezen lijken uit te wijzen dat het college reeds op 26 november 2004 besloot om verzoeker naar de politie te detacheren en dat het op 7 januari 2005 zich wezenlijk er toe beperkt heeft de datum te bepalen waarop de detachering zou ingaan; dat over een en ander bij verzoeker op het eerste gezicht geen misverstand kon bestaan; dat niettemin het aangevoerde nadeel geen verband blijkt te houden met de XII-4364-3/5 ingangsdatum van de detachering, maar uitsluitend met de detachering zelf; dat evenwel die detachering als zodanig niet tot het voorwerp van de vordering behoort; dat het aangevoerde nadeel niet op het bestreden besluit teruggaat; Overwegende, overigens, dat vooralsnog eveneens wordt aangenomen, met de verwerende partij, ten eerste dat ook reeds verzoekers oude functie van chef van de centrale garage hoofdzakelijk administratief en “in genendele technisch” van aard was, ten tweede dat er geen twijfel over kan bestaan dat hij is gedetacheerd geworden met behoud van zijn rang, anciënniteit, geldelijk statuut en plaats in de hiërarchie, ten derde dat de realiteit van “de medische problematiek” onvoldoende bewezen is, ten vierde dat er geen sprake kan zijn van een verkapte tuchtstraf nu de ganse centrale garage wordt opgedoekt en alle personeelsleden een nieuwe affectatie krijgen, en ten vijfde dat de detachering naar de politie, die het grootste wagenpark heeft binnen de diensten van de stad, “op de dichtst mogelijke wijze de actuele functie van verzoekende partij [benadert]”; Overwegende dat, samenvattend, verzoeker niet genoegzaam aannemelijk maakt dat hij ten gevolge van bepaaldelijk de bestreden beslissing een nadeel dreigt te lijden dat zowel ernstig als moeilijk herstelbaar is; dat niet aan de derde grondvoorwaarde voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is voldaan; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-4364-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig januari 2005, door : De HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4364-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.944 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.